Dit is geen meningenmoeras meer, maar een meningenzwijnenstal

null Beeld
Beeld

Ik wandel naar het park om van de zon te genieten en als ik de straathoek ben omgeslagen, stap ik opeens een gigantische nachtmerrie binnen. Een man valt neer - hartstilstand - en zijn zoontje van een jaar of 5 oud, die ernaast staat, zet het op zo'n ontredderd brullen dat wij, omstanders, meteen in snikken uitbarsten.

Even verderop in het park wordt er gebarbecued, joggen mensen hun rondje, liggen anderen in het gras te bruinen.

Voordat ik de hoek van de straat was omgeslagen en deze nachtmerrie binnenstapte, had ik in mijn hoofd veel ruimte over voor gepeins over commentatoren die graag beweren dat maar weinigen een causaal verband durven te leggen tussen de islam en terrorisme. Die worden witheet als iemand een lijn ontwaart tussen terrorisme en internationale politiek of sociaal-economische omstandigheden. Wat deze commentatoren eigenlijk willen zeggen: iedereen moet mijn absolutistische visie op de islam als enige bron voor terrorisme delen en naar andere deelverklaringen luister ik niet, want dat geeft mij te veel denkwerk.

De ogenschijnlijke willekeur van de dood is gelukkig altijd een abstractie voor mij geweest. Iets waarover ik in boeken las. Nu zie ik dit jongetje zijn keel schor brullen om zijn vader die er een paar minuten geleden nog wel was en nu niet meer. Politieagenten zijn bij zijn vader neergeknield en proberen het hart weer aan de gang te krijgen.

Een dag eerder ontving ik een mailtje van een collega die mij waarschuwde voor het 'meningenmoeras' dat de columnistiek is. 'Als ik jou was, zou ik gaan kiezen om het te laten zien, wat je wilt zeggen. Je netwerk gebruiken, van je kantoorstoel af en over je onderwerp schrijven, nadat je er naast hebt gestaan.'

Wijs advies. Eigenlijk zouden alle andere handelaren in meningen zo'n mailtje moeten ontvangen.

Twee vrouwen proberen het jongetje te troosten. Ik sta ernaast, ik ben als het ware van mijn kantoorstoel afgekomen om een ervaring op te doen, maar het lukt mij niet helemaal om de juiste woorden te vinden voor deze tragedie die zich voor mij afspeelt. Het enige wat ik kan denken: waarom moeten dit jongetje en deze man dit overkomen, uitgerekend op deze mooie dag? Het is een graadje of 24.

Voordat ik straathoek omsloeg en deze nachtmerrie binnenstapte, nam ik op mijn telefoon sociale media door. Het wemelde er van paranoïde geklets over een automobilist die op het Amsterdamse Centraal Station acht mensen had aangereden.

De man was onwel geworden, meldde de politie. Maar volgens de commentatoren op sociale media was er meer aan de hand. Commentatoren: waarom durft niemand in dit land - behalve wij - te zeggen dat hier sprake is van islamitisch terrorisme?

Niemand durft de islam ergens de schuld van te geven en ondertussen geven we de islam overal de schuld van, ook als de islam helemaal nergens schuld aan heeft.

Dit is geen meningenmoeras meer. Dit is een meningenzwijnenstal en sommige commentatoren rollen er tevreden in hun eigen vuil rond.

Ik loop weg van het tafereel in het park en bel mijn vriendin en zeg dat zij en mijn zoontje nu nu nu! naar mij toe moeten komen want ik was net getuige van mijn grootste angst: doodgaan en een jong, hulpeloos kind achterlaten.

Het gebrul van het kindje heeft alle ruimte in mijn hoofd ingenomen. Al dat voos gepraat van commentatoren over terrorisme is weggedrukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden