Dit is ware opera

Het is het enige theater in Europa waar authentiek achttiende-eeuws opera wordt opgevoerd, Drottningholms Slottsteater in Zweden. Windmachines, valluiken en personeel met pruikjes op....

In de tuin van restaurant Drottningholms Wardshus eten twee vrouwen een salade met gerookte zalm en daarna een mooi opgemaakt toetje met fruit en ijs. Binnen in het restaurant zitten de chique mensen die over een uur de première van Händels opera Alcina zullen bijwonen, in het nabij gelegen Drottningholms Slottsteater.

Een van de twee vrouwen is blond, de ander donker. De blonde heeft een modieuze zonnebril op, de donkere draagt een haarband van Burberry. Na enig aandringen wordt het vermoeden door de ober bevestigd: Ja, dat zijn inderdaad Agnetha Fältskog en Annifrid Lyngstadt, zo'n twintig jaar geleden beter bekend als Agnetha en Frida, de vrouwelijke helft van Abba.

Voormalige wereldsterren, multimiljonair, nog steeds onderwerp van tal van verhalen en hier zitten ze dan, aan een bistrotafeltje met een groen geblokt kleedje, op plastic stoelen, temidden van petunia's en afrikaantjes en ze eten zalm en ijs.

De vraag is of zij die avond kwamen voor de stem van die andere Zweedse diva, de mezzosopraan Anne Sofie von Otter. Misschien zaten ze wel verscholen in een van de twee 'incognito balcons' die het Drottningholms Slottsteater kent, en waarin beroemde gasten zich achter een houten raster kunnen verschuilen.

Alcina met Von Otter in een van de hoofdrollen is dit jaar het vlaggenschip van de zomerbespeling in Drottningholm en geregisseerd door Pierre Audi, in het dagelijks leven artistiek directeur van De Nederlandse Opera in Amsterdam. Het is al de tweede keer dat Audi in dit wereldberoemde Zweedse operatheater, een halfuurtje rijden vanuit Stockholm, een voorstelling maakt. In 2000 vierde hij al triomfen met zijn regie van Händels opera Tamerlano. Hij werd meteen teruggevraagd, en wilde maar wat graag.

Het is niet de naam en faam van de Zweedse opera (want die is er niet), het is ook niet de prestigieuze wereld van grote gala's en interessant-doenerij waar veel operahuizen gebukt onder gaan (want die is er ook niet), maar het is déze plek, met déze historie die Audi heeft doen besluiten naar Drottningholm terug te keren.

Het Slottsteater ligt pal naast het paleis waar de Zweedse koninklijke familie woont. Een hoftheater dus, of liever: een hoftheatertje, want met hooguit 450 zitplaatsen is het zeker niet groot. Maar het is wél het enige theater ter wereld waarin alles uit de achttiende eeuw bewaard is gebleven, en nog steeds wordt gebruikt, inclusief een imposante schatkamer aan authentieke theatertechniek. De enige moderniteit hier is dat het kaarslicht inmiddels is vervangen door elektrisch licht, dat met vibrerende lampjes zijn uiterste best doet op kaarsjes te lijken. Maar in de kleedkamers van de operasterren is nog steeds geen stromend water. Anne Sofie von Otter wast zich staande bij een porseleinen lampetkan.

'Hier, in dit ene huis, gebeurt alles tegelijk', zegt Audi. 'Wij werken weken achtereen met muzikanten, technici, zangers, koorleden en kantoorpersoneel te samen. Er zijn geen afdelingen, geen afdelingshoofden, er is geen onderscheid. Dit is opera maken zoals het ooit is bedoeld. Voor mij betekent Drottningholm weer een beetje terug gaan naar de tijd dat ik in Londen bij het Almeida Theatre werkte. Kleinschalig, maar wel groots.'

Pierre Audi zit een paar uur voor de première van Alcina op een gammel houten stoeltje in een van de zijkamers van het Slottsteater. Vroeger woonden hier de artiesten die in dienst waren van de koning. Nu zit Audi hier, even weg van het bastion in Amsterdam, even weg van planning en publiciteit, van repertoirekeuze en sponsoring. Even geen vergaderingen in directiekamers.

De mevrouw met de premièreboeketten (lelies en ridderspoor in roze en wit) zet alles klaar in emmers water, een andere dame loopt met een grote mand vol lampjes om alle kandelaars en kroonluchters te controleren -vanavond is het première, vanavond moet alles stralen. Zoals het straalde toen er voor het eerst, in 1766, artiesten rondliepen in het Slottsteater.

De Zweedse koningin Lovisa Ulrika vond dat er op cultureel gebied maar bar weinig gebeurde in haar land. Voordat ze met de Zweedse koning trouwde was ze als rechtgeaard Pruisische het rijke culture leven van Berlijn gewend. Hier in de bos-en waterrijke omgeving van Stockholm was de natuur weliswaar imposant, maar de cultuur was volledig afwezig. Ze kreeg haar man zo gek dat hij speciaal voor haar een eigen hoftheater liet bouwen, vlak naast het koninklijkpaleis. Nadat het Drottningholms Slottsteater in 1766 werd geopend, kon majesteit genieten van verfijnde Franse tragedies en barokke Italiaanse opera's. Speciaal op haar verzoek werden die uitgevoerd door geïmporteerde Franse acteurs en Italiaanse operazangers.

Het Slottsteater werd gebouwd door de architect Carl Frederik Adelkrantz, die het hele gebouw liet optrekken uit onverwoestbaar hout, van binnen opgetuigd met simpel stucwerk, papier-maché en verf. Geen pracht en praal en goudbrokaat, eerder een ver doorgevoerde soberheid. Vooraan in de zaal staan twee zetels met rode bekleding (voor het koningspaar), daarachter twaalf houten stoelen (voor de vertrouwelingen van het hof) en verder alleen houten banken.

'Die soberheid had niet eens zozeer te maken met geldgebrek aan het hof, als wel met de mode in die tijd. Het ging erom de illusie in het theater te suggereren. De meeste Italiaanse operahuizen waren toen zo gebouwd en dat wilde men in Zweden graag kopiëren', vertelt Carin Andersson, theaterwetenschapper en medewerker van het Slottsteater. Overigens is de architect nooit voor zijn werk betaald. Adelkrantz mocht in plaats van een geldelijke beloning in zijn eigen theater gaan wonen.

De ware schatkamers van het Slottsteater bevinden zich achter de coulissen, in de kelders en op zolder. Daar is het een eldorado voor de liefhebber van authentieke theatertechniek. De windmachine (een houten spoel omspannen met canvas), een ingenieuze constructie waarmee donder en bliksem gesuggereerd kan worden (één ruk aan het touw en in de nok van het theater klapt een houten bak naar beneden waarin stenen gaan rollen), valluiken waarin gewraakte personages kunnen verdwijnen, decor-en zetstukken die hemel en hel, bossen en paleizen voorstellen – dit alles zorgt met elkaar voor een machinerie die even uniek als onverwoestbaar is gebleken.

Hier komen dus geen computergestuurde techniek of automatisch bewegende trekkenwanden aan te pas. Tijdens een gemiddelde opera-of balletuitvoering hangen in het Slottsteater tussen de dertig en veertig technische medewerkers aan de touwen, of ze duwen de houten stellages voort om alle effecten en decorwisselingen mogelijk te maken.

Andersson: ' Dit theater is uitermate geschikt om de opera's uit de achttiende eeuw zo getrouw mogelijk op te voeren. Op de bewegende zijpanelen staat alles geschilderd wat er in die tijd toe deed: van Turkse tentenkampen tot boerenhut jes. Vanzelfsprekend spelen de muzikanten op authentieke instrumenten of kopieën daarvan. Ooit hebben in Europa, inclusief Rusland tachtig van dit soort theaters gestaan, Drottningholm heeft nu nog het enige dat geheel intact is en als zodanig wordt gebruikt.'

Dit alles heeft de Unesco er in 1991 toe gebracht het Slottsteater uit te roepen tot cultureel werelderfgoed. Met dank aan Agne Beijer, de student literatuur- en theaterwetenschappen die het theater in 1921 min of meer bij toeval aan de vergetelheid onttrok. Want de eerste bloei van het Slottsteater duurde slechts tot 1792, het jaar waarin koning Gustav III tijdens een gemaskerd bal werd doodgeschoten door een samenzwering van jaloerse adel.

Gustav III had het hoftheater tot grote bloei gebracht. Hij speelde het liefst zelf mee en schreef zijn eigen opera's. Maar na zijn plotselinge dood had het hof andere dingen aan het hoofd dan cultuur. Het Slottsteater werd meer en meer gebruikt als opslagplaats voor meubels, koetsen en tenslotte zelfs voor aardappelen.

Meer dan 120 jaar lang ging er geen doek meer op. Totdat Agne Beijer voor een studie over de traditie van de oud-Zweedse carrouselspelen op zoek ging naar een schilderij dat volgens de conservator van het National Museum wel eens in het Slottsteater kon zijn opgeborgen. Toen Beijer nietsvermoedend de deuren van het theater opende, belandde hij in één klap in de achttiende eeuw. Onder een halve meter stof bleek het interieur en de machinerie nog in zeer goede staat. Alleen de touwen moesten worden vernieuwd, en de kaarsen vervangen door elektrisch licht. Daarna werd onder Beijers leiding begonnen met de zomerbespeling die het Slotts teater tot op de dag van vandaag met opera's van Haydn, Mozart, Händel en Gluck wereldberoemd hebben gemaakt.

Maar is er voor een beetje eigenzinnig regisseur als Pierre Audi enige eer te behalen aan het werken in dit huis? Is het Drottningholms Slottsteater inmiddels niet meer museum dan opera?

Audi: 'Ik heb me niet laten intimideren door dit gebouw, ik heb niet gebogen voor de historie ervan. Je moet dit theater en al die apparatuur zien als een fantastisch soort speelgoed, en er op bescheiden manier gebruik van maken. Toen ik in 2000 hier Tamerlano deed, heb ik meteen een aantal gewoontes doorbroken. De muzikanten mochten van mij gewoon in zwarte kleding spelen in plaats van die malle pakjes en pruiken. En ik heb me toegelegd op een andere dramaturgie, en Tamerlano aangepakt alsof het een soort achttiende-eeuwse familietragedie van Lars Norén was. Men sprak na afloop van een revolutie, en vorig jaar is er een lange reprisereeks geweest. Ik wil hier graag onderzoeken hoe modern die achttiende eeuw kan zijn.'

Op de première van Alcina komt zaterdag heel sophisticated Stockholm af, in avondjurk en zwarte pakken. Mannetjes met poederpruiken lopen rond om het publiek uit park en tuinen naar binnen te manen. Ook de ouvreuses en het barpersoneel figureren in gepaste klederdracht.

In de voorstelling zelf stoeit Audi weer even brutaal als intelligent met de oude materie. Het verhaal van de tragische Alcina die weliswaar magische krachten bezit maar haar erotische gevoelens maar moeilijk kwijt kan, is opgetuigd met typische Audi-elementen. Zo laat hij de tweede acte waarin de emoties hoog oplopen afspelen in een nagenoeg kaal toneelbeeld. De prachtig beschilderde zijpanelen zijn simpelweg omgedraaid, zodat alleen het grauwe canvas zichtbaar is. Op die manier laat Audi alle barok voor wat zij is, en richt de aandacht zich volledig op de zangers die zich zowaar ontpoppen als gedreven acteurs.

De schitterende sopraan Christine Schäfer (Alcina) en stemkunstenares Von Otter zijn geen zingende standbeelden, maar mensen van vlees en bloed die voor hun opgekropte gevoelens een vluchtweg proberen te zoeken. Audi speelt ook met de klassieke zetstukken. Als de dolende zielen een uitweg zoeken, dendert het valluik open. Vlak voor de pauze tovert hij ineens een tempelgalerij tevoorschijn, en ook mogen wij even genieten van de authentieke panelen waarop hemelsblauwe wolkenpartijen zijn geschilderd.

Naast al die historische theatertechniek levert Drottningholm ook een puur authentieke houten kont op, na vier uur barokopera gezeten op een krap bemeten houten bankje, geklemd naast een flamboyante Engelse operakenner ('het enige dat ze hier missen is zuurstof').

De recensies zijn inmiddels verschenen en Audi wordt net als in 2000 bejubeld, juist omdat hij met zijn Alcina geen knieval heeft gemaakt voor alleen maar traditie. Alle acht voorstellingen zijn al weken uitverkocht. Vanwege de financiële problemen van het theater kan Alcina niet vaker worden opgevoerd. Artistiek leider Per-Erik Öhrn is inmiddels op zoek gegaan naar een geldschieter of een mecenas à la Joop van den Ende. In het programmaboekje heeft hij een advertentie laten opnemen:

'Ongerepte 18e-eeuwse schoonheid

toegewijd aan theater en zangkunst

Zoekt liefhebbende miljardair met belangstelling voorbij het tijdelijke

Reacties naar: 'Kunst is eeuwig, het leven niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden