'Dit is de springplank voor heel Afrika'

Buitenlandse bedrijven komen als vliegen op de stroop op de groeieconomie van Angola af. Paul Ang, een Chinese Braziliaan: 'We bouwen alleen nog peperdure villa's.'

Paul Marcius Ang is de mondialisering in eigen persoon: een succesvolle Braziliaanse aannemer die zich in de Angolese hoofdstad Luanda heeft gevestigd; zijn ouders kwamen een halve eeuw geleden uit China via Indonesië naar Brazilië. Paul Ang maakte in een paar jaar tijd een fortuin in Angola met grote bouwprojecten en cementfabrieken.


Ang kwam in 2005 met een Braziliaanse handelsdelegatie een kijkje nemen in Angola en was meteen verkocht: hij zag het begin van een heuse bouwexplosie, gefinancierd uit de olie-inkomsten. In 2006 vestigde hij zich in Luanda en bouwde honderden woonhuizen en een winkelcentrum.


Hij verdiende er geweldig aan, maar de laatste jaren wordt er een overschot gebouwd, zegt hij. Bouwondernemingen uit Portugal, China en Brazilië zijn als vliegen op de stroop af gevlogen. 'We stoppen nu met de bouw van appartementen voor de middenklasse, we gaan alleen nog echt peperdure villa's bouwen.'


Paul Ang heeft een eigen villa gebouwd op het uitgestrekte bedrijfsterrein van zijn onderneming Genea Angola. Zijn 'mini-koninkrijk' ligt 25 kilometer buiten het centrum van Luanda, maar de rit in zijn luxe-terreinwagen duurt drie uur kruipend rijden in de file.


Eén supermarkt

'Ik kom zo weinig mogelijk in het centrum. Toen ik hier aankwam, had je dat verkeer niet; er was niets, geen restaurants, ik vond één supermarkt. Groente en vlees voor onze arbeiders kochten we buiten de stad bij kleine boeren. Tegenwoordig is er alles en rijdt iedereen in auto's rond; het staat altijd stil in het centrum en op de uitvalswegen.'


Maar soms moet hij wel naar de stad voor overleg op ministeries en bij banken, zoals vandaag; hij heeft alle gesprekken voor deze maand op een dag gepropt. Gelukkig kan hij met zijn smartphone overal internetten, mailen en bellen - dus hij werkt gewoon door in de file. Het ene gesprek gaat in het Portugees, dan plotseling in het Chinees, en ook Engels komt voorbij tijdens de rit.


Tegelijkertijd vertelt hij over zijn ouders, die het avontuur kozen. Eerst gingen ze uit China naar Indonesië, op de vlucht voor het communisme. Zijn vader importeerde kleding uit Taiwan. Maar na een paar jaar stapte de familie op een Nederlandse schip naar Brazilië. 'Er zaten vijftig families op dat schip, alle op zoek naar een vrij land met een toekomst.'


Zijn vader begon een kippenboerderij even buiten Sao Paulo. 'Hij begon met 120 kippen en had er weldra 120 duizend. Hij kon al zijn vier kinderen een goede opleiding geven. Hij is voor mij altijd een voorbeeld geweest: hard werken jongen, nooit lui zijn. Ik ben naar Afrika gekomen om in zijn voetsporen te treden: een fortuin maken in een nieuw land.'


Dat was op zich niet nodig. Ang had in Brazilië een eigen bouwonderneming opgericht in 1972 na zijn studie bouwkunde en was rijk geworden als projectontwikkelaar. Zijn twee broers hebben het Braziliaanse moederbedrijf overgenomen. Zijn twee zoons kwamen mee naar Luanda, maar ze zijn weer vertrokken, naar Londen om verder te studeren. 'Jammer, maar begrijpelijk.'


Cement is nu zijn speerpunt. Afgelopen najaar opende hij een grote cementfabriek tussen de havenplaatsen Lobito en Benguela. Hij heeft er 100 miljoen dollar in geïnvesteerd. Er werken 600 personeelsleden, zegt hij. 'Bij onze bouwprojecten bleek 40 procent van onze import te bestaan uit cement. Daarom besloot ik het zelf te gaan maken. We begonnen op ons bedrijfsterrein in Luanda, maar al snel bleek de haven zo verstopt te raken dat je soms zes weken moet wachten voor een schip met grondstoffen kan worden gelost - daarom zijn we uitgeweken naar Benguela. Daar bleken de grondstoffen ook nog eens voor een groot deel in de grond te zitten.'


De bouwonderneming en de cementindustrie zijn officieel Angolese bedrijven geworden. Ang ging daartoe joint ventures aan. Met wie, dat is bedrijfsgeheim, zegt hij. 'Laten we zeggen dat de aandeelhouders Angolese staatsburgers zijn.' Het is ook een politiek gevoelige kwestie, want de meeste Angolese investeerders komen uit de politiek en de legertop. De familie van president Dos Santos voorop, plus de bestuurders van de staatsoliemaatschappij Sonangol.


'Geen Angolezen'

'Alles wat hier tot stand wordt gebracht, is op de een of andere manier te danken aan Sonangol', zegt Ang. Als je in Angola werkt, is het ook het beste om een Angolees bedrijf te worden, vindt hij. 'Maar ik stel één voorwaarde: geen Angolezen in mijn management.'


Ang: 'Angolese werknemers neem ik aan omdat het nu eenmaal moet en ik best werk wil scheppen. Maar ze hebben geen opleiding en ze blijven ook zonder boe of ba twee dagen weg - en er zijn er ook die helemaal niet meer komen opdagen.'


Hij werkt bij de vele bouwprojecten van zijn bedrijf het liefst met Chinese arbeidskrachten, die door Chinese uitzendbureaus naar Angola worden gehaald. 'In het begin was dat driekwart van de werknemers, nu iets minder dan de helft, omdat we meer Angolezen moeten aannemen van de overheid.' Het totale aantal Chinese werknemers in Angola wordt op 250 duizend geschat. 'Chinezen komen hier om zo veel mogelijk te werken, want ze worden per uur betaald.'


De werkauto van Paul Ang bereikt in het donker het hoofdkwartier van zijn bedrijf Genea Angola: in het glazen kantoor zijn de Braziliaanse architecten nog aan het werk en ook een jonge Portugese bouwkundige. De bedrijfskantine is vrijwel verlaten: het diner voor het personeel is al achter de rug. Op het terrein wijst Ang naar woonblokken met appartementen: aan de ene kant voor de Brazilianen (vooral in leidinggevende posities) en de andere kant de verblijven voor de arbeiders uit Azië - China, Maleisië, de Filipijnen en India.


Paul Ang overziet zijn koninkrijkje en zegt: 'Dit is best indrukwekkend, maar ik ben hier niet gekomen voor Angola. Wat je hier ziet is een springplank voor heel Afrika. Ik ben begonnen in Angola omdat de voertaal hier ook Portugees is, net als in Brazilië, maar ik geloof dat overál in Afrika de zaak in beweging is gekomen. Voor projectontwikkelaars liggen gouden tijden in het verschiet.'


Paul Ang projectontwikkelaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden