Dit is geen poppenspel

In de nieuwe voorstelling van Ulrike Quade ontmoeten kunstenaars Van Gogh en Munch elkaar in een tv-show. De hoofdrolspelers zijn poppen. Waarom?

'It's showtime! Hartelijk welkom bij De schreeuw van de zonnebloem. Een avond met Vincent van Gogh en Edvard Munch. Radikal!' De televisiepresentator die over de top staat te brallen op het podium, is een pop. Met naast zich zijn charmante assistentes Sien en Tulla, gespeeld door Ulrike Quade en Cat Smits. Zij zijn de enige acteurs van vlees en bloed in de voorstelling Munch en Van Gogh. Dat je dat als toeschouwer voortdurend vergeet, is een compliment aan Quade. Haar theater met poppen ('geen poppentheater, want dan denken mensen vaak aan gedoe met touwtjes en marionetten') is niet realistisch, maar wel volkomen geloofwaardig. Toch vraag je je altijd stiekem af: waarom niet alleen acteurs? Wat brengen die poppen haar dat mensen haar niet kunnen geven?

De handgemaakte poppen van Quade (42) zijn klein, van klei, hout en stof, of manshoog en geknipt uit schuimrubber, zoals Munch en Van Gogh. Hun huid is lijkbleek, hun ogen priemen en Van Goghs vlassige rossige haar herken je meteen. Als in al haar werk zijn de acteurs behalve duidelijk zichtbare bespelers van de figuren ook hun medespelers, iets wat het poppenspel flink heeft verfrist en geëmancipeerd. De pop is niet minder dan de mens, ze zijn elkaars gelijken. Hoewel de een de ander duidelijk manipuleert, zijn het twee zelfstandige karakters. Tulla en Munch die elkaar als partners kussen, dat kan bij Quade prima.

Het idee voor de nieuwe productie, die zaterdag zijn Nederlandse première heeft, is even grappig als absurd: een ontmoeting tussen Van Gogh (1853-1890) en Munch (1863-1944) in een populaire televisieshow. Voor zover bekend hebben de wereldbefaamde kunstschilders, Nederlander en Noor, nooit samen een borrel gedronken. Maar het had gekund. Quade, in haar kantoor in Amsterdam: 'Beide mannen waren voortrekkers van het expressionisme. Ze hebben dezelfde luchten gezien en getekend, leefden in vergelijkbare maatschappijen, kwamen beiden in Parijs.' Ook persoonlijk hadden ze veel gemeen: depressies, zenuwinzinkingen en ongelukkige liefdes (met, jawel, Sien en Tulla).

Quade ontwikkelde Munch en Van Gogh op verzoek van de Noorse theatergroep Jo Strømgren Kompani, ter ere van het 150ste geboortejaar van Munch. Om het onderwerp een actuele, niet al te kunsthistorische invulling te geven, nam ze 'de waarde van kunst' als insteek. Munch had bij leven nog wel enig succes, maar Van Gogh had nog geen nagel om zijn kont te krabben. Quade: 'Hij is het 'miskende genie' bij uitstek geworden. Hij botste met zijn tijd, net als Munch overigens, maar nu is hij de ster van een miljoenenindustrie, vind je zijn zonnebloemen op koektrommels en condooms. Wie of wat bepaalt de waarde van kunst? Wanneer ben je succesvol? In tijden van crisis mogen kunstenaars niet overleven, dat zie je ook tegenwoordig weer. Kunst is door de politiek weggezet als een 'linkse hobby', onbelangrijk.'

De monologen en dialogen in de tv-show gaan veelal over kunst en kunstenaarschap en zijn lekker recht voor z'n raap. Om het geheel luchtig en niet te pamflettistisch te maken, verpakt Quade haar kritiek in satire. Alles en iedereen wordt in het extreme getrokken. De televisiepresentator snuift zich suf en de kunstverzamelaar die opduikt, is het type kaal met pochet in de borstzak. Na de dood van Munch en Van Gogh is hij puissant rijk geworden van hun werk en hij vreest dat hun 'wederopstanding' hun marktwaarde zal ruïneren. Maar ook de kunstenaars zijn niet heilig: Munch en Van Gogh zijn net zo onaangepast als tijdens hun leven en schoppen het televisieformat volledig in de war. En natuurlijk is geld vies, zeggen ze liever 'heroïsche pijn' te hebben dan 'commercieel geluk'.

Dat vette en stereotype vindt Quade een van de leuke dingen van poppen: 'Als zij snikkend hun hoofd op tafel gooien, is dat niet pathetisch. Poppen brengen een andere realiteit de voorstelling binnen. Dat fascineert mij. En het publiek accepteert die functie van poppen ook. Daarom is het geen probleem om poppen te laten doodgaan, tot leven te wekken en te laten vliegen.'

Toch is het meest gehoorde compliment paradoxaal genoeg: ze zijn zo levensecht. Quade lacht: 'Dat is toch wat mensen willen, zich herkennen. Mijn doel is het niet. Ik gebruik poppen juist omdat het géén mensen zijn, om het alledaagse te doorbreken en absurditeit, poëzie, abstractie de voorstelling in te loodsen. Bovendien: als ik alleen maar acteurs in de studio zou hebben, zou ik niet meer weten wat ik moest doen. Mensen hebben zo sterk hun eigenaardigheden en hang-ups. Poppen hebben geen ego. Heerlijk.'

Quade begon haar groep in 2007, nadat ze enkele jaren had samengewerkt met choreograaf Duda Paiva, ook gek van poppen, en Neville Tranter, oude rot in het vak en oprichter van het Stuffed Puppet Theatre. Poppen kwamen op haar pad tijdens een studie theater maken en scenografie in Utrecht.

Ze ging in Japan in de leer bij een Bunraku-meester. Ze voelt zich sterk verwant met het dansante en poëtische karakter van dit eeuwenoude theater waarin het hoofdje, de handjes en de voetjes van de poppen van hout zijn, maar het lijf enkel kostuum is. Het maakt hun bewegingen heel soepel en organisch, kwaliteiten die Quade belangrijk vindt. 'We hebben er weken aan gewerkt om Vincent, die door zijn hoofd vol gedachten altijd direct en druk reageert, lekker in beweging te krijgen. Dan weer moesten de touwtjes van de gewrichten anders, dan bleek zijn broek weer te stijf.' De gezichten maakt Quade alleen. 'Daarin zit de handtekening van de maker, kijk maar naar de minder realistische, absurde en groteske koppen van Neville, Duda of Theater Gnaffel.'

Waar poppentheater in Nederland een oubollig imago heeft, is het genre in het buitenland meer gerespecteerd. Quade, die opgroeide in het Duitse Neuss: 'In Duitsland zijn aan veel stadstheaters poppengroepen verbonden, een erfenis uit de DDR-tijd. Toen was poppentheater enorm populair omdat poppen zonder repercussie politiek gevoelige dingen konden zeggen. Nog steeds is het een cultuur van 'praatpoppen'.' In Frankrijk, waar Munch en Van Gogh onlangs op het grootste internationale poppentheaterfestival FMTM stond, zijn poppen oké omdat ze meer gelieerd zijn aan het breed gewaardeerde circus en straattheater. De stijl is navenant lichter en beweeglijker.'

Hoewel voor Quade poppen in allerlei opzichten vrijer zijn dan mensen en haar als maker ook meer vrijheid geven, betekent dat niet dat ze alles aankunnen. Quade: 'Je moet een pop heldere emoties en heldere bewegingen geven. Poppen met lange monologen of verwikkeld in complexe relatiediscussies, dat werkt dus niet. Ook hebben ze een houdbaarheidsdatum: als wij Vincent en Edvard te lang niet bewegen, vallen ze dood. En om ze natuurlijk te laten bewegen, moet je ze heel erg op je eigen ademhaling laten meeliften.'

Dan, na een korte pauze: 'Maar denk niet dat je alles weet van de pop. Hij kan jou ook verrassen. Een pop van hout haalt echt anders adem dan een pop van schuimrubber.'

Munch en Van Gogh, 18 t/m 20/10 in Bellevue, Amsterdam. Daarna tournee. Ulrikequade.nl

Extra: Het voordeel van poppen

Ze kunnen niet praten, maar wel meer over de wereld zeggen dan wij. Dat is zo'n beetje hoe Ulrike Quade (foto) tegen de poppen aankijkt die ze in haar theatervoorstellingen gebruikt. 'Juist omdat je tot een pop meer afstand hebt dan tot een acteur, accepteer je van een pop veel meer. Je reageert vrijer: als er iets vreselijks met een pop gebeurt, is het publiek ontroerd, maar durft het ook te lachten.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden