'Dit is mijn Middellandse Zee'

Apen hebben manieren en toeristen niet, schrijft Paul Theroux. Toeristen pesten apen en de apen pesten nooit terug. Theroux begint en eindigt een reis om de Middellandse Zee bij Gibraltar....

HALVERWEGE DE tweede zin van zijn nieuwe reisboek, The Pillars of Hercules, onderbreekt Paul Theroux zichzelf. In de luttele regels die zijn boek dan onderweg is, heeft hij geconstateerd dat er wel degelijk verschil bestaat tussen toeristen en apen (apen zijn namelijk waardiger en respectabeler) en dat de bomen en huizen op de rots van Gibraltar respectievelijk ondermaats en lelijk zijn. Vervolgens gooit hij de lezer een tussen haakjes geplaatste frase voor de voeten: 'Degene die zojuist mompelde: 'Daar heb je hem weer' moet niet verder lezen.'

Dat is interessant. Paul Theroux, gezegend met de reputatie van de slechtst gehumeurde reiziger sinds Evelyn Waugh en altijd in voor een venijnige provocatie, gaat al na anderhalve kritische zin in de verdediging. Want de vermaning 'lees maar niet verder' heeft natuurlijk een tegenovergestelde bedoeling. In het tweede hoofdstuk herhaalt dit fenomeen zich nog eens. Theroux begint een zin met: 'Het volkomen verwoeste landschap van de Spaanse kust', om zichzelf opnieuw te onderbreken met: ' 'O, daar heb je hem weer', mompelde zojuist iemand terwijl hij dit las - maar wacht alsjeblieft tot het eind van de alinea.'

Aan het slot daarvan constateert hij dat de gruwelen van de Spaanse costa's al wijd en zijd bekend zijn en zich onttrekken aan elke vorm van satire. Met andere woorden: het ligt niet aan Theroux' slechte humeur dat hij onvriendelijk schrijft over 'de onwelriekende platheid van Europa's vakantieland', dus de lezer moet niet klagen.

Het lijkt erop dat Theroux bij het schrijven van zijn zesde grote reisboek (na The Great Railway Bazaar, The Old Patagonian Express, The Kingdom by the Sea, Riding the Iron Rooster en The Happy Isles of Oceania) van meet af aan het gevoel heeft gehad dat hij zich op glad ijs begaf. In zijn vorige boeken reisde hij bijna altijd door gebieden die zich ver van het bed van zijn lezers bevonden. En als dat niet het geval was, was dat een reden tot een extra kritische benadering. Maar The Pillars of Hercules, dat als ondertitel A Grand Tour of the Mediterranean heeft, gaat over een gebied waarvan bijna iedereen gedeelten kent en waarover bovendien een enorme hoeveelheid reis- en andere literatuur bestaat.

Vandaar waarschijnlijk dat hij zich al op de eerste bladzijden begint in te dekken tegen kritiek. Na te hebben vastgesteld dat sommige gebieden de reiziger opslokken - Afrika, Polynesië en Zuid-Amerika bijvoorbeeld - constateert Theroux dat het Middellandse-Zeegebied meer een theaterdecor is. 'Het geeft drama aan een reis - het is een achtergrond.'

En dan tegen de lezer: 'Maar dat weet u al. U bent in Italië geweest - waarschijnlijk op Sicilë, misschien in Syracuse en u hebt gelogeerd in hetzelfde hotelletje dat ik aantrof. Vlakbij de haven? Gedreven door een mopperige man die poëzie schreef? Ongeveer vijfentwintig dollar, inclusief ontbijt? En u zult dit lezen en zeggen: Zo was het helemaal niet! Syracuse was schitterend, het hotel was schoon en de dichter was een opgewekte ziel. Of misschien was er een andere plek die wij allebei hebben bezocht, in Spanje, Griekenland of Egypte. Geeft niet. Dat was uw reis, dat was uw Italië. Dit boek gaat over mijn reis, mijn Italië. Dit is mijn Middellandse Zee.'

Het uitgangspunt dat Theroux voor zijn reis koos, waren de mythologische Zuilen van Hercules: de twee rotspunten aan weerszijden van de Straat van Gibraltar die de toegang tot de Middellandse Zee markeren en in de oudheid golden als de uiterste grens van de beschaving. Daarachter lag niets dan de eilanden van de Hesperiden, het verloren continent van Atlantis en helse zeeën.

Theroux had zich voorgenomen vanaf Gibraltar per trein, bus, schip en veerboot langs de kust van de Middellandse Zee te reizen, totdat hij zou zijn aangekomen bij Ceuta, de Spaanse enclave in Marokko; van de ene Zuil van Hercules naar de andere dus. Zijn idee was te vertrekken in het najaar, de Zuideuropese kust in herfst en winter te bereizen en die van het Midden-Oosten en Noord-Afrika in lente en zomer.

Door dit reisschema aan te houden, zou Theroux gevrijwaard blijven voor de ergste excessen van het toerisme. Maar ook weinig toeristen zijn voldoende om hem in toorn te doen ontsteken. Op de rots van Gibraltar is hij getuige hoe een groepje Franse toeristen rare gezichten trekt tegen de apen en zich anderszins onwaardig gedraagt. 'De apen waren beter gemanierd dan de toeristen, en terwijl de toeristen hun kinderen toeschreeuwden en ruw behandelden, waren de apen teder tegen hun jongen. (. . .) De toeristen pestten de apen, de apen pestten nooit de toeristen.'

Ook Duitse toeristen, gekleed in parka's en knickerbockers en duidelijk niet uit op zon, zee en sex, maar op stevige wandeltochten , kunnen Theroux' goedkeuring niet wegdragen. 'En als ik zulke Duitsers zag, dacht ik niet aan wandelen, maar aan een invasie. Zij waren Duitsers van een robuuste soort met roze wangen, met dikbezoolde wandelschoenen aan, die profiteerden van de lage prijzen en de bergpaden op en af liepen alsof ze onbedoeld auditie deden voor een produktie van 'Het privé-leven van het Herrenvolk'.'

Het zijn typische Theroux-observaties, zoals ook de literaire associaties waarvan het boek is doortrokken, typisch Theroux zijn. Zo is de rots van Gibraltar bijvoorbeeld de plek waar Molly Bloom - de heldin uit Joyce's Ulysses en 'de moeder aarde van de literatuur', aldus Theroux - werd ontmaagd. Via deze associatie komt Theroux op de eeuwenlange aanwezigheid van joden op Gibraltar (Molly's minnaar, Leopold Bloom, was immers joods), wat aanleiding is tot interessante historische bespiegelingen, de constatering dat Gibraltar niet minder dan vijf synagogen telt, plus een exposé over de koosjere keuken. Het is een van Theroux' talenten als reisschrijver dat hij voortdurend voor verbindende elementen zorgt, waardoor zijn boeken geen willekeurige opsommingen van gebeurtenissen worden.

TOT DEZE ELEMENTEN behoort zeker ook zijn fascinatie voor voedsel. Of het nu om derderangs zetmeelkledder op een roestige veerboot gaat, of om de meest verfijnde cuisine op een cruiseschip, Theroux schrijft er uitgebreid over en steekt daarbij niet onder stoelen of banken dat hij vlees eten verwerpelijk vindt. Net als de hoofdpersoon van zijn meest recente roman, Millroy the Magician, haalt hij daarbij Leviticus aan: hij eet niets met een gezicht, poten en een moeder. Maar vis valt volgens hem niet in die categorie. 'Vis is een soort groente. Niet altijd, maar deze gravlax met mosterdsaus, en de zeeduivel met kreeft hollandaise zou wel eens in die categorie kunnen vallen.' Al te consequent zijn, daar vaart niemand wel bij, moet de schrijver hebben gedacht.

In alle landen die Theroux op zijn Grand Tour bezoekt, bestudeert en keurt hij de pornografie. De porno die een land consumeert en produceert, meent hij, geeft iets prijs van het onderbewuste: van de fantasieën, schuldgevoelens, hartstochten, zelfs van de wijze waarop men kinderen opvoedt, laat staan de liefdesrelaties. Vooral de Spaanse porno, met haar sm, bestialiteit, hermafrodieten en toilet training, verbijstert hem, al heeft die verbijstering onmiskenbaar een verlekkerd karakter. Indirect geeft hij dat ook eerlijk toe, via de woorden van een kioskhouder: 'Als u dat blad niet gaat kopen, señor, legt u het dan alstublieft neer.' Enkele bladzijden eerder had Theroux al geconstateerd dat hij een voyeur is, 'maar een zeer hardwerkende voyeur'. Tja, reisschrijver is een vreselijk beroep, maar ìemand moet het doen. Hoewel zelfspot Theroux niet geheel vreemd is, zijn het toch vooral de lieden die zijn pad kruisen, die sardonisch venijn in hem losmaken. Soms gaat het daarbij om individuen, soms ook om hele volken. In een bus komt Theroux naast een oude man te zitten die constateert dat de schrijver een broek zonder gulp draagt. 'Lijkt me nogal lastig', grapt de oude en hij begint vervolgens te vertellen dat zijn vrouw, die verderop voor in de bus zit, vroeger showgirl was in Las Vegas. 'Ze zou me vermoorden als ze wist wat ik nu zeg. Ze vindt het vreselijk dat ze vroeger showgirl was.'

Dus wat doet Theroux als hij de bus verlaat? Hij spreekt de vrouw aan en zegt: 'Ik hoorde van uw man dat u vroeger showgirl in Las Vegas bent geweest. Zou ik nooit hebben gedacht.' Terwijl hij uitstapt, hoort hij uit de bus het gekijf tussen man en vrouw opklinken. Wie een grap maakt over Paul Theroux, doet dat nooit ongestraft. Ging het in dit voorbeeld om een individuele, niet-deugende Spanjaard, de Grieken zijn volgens Theroux als volk verwerpelijk. Hij velt dit oordeel op de voor Griekenland meest pijnlijke wijze, namelijk via een vergelijking met Turkije. Anders dan Turkije is Griekenland verpest door het toerisme, meent de schrijver. 'Reizigers plachten Turkije, dat (deels dank zij Griekse tegenwerking) geen lid was van de Europese Unie, te vermijden zodat Turkije voor zijn inkomsten niet afhankelijk was van het toerisme.'

Hier schiet Theroux' research, die over het algemeen uitstekend is, toch even tekort. Volgens het 1995 Book of the Year van de Encyclopedia Britannica bedragen de Griekse inkomsten uit het toerisme 3,2 miljard dollar per jaar, en de Turkse 3,9 miljard. Dat zijn cijfers uit 1992 en 1993, dus nog vóór de ineenstorting van het toerisme in Griekenland. Overigens stond de Turkse zuidkust niet op Theroux' programma, wat zijn opmerking dat reizigers Turkije vermijden deels verklaart. Een weekje Alanya en Antalya zou hem anders leren.

Ook Israël komt er slecht af bij Theroux. Hij vindt de bevolking fanatiek en de atmosfeer gespeend van elke charme. De Israëlische douane draagt weinig positiefs bij aan dit oordeel. Theroux wordt het slachtoffer van 'de meest intense en langdurige ondervraging en kofferinspectie die ik in vierendertig jaar reizen heb meegemaakt'. Na afloop van de ondervraging vindt Theroux zelfs een bootlading dronken, rokende en aan hun geslachtsdelen krabbende Grieken nog vredig vergeleken met de sfeer in Israël.

MAAR HET IS niet alleen kommer en kwel in The Pillars of Hercules. Theroux' ervaringen in Italië zijn bijvoorbeeld uitstekend. Cultuur, natuur, voedsel: dat zit allemaal wel goed. Bovendien zijn de Italianen voorkomend. In andere landen willen de bewoners zich nog wel eens laatdunkend uitlaten over landgenoten uit andere regio's, maar in Italië heeft Theroux daar niemand op kunnen betrappen. Vraag een Siciliaan over Sardinië en hij zegt: 'Hartelijke mensen', over Calabrezen: 'Ze zijn net als wij', over Napolitanen: 'Muzikale mensen', over Romeinen: 'Slim! Cultuurminnend' Venetië slaat de schrijver zelfs met stomheid: 'De taal kan Venetië geen recht doen en niets kan zijn schoonheid kleineren.'

Theroux heeft het Middellandse-Zeegebied met zeer uiteenlopende vervoermiddelen bereisd, variërend van doorgeroeste lokale busjes tot luxe cruiseschepen. Op de luxe Seabourne Spirit, tarief 1000 dollar per dag, is hij de gast van de scheepvaartmaatschappij, een niet ongebruikelijk verschijnsel in de reisjournalistiek. 'Ik had daar geen morele problemen mee, maar omdat mijn manier van schrijven de indruk wekte dat ik de hand beet die mij voedde, en mijn ironie meestal als 'mopperig' werd afgedaan, werd ik zelden een tweede keer uitgenodigd.'

Zoals al uit de verdedigende opstelling in het begin van zijn boek blijkt, houdt Theroux zich in The Pillars of Hercules, meer dan in zijn andere reisboeken, bezig met de vraag waarom hij schrijft zoals hij schrijft. Door de jaren heen is hij gekritiseerd als te cynisch, te oppervlakkig, en te zeer denkend vanuit een westers superioriteitsgevoel.

Uit The Pillars of Hercules blijkt dat hij zich dit heeft aangetrokken en de behoefte heeft zijn benadering te rechtvaardigen. 'De eerli dat te doen op hun waarheidsgehalte en hun humor. (. . .) Sommige van de beste en lezenswaardigste reisboeken zijn studies in impuls-oordelen', schrijft hij. En: 'Het saaiste reisboek is naar mijn mening het type waarin de auteur vaag doet over hoe leuk hij het heeft gehad. Al die monterheid klinkt mij in de oren als opschepperij, en oneerlijke opschepperij bovendien, omdat die schrijvers zoveel ellende verbergen. We weten allemaal dat een groot deel van het reizen bestaat uit opeengehoopte narigheid; maar als verveling of ellende met vaardigheid en concrete details worden weergegeven, wordt het grappiger en waarachtiger dan het zonnigste proza.'

The Pillars of Hercules is niet alleen een sterk persoonlijk getint verslag van een reis in het Middellandse-Zeegebied, maar ook een statement over hoe een reisboek eruit moet zien: feitelijk en humoristisch. Theroux voldoet bijna altijd uitstekend aan zijn eigen eisen. Het is een genoegen hem te lezen en het voortdurend met hem oneens te zijn.

Paul Theroux: The Pillars of Hercules - A Grand Tour of the Mediterranean.

Hamish Hamilton, import Penguin Nederland; ¿ 34,60.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden