ReportageNiet naar land van afkomst

Dit jaar geen familiereünie voor tienduizenden Nederlandse Marokkanen

Ali Kammyte gaat sinds zijn zesde bijna elk jaar met de auto naar Marokko.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Dit jaar zullen tienduizenden Nederlandse Marokkanen de jaarlijkse reis naar hun land van afkomst niet maken. Ali Kammyte zit dit jaar ‘lekker op de Veluwe’. Toch knaagt het dat hij zijn rituele roadtrip naar Tanger, Rabat, Meknes en Taza moet missen. 

Ali Kammyte had met zijn vrouw en de drie jongste kinderen naar Marokko willen gaan. In april dachten ze er nog over, zegt hij, ‘maar toen kwamen we op een punt dat we zeiden: dit gaat hem niet worden. Je gaat natuurlijk voor familie, maar ook voor je rust. En met die coronamaatregelen heb je geen rust.’ 

Nu gaan ze naar de Veluwe. De kinderen vinden dat best, die wilden toch altijd naar Slagharen, maar zelf hunkert Kammyte toch naar zijn geboorteland. Hij is daar sinds de jaren ’80 bijna elk jaar naartoe geweest. En hij niet alleen: in Nederland wonen zeker een half miljoen mensen met een Marokkaanse achtergrond, naar schatting maakt de helft van al die mensen jaarlijks dezelfde reis.

Dit jaar dus even niet. Tienduizenden Nederlandse Marokkanen houden het net als Kammyte voor gezien. De grens met Marokko is nog dicht. Daar komt – vermoedelijk op 10 juli – wel een eind aan, maar daarna er is te veel onzekerheid, zegt Kammyte: ‘Marokko treedt hard op. Bij aankomst moet je negen dagen in een quarantaine-centrum van de overheid – dat gaat dan al van je vakantie af – en dan zijn mondkapjes overal verplicht, ook op het strand. Dat is niet prettig. Dan is de Veluwe beter.’

Ali Kammyte (m) haalt herinneringen op aan Marokko met mannen in een buurthuis.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Vast in Marokko

Kammyte doet veel sociaal werk in de Haagse Schilderswijk. Hij kent daardoor iedereen in de wijk, en heeft zodoende ook veel contact met Mustapha Barbouch. Ook Barbouch doet veel voor de wijk, en hij runt het grote Marokkaanse reisbureau Rif Reizen. 

Rif Reizen vloog de afgelopen jaren twee keer per week met een vol chartervliegtuig naar Marokko, de mensen die met de auto gingen kochten bij Rif altijd hun boottickets. Vanaf 17 juli wordt er weer gevlogen, zegt hij: één wekelijkse vlucht, niet twee. De meeste geboekte reizen zijn afgezegd, niemand koopt boottickets. ‘Vorig jaar verkochten we vijftig, zestig boottickets op een dag. Nu nul. Dan weet je het wel. Ik schat dat vergeleken met vorig jaar hooguit 10 procent naar Marokko gaat.’

Natuurlijk is corona de aanleiding voor de huiver, maar ook de regeringen zijn verantwoordelijk, zegt Barbouch: ‘Het begon eigenlijk met een uitspraak van Rutte. Die kondigde aan dat vliegen weer is toegestaan en dat iedereen weer op vakantie mag, maar hij zei erbij: blijf in Europa want we gaan je niet meer terughalen als je vast komt te zitten. Dat maakte mensen bang. 

‘Marokko is in het begin heel slecht omgegaan met zijn onderdanen. Het land gooide van de ene op de andere dag de grenzen dicht. Heel veel Nederlanders konden daardoor niet terug. Het botert niet zo tussen Nederland en Marokko, hè? Fransen en Spanjaarden mochten namelijk wel vertrekken. Dus wat als er straks een tweede golf komt, en je bent in Marokko? Dan zit je daar dus vast.’

Ali Kammyte vindt het onder de huidige omstandigheden niet erg een jaartje over te slaan. ‘We voelen ons hier meer op ons gemak dan in Marokko’, zegt hij. ‘In Nederland weten we hoe alles in elkaar steekt. Onze wortels zijn nog wel daar, maar toch ook steeds meer hier.’ Toch knaagt het. Kammyte heeft de tocht immers al meer dan dertig keer gemaakt. De jaarlijkse reis naar Marokko is een vast, jaarlijks onderdeel van zijn leven geweest vanaf dat hij zes jaar oud was tot nu, op zijn 46ste. 

In 1980, op zijn zesde, kwam hij uit Marokko naar Nederland om zich bij zijn vader te vestigen. Die was via Frankrijk naar Nederland getrokken om zich in Utrecht bij een oom te voegen en te gaan werken. Hij maakte deel uit van de eerste golf gastarbeiders. ‘Dat waren heel andere tijden’, zegt Ali. De Marokkanen werden met nieuwsgierigheid ontvangen, ze waren welkom, ze werkten hard ‘en mijn vader had heel veel autochtone vrienden’. ‘Ik weet niet of ik dat wel kan zeggen, maar Nederland was toen veel gastvrijer.’

Een aantal van de foto's uit Marokko van Ali Kammyte. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Cadeau-stress

De rit naar Marokko was in die jaren een avontuur op zichzelf, herinnert hij zich. ‘Er waren nog geen snelwegen, we reden over gewone wegen van de ene plaats naar de andere, en de wegwijzers waren ook niet zo duidelijk als nu. Een keer nam mijn vader in Spanje een verkeerde afslag, en na een tijdje zei hij: ‘Ik geloof dat we richting Portugal gaan’. 

Hij moest met zijn paar woordjes Spaans aan een paar boeren de weg terug naar onze route vragen. En zo was er altijd wat. Mijn vader had een Peugeot 504, en altijd als we in bergachtig terrein reden werd die warm en moesten we stoppen om water bij te vullen. Of er ging iets kapot dat gerepareerd moest worden. En dan konden wij de auto uit om te gaan spelen. Voor ons, kinderen, was het altijd feest.’ 

Eenmaal in Marokko volgt Kammyte nog steeds dezelfde route. Hij begint bij familie in Tanger. Dan gaat het door naar familie van zijn vrouw in Rabat, dan naar Meknes en ten slotte naar Taza in Gzenaya, ‘waar mijn oorsprong ligt’. 

Volgend jaar gaat hij weer. Met de auto. Dat is niet alleen een stuk goedkoper (een retourvlucht kostte vorig jaar zo’n 600 euro) maar je kunt ook veel meer bagage meenemen dan in een vliegtuig, en dat is nodig: ‘Je kan daar niet gewoon bij familie aanbellen en zeggen: ‘hier zijn we dan’. Je neemt altijd wat mee. Nederlanders brengen een bloemetje mee, wij cadeautjes, kleren, schoenen, dingen die ze kunnen gebruiken. Mijn vrouw is elk jaar in de stress omdat zij die allemaal uit moet zoeken.’ 

Vooral jongere mensen rijden, de oudjes vliegen, zegt Barbouch van Rif Reizen. Ouderen zijn ook diegenen die vanaf 17 juli vliegtickets bij hem willen boeken. Barbouch: ‘Ze missen het land en alle familie daar. Hier hebben kinderen niet meer altijd tijd voor ze. Ze voelen zich eenzaam. En ik hoor vaak: ‘als ik daar sterf door corona, dan kan ik tenminste ook daar begraven worden’. Dat is voor veel mensen heel belangrijk.’

De bejaarde ouders van Ali Kammyte hebben hem nog niet verteld wat ze gaan doen. ‘Ik denk niet dat ze gaan. Maar ik weet niet wat ze beslissen als Marokko op 10 juli weer opengaat. Misschien gaan ze dan toch.’ Als dat gebeurt zit hij ‘lekker op de Veluwe’, zegt hij, en Marokko is binnen handbereik: ‘We hebben telefoon, en WhatsApp – gratis bellen! Dat werkt ook prima.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden