AchtergrondOpvoeding

Dit is niet de tijd voor schermschaamte

Beeld Zeloot

Bewuste ouders zetten hun kinderen zo min mogelijk achter een scherm. En ineens zijn die de hele dag thuis en krijgen ze digitaal onderwijs. Blijkt het belang van schermtijd toch relatief.

Vrijdagochtend. De scholen zijn bijna drie weken dicht. Als gehypnotiseerd kijken de kinderen naar de ninja-tekenfilmserie Avatar: The Last Airbender. Aan een onafgeruimde eettafel rammen hun ouders op hun laptops, want ieder moment om werkachterstanden in te lopen moet worden gegrepen. Voor de kleinste is de serie eigenlijk te eng, maar hij heeft al peuterspelletjes gespeeld op de tablet. Dus mocht de oudste kiezen. Dat ze door Avatar zwaardgevechten willen naspelen met stokken, is met een beetje goede wil nog wel af te vinken als een gymles. Dat ze nu al voor de vijfde dag op rij elke morgen een uur naar Avatar kijken, is lastiger te verdedigen. De school raadt Schooltv aan, maar die uitzendingen zijn te kort om ook maar een mail te tikken. Gelukkig is er niemand in de buurt om de ouders te veroordelen, behalve zijzelf.

Ouders worstelen deze dagen wat af met de schermtijd van hun kinderen. Uit een flitsonderzoek van Netwerk Mediawijsheid blijkt dat kinderen van 0 tot 6 jaar oud tijdens de coronacrisis gemiddeld 2,5 uur per dag achter beeldschermen doorbrengen. Een paar weken geleden was dat nog 1 uur en 45 minuten per dag. Vooral kinderen van 5 en 6 jaar zitten flink meer achter beeldschermen, omdat ze online schoolwerk opkrijgen. Hun gemiddelde ligt op bijna 3,5 uur. Zulke cijfers brengen ongemak teweeg. Het idee dat je faalt als opvoeder wanneer je je kind achter een scherm parkeert, zit diep ingebakken. Tal van onderzoeksresultaten bieden daar ook reden toe: overmatig schermgebruik kan leiden tot minder sociale vaardigheden, een slecht ontwikkelde motoriek, slechte ogen, een slechte houding, gejaagdheid, minder creativiteit, slaapproblemen en obesitas.

Maar, zegt Peter Nikken, ouders hoeven zich echt niet meteen schuldig te voelen nu hun kind meer achter het scherm zit. ‘Dat is wel het laatste wat ouders nu nodig hebben’, benadrukt de lector jeugd en media bij Hogeschool Windesheim en specialist jeugd, media en opvoeding bij het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Je kunt eigenlijk niet zonder. Beeldschermen uit de opvoeding bannen is onnodig.’

Toch is dat onder sommige jonge ouders, met name uit de techwereld, wel het streven. Zo vertelde Blendle-baas Alexander Klöpping in december 2019 in Volkskrant Magazine dat hij zijn 2-jarige dochter schermloos opvoedt. ‘Sowieso geen televisie, en niks wat ook maar lijkt op games of kindervideo’s. Ik denk dat het een ultieme luxe is als je als kind leert jezelf met andere dingen te vermaken.’

Joost Schellevis, techredacteur bij de NOS en net vader, heeft de televisie zo gedraaid dat de baby niet vanuit de box kan meekijken. Is ze wakker, dan legt hij zijn telefoon weg. ‘Als ik sommige peuters eindeloos geboeid zie zijn door tablets en smartphones, dan wil ik dat zo lang mogelijk uitstellen’, zegt hij. Mensen die zich voor hun werk veel bezighouden met technologie realiseren zich als geen ander dat de apparaten en apps zijn ontworpen om de aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Ancilla van de Leest, voormalig lijsttrekker van de Piratenpartij, laat zich al jaren kritisch uit over de macht van grote techbedrijven. Zij denkt dat er een verband bestaat tussen de toename aan adhd onder kinderen en de snelle montage van veel kinderfilmpjes, al is daar geen wetenschappelijk bewijs voor. ‘Ik zei vooraf dat ik mijn peuter nooit achter de laptop zou zetten. Dat ik dat als alleenstaande moeder noodgedwongen toch soms doe, voelt als falen’, zegt ze.

Niet chic

Dit zijn ouders uit de techwereld, maar het idee leeft breder. Beeldschermen zijn in rap tempo uitgegroeid tot het nieuwe suiker: iets waar je als bewuste ouder héél verantwoord mee omgaat. Daarbij speelt meer dan alleen angst voor de gezondheid. Noem het schermschaamte: op beeldschermen leunen is niet zo chic.

Voor een ongestoord gesprek met een vriend of vriendin in een koffietentje kan het handig zijn om een 1,5-jarige voor een filmpje op de smartphone te zetten, maar toch voelt het voor veel ouders als een armoedige oplossing. Of zoals Klöpping het uitlegt: ‘Het is een teken van welvaart als een kind zo min mogelijk met schermen in aanraking komt.’ Bij de introductie van de smartphone, de tablet en de smartwatch was dat nog anders. De hogeropgeleiden waren de eersten die zich omgaven met beeldschermen. Inmiddels bezitten lageropgeleiden precies dezelfde apparaten. Als statussymbool heb je er dus weinig meer aan.

Vroeger was het een luxe om dik te zijn, nu is vetzucht eerder een teken van armoede. Hetzelfde gaat op voor beeldschermgebruik, stellen Sander Schimmelpenninck en Ruben van Zwieten chargerend in hun boek Elite gezocht uit 2019. Aan het niet of zo min mogelijk gebruiken van schermen kleeft een hardnekkig aura van een verstandige opvoeding. Ze verwijzen onder meer naar de primitieve zomerkampen waar mensen met oud geld het kroost sinds jaar en dag naartoe sturen en naar de digidetox die de koninklijke familie in de zomer van 2018 ondernam. Een citaat uit Elite gezocht: ‘Het iPadkind is lekker rustig, maar staat in zijn ontwikkeling met 10-0 achter ten opzichte van een kind dat met boekjes en blokken in de weer is. De economische elite weet dat en zorgt ervoor dat de juiste boekjes worden gekocht en voorgelezen.’

Bewuste mediaopvoeding

Misschien is het allemaal de schuld van Steve Jobs. In 2010 onthulde de toenmalige ceo van Apple in een interview dat hij zijn eigen kinderen geen iPad gaf. Daarmee zette hij een anti-beeldschermbeweging onder de allerrijksten in gang. De bazen van techbedrijven als Apple, Facebook en Google sturen hun kinderen bij voorkeur naar de Waldorf School. Op deze vrije school is geen computer te bekennen. Wel leren de leerlingen onder meer boter karnen en fruit drogen. Ook in Nederland nam het aantal vrije scholen de afgelopen jaren flink toe. Tussen 2014 en 2019 steeg het aantal leerlingen op vrije scholen met 25,5 procent tot meer dan 17 duizend.

‘De vrije school gebruikt in Nederland wel schermen, maar met een duidelijke visie op de ontwikkeling van een kind. Dat trekt een bepaald type ouders erg aan’, zegt Justine Pardoen, directeur van Bureau Jeugd en Media. Dat zijn de ouders die hun kleuters onder de huidige omstandigheden wel een kleutercursus programmeren voorschotelen, maar liever geen Paw Patrol.

Vivianne Bendermacher, eigenaar van een bedrijf dat vrouwen opleidt voor een baan in de techsector, herkent zich daar wel in. ‘Ik denk dat het belangrijk is dat je je kind niet voor het gemak voor een schermpje zet en zelf wat anders gaat doen’, zegt ze. ‘Ik wil kunnen meepraten met mijn 3-jarige dochter over wat ze ziet.’ Ook nu ze thuiswerkt, dient het beeldscherm niet als oppas. ‘Júíst nu doen we samen op Squla educatieve spelletjes. Ik denk dat schoolwerk op afstand zo’n boost krijgt dat het misschien veel langer gaat blijven; niet alleen door corona, maar ook door het lerarentekort. Ze moet er dus vroeg mee leren omgaan.’

Juiste input

Het geloof dat een kind een optelsom is van alle partjes avocado, boekjes en houten speelgoed die je het voorzet, leeft sterk onder hogeropgeleiden. Roerloos met een duim in de mond naar een eindeloze reeks YouTube-video’s kijken, valt niet onder de juiste input. Dat maakbaarheidsdenken hangt sterk samen met onze individualistische samenleving, zegt Carolien Gravesteijn, lector ouderschap & ouderbegeleiding bij Hogeschool Leiden. ‘Ouders hebben het gevoel dat ze volledig verantwoordelijk zijn voor de opvoeding. Als er iets misgaat, is dat dus hun schuld. De samenleving staat snel met een oordeel klaar: als een kind veel achter een scherm zit, zal dat wel voortkomen uit gemakzuchtig gedrag van de ouders. In werkelijkheid kunnen allerlei factoren eraan bijdragen dat sommige kinderen niet van het scherm af te krijgen zijn. Maar het gevolg is dat ouders dwangmatig met schermen omgaan.’

Tegelijkertijd is het moeilijker dan ooit om de schermtijd te beperken. Schermen zijn overal en het aanbod aan online kindervermaak, al dan niet educatief, is overweldigend. Ook als de ouders het zo min mogelijk doen, wordt het kind op school of op de opvang wel voor een scherm gezet. Al sinds de tijd dat de meeste Nederlanders zich een televisie kunnen veroorloven, zijn sommige ouders bewuster bezig met schermtijd dan anderen. En sinds jaar en dag kijken mensen met een laag inkomen en een lage opleiding langer televisie dan anderen, weet lector Jeugd en Media Peter Nikken. In huishoudens met lage inkomens gelden gemiddeld minder strakke regels over mediagebruik en zijn mensen minder kritisch over wat ze in de media zien of lezen.

Maar de verschillen in schermtijd worden eerder kleiner dan groter, zegt Nikken. Van een significante groep die het scherm helemaal links laat liggen, is geen sprake. ‘In recente cijfers, van voor de coronacrisis en weliswaar beperkt tot kinderen tot 7 jaar, zien we dat de verschillen afnemen. Dat komt doordat er juist onder midden- en hogeropgeleiden een enorme toename is van de tijd die wordt besteed aan bijvoorbeeld YouTube. We zien wél terug dat ouders zich daar zorgen over maken. Ze stellen ons er veel vragen over. Ze willen het beheersbaar houden, maar dat zien we niet terug in een afname van de schermtijd.’

Als ouders zich zoveel zorgen maken over schermtijd, waarom lukt het ze dan toch niet om die binnen de perken te houden? Daar heeft Nikken een verklaring voor. ‘Iedereen is zich bewust van de risico’s van te veel schermtijd. Tegelijkertijd denken mensen altijd dat hun buurmeisje meer risico loopt dan hun eigen kind, dat verstandig wordt opgevoed en een sociaal vangnet heeft. De effecten van te veel schermen zijn dan ook bijna nooit direct: alleen een kleine groep krijgt op de langere termijn overgewicht of wordt druk of gewelddadig. De enige uitzondering zijn slechte ogen.’

Carolien Gravesteijn stoort zich aan het idee dat het gras van de buren in opvoedtechnisch opzicht altijd bleker is. ‘Enerzijds blijkt uit onderzoek dat ouders het ouderschap moeilijker vinden dan gedacht, omdat ze naast de opvoeding nog zo veel andere ballen in de lucht moeten houden. Anderzijds is 98 procent van de ouders tevreden over de eigen manier van opvoeden, maar achten ze het overgrote deel van de andere ouders er niet goed toe in staat. Ik zou zeggen: kap ermee om over anderen te oordelen. Neem samen verantwoordelijkheid voor de kinderen. Help elkaar als je ziet dat het buurkind noodgedwongen veel achter het scherm wordt geparkeerd.’

Niet oordelen

Als de coronacrisis ouders één ding leert, dan is het om niet meteen met een oordeel klaar te staan. Wanneer de omstandigheden tegenzitten, blijkt het belang van schermtijd al snel relatief. Gravesteijn is optimistisch over de les die we daaruit kunnen leren. ‘Als we hier eenmaal uit komen, voelen we ons veel meer verbonden met elkaar. Iederéén heeft momenteel meer moeite om de opvoeding te organiseren. Laat kleine kinderen gerust wat langer achter het scherm zitten, dat is een luxeprobleem.’

Een maand geleden overwoog Ancilla van de Leest nog van kinderopvang te wisselen, nadat ze er bij toeval was achter gekomen dat zelfs de allerkleinsten in het kinderdagverblijf achter een tablet met Peppa Big werden gezet. Nu is de opvang gesloten en vraagt ze zich af waar ze haar 1-jarige zoontje moet laten. Of hij nu een uurtje meer of minder achter de tablet belandt, is even van ondergeschikt belang. In het Engels schrijft ze een noodkreet op Twitter: ‘Geen familie of veel vrienden in de buurt. Kan niet meer gebruikmaken van de opvang. Ik hou van mijn baan en wil hem graag behouden. Wat te doen?’

Haar Twitterfeed vult zich met aanbiedingen van oppassen, want als iets de eerste weken van de coronacrisis in Nederland kenmerkt, is het wel de bereidwilligheid om anderen bij te staan. Met dank aan de technologie.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het aantal vrije scholen in Nederland tussen 2014 en 2019 was gestegen naar 17 duizend. Bedoeld werd dat het aantal leerlingen steeg tot 17 duizend in 2019.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden