Interview

Dit is de redder van de hedendaagse jazz

Hier is hij: saxofonist Kamasi Washington, de redder van de hedendaagse jazz.

Kamasi Washington in Eindhoven: `Als ik met mijn versie meer mensen naar Debussy kan laten luisteren, is mijn missie geslaagd.'Beeld Ivo van der Bent

Het was een imposante zegetocht die Kamasi Washington (34) begin deze maand langs de Nederlandse podia maakte. De tenorsaxofonist uit Los Angeles gaf met zijn achtkoppige band een reeks concerten van zeldzame zeggingskracht. Opzwepend als de beste Afrofunk van Fela Kuti. Met solo's die spiritueel en zoekende waren zoals die van John Coltrane midden jaren zestig. En dat alles met een presentatie die tegelijk open, uitnodigend en dwingend was, zoals de concerten van James Brown in zijn meest funky jaren.

Hoe absurd het ook mag lijken, tijdens de eerste grote tournee van Kamasi Washington met zijn band kon je niet om vergelijkingen met de allergrootsten heen. Hier werd jazzgeschiedenis geschreven. Ja, jazz. Want hoewel Washington zelf de term jazz te beperkt vindt en veel jazzpuristen zullen neerkijken op het lage improvisatiegehalte in zijn muziek, speelde de band zoals dat hoort in de jazz: elkaar de ruimte latend, steeds op de juiste momenten inspelend en waar nodig de boel lekker opstokend. De wisselwerking tussen Washington met zijn gedreven solo's en het publiek dat zich erdoor naar hogere sferen liet meevoeren, past in een lange jazztraditie.

Kamasi Washington.Beeld Ivo van der Bent

Feestelijk en opzwepend

Net als Snarky Puppy, het New Yorkse collectief dat tegelijkertijd Nederland aandeed, wil Washington jazz op het podium weer feestelijk en opzwepend maken. Wat zich ook in zijn geval uitbetaalde in een voor jazzconcerten behoorlijk jong publiek.

Dat publiek kende Washington misschien al van zijn samenwerking met danceproducer Flying Lotus en rapper Kendrick Lamar. Want het waren hún platen waarop Washington al schitterde voordat in mei van dit jaar zijn in alle opzichten grootse albumdebuut The Epic verscheen.

Vier avonden vernieuwend

Het 4-daagse popfestival Le Guess Who? begon als kleinschalig concertavondje ter ere van de levendige Canadese popmuziek van de jaren nul. Inmiddels is Le Guess Who? een vooraanstaand binnenfestival voor vooruitstrevende popmuziek, dat tot in de VS wordt gevolgd. De editie van vorig jaar was legendarisch, dus de verwachtingen voor dit jaar zijn hoog. In deze V blikken we vooruit en tippen we alvast.

Le Guess Who?, 19 t/m 22/11, op dertien podia in Utrecht.
Kamasi Washington, zaterdag, TivoliVredenburg.

Drie cd's van elk een uur besloeg dit debuut. Het werd internationaal meteen bejubeld als een van de meest ambitieuze en veelzijdigste platen van 2015, ook al was dat jaar pas vijf maanden oud. Washington speelde het drie uur durende The Epic vol met drie dozijn muzikanten, waaronder een strijkensemble en een heus koor.

Met deze groep mensen blies hij zich snoeihard een weg door de zwarte muziekgeschiedenis van de laatste vijftig jaar. Elk nummer had een andere referentie, maar alles klonk zo goed eigengemaakt, zo bezield en zo gedreven, dat je de namen John Coltrane of Sun Ra bij elke nieuwe luistersessie dunner geschreven zag staan. Anders gezegd: Kamasi Washington heeft met The Epic de termen jazz, soul en funk van een nieuwe dimensie voorzien.

Hadden we dit dan niet zien aankomen? De voortekenen waren goed.

Sleutelfiguur

Zo was er eerder dit jaar al zijn bijdrage aan Kendrick Lamars album To Pimp a Butterfly. Toen dit in maart verscheen, waren critici het er al snel over eens: de Californische rapper had een heus meesterwerk afgeleverd. Tekstueel scherp, maatschappelijk betrokken en muzikaal rijker dan de meeste platen van zijn vakbroeders. Het was zo'n plaat om met het tekstvel op schoot en de koptelefoon keer op keer dieper op je te laten inwerken.

Eenmaal in de muziek verzonken ging je langzaam nog iets anders opvallen. Namelijk hoe belangrijk de strijkers- en blazersarrangementen in Lamars composities waren. Wie had die gemaakt? Kamasi Washington, een naam die we vorig jaar ook al tegengekomen waren op het album You're Dead van danceproducer Flying Lotus.

Deze Steven Ellison, zoals Flying Lotus heet, is eigenlijk de sleutelfiguur in de loopbaan van Kamasi Washington tot nu toe. Want hij was het die de saxofonist vijf jaar geleden al uitnodigde om een plaat te maken voor zijn eigen label Brainfeeder.

'Ik vroeg hem nog wat voor een plaat hij in gedachten had. Want hij leek me toch meer van de elektronische muziek. Maar dat mocht ik helemaal zelf bepalen', legde Washington daags na het verschijnen van The Epic uit. Op het scherm was hij precies die knuffelbeer, de goedlachse man boordevol energie en ideeën, zoals die een half jaar later in Afrikaans gewaad op het podium zou staan.

John Contrane-competitie

Ellison kent hij al jaren. Ze ontmoetten elkaar toen Washington (34) - die opgroeide als zoon van een muziekleraar - als tiener een keer meedeed aan een John Coltrane-competitie. 'Steven was daar met Ravi, de zoon van John en Alice Coltrane, van wie hij zelf weer een verre neef is.'

Neven, nichten, schoolvrienden, collega's van ouders: Washingtons loopbaan blijkt een opeenstapeling van verhalen waarin familiebanden en vriendschappen een cruciale rol spelen. 'Ik speel al jaren samen met dezelfde jongens. Ik ken mijn drummer Ronald Bruner al sinds hij kleuter was, want mijn vader was bevriend met papa Bruner. Zoon Ronald had een oudere broer en dat was dus bassist Thundercat. Die zat weer bij Brainfeeder van Flying Lotus, die met mij in zee wilde.'

Maar het zou een paar jaar duren voordat Washington er klaar voor was. Met een stuk of tien vrienden die allemaal ook weer hun eigen muzikale projecten hadden, sloot hij zich een maand lang op in een studio in Echo Park, Los Angeles. Daar kwam zo veel muziek uit dat er eigenlijk geen chocola van te maken viel. 'Eigenlijk waren het zeven losse projecten, waarvan The Epic er uiteindelijk één was.'

Tip: Ought

Joost mag weten hoe ze het deden, maar gitaarband Ought uit het Canadese Montreal is erin geslaagd zowel de grimmige boosheid van The Fall als het plezant onverschillige 'whatevergevoel' van Pavement op de staart te trappen op Sun Coming Down, hun tweede album van volwaardige lengte, een liedjesplaat tussen de abstracte klanktapijten waarom hun label Constellation Records bekendstaat. Wat een heerlijk gitaarbandje.

Ought, vrijdag, Pandora.

Vriendenclub

Washington beloofde in mei dat er snel albums zouden verschijnen van zijn bassist Miles Mosley en toetsenist Brandon Coleman. Maar een half jaar later zijn die er nog altijd niet. Mogelijk slokt het optreden van de band, door Washington West Coast Get Down gedoopt, de muzikanten te veel op.

Dat zijn bandleden zelf ook tot bijzondere dingen in staat zijn, bewijzen ze in elk geval wel tijdens de optredens. Regelmatig doet Washington een stapje terug om zijn pianist even in de huid van McCoy Tyner te laten kruipen of laat hij Bruner net wat langer trekken aan de bassnaren dan nodig is.

Een vriendenclub, vertelde hij in mei al. Maar dan aangevuld met de vader van de bandleider, want ook papa mocht van zijn zoon een stukje meeblazen. Rickey Washington speelde een paar nummers op sopraansax en dwarsfluit. Wat het aandoenlijke beeld gaf van een trotse vader en zoon die elkaar liefdevolle blikken gunnen.

(Tekst gaat verder onder foto).

Tip: Terzij de Horde

Vaste prik op Le Guess Who?: een flinke stoot knetterharde muziek uit de onderstroom. Het optreden van de Utrechtse blackmetal- en postrockband Terzij De Horde mag niet gemist worden. De band stelde zelf een avond samen in het sfeervolle podium in oefenruimtecomplex dB's, en daar zal de zwartgalligheid van de muren gaan druipen. Terzij De Horde bracht onlangs de prachtplaat Self uit, die niet eens ondoordringbaar klinkt.

Terzij De Horde, vrijdag, dB's.

Kamasi Washington.Beeld Ivo van der Bent

Hiphop

Het was ook Kamasi's vader die hem de eerste liefde voor jazz bijbracht, al kreeg zijn zoon al snel andere interesses. 'Zoals iedereen bij mij op school groeide ik op met hiphop. Dat is eigenlijk altijd een essentieel deel van mijn muzikale dna gebleven. Jazz en hiphop hebben ook zo veel gemeen. In hiphop worden stukjes uit andere muziek gesampeld en hergebruikt. Dat deden de grote jazzmuzikanten ook al. Ze namen een populair deuntje als basis voor hun eigen muzikale improvisaties.'

Washington speelde ook even sax in de band van Snoop Dogg, 'slechts een paar noten per optreden, dodelijk saai eigenlijk', om zich de laatste jaren weer volledig op jazz te focussen. Hij speelde in de band van drummer Harvey Mason, met wie hij vorig jaar ook in Amsterdam optrad. 'Ja, toen was The Epic al zo goed als klaar, maar dat wist nog niemand. Ik heb altijd zo veel mogelijk willen spelen, alleen dan leer je de kneepjes van de jazz.'

En door veel je oor te luisteren te leggen bij andere muziek, voegt Washington eraan toe. Hij hoeft niet zo nodig de hele dag jazzcats om zich heen. Graag verneemt hij wat zijn labelbaas aan elektronische muziek uitbrengt. En gaat hij eerder dit jaar in op de uitnodiging van Brainfeeders Thundercat om mee te doen op diens nieuwe plaat, terwijl het verblijf in de studio van Kendrick Lamar hem lang zal heugen als 'even maf als inspirerend'.

The Epic was voltooid en lag te wachten op release toen dat verzoek dus kwam. 'Kendrick was niet tevreden. Hij wilde violen, blazers en een warm jazzgevoel in wat uiteindelijk best veel nummers werden.'

Zenuwen

Aanvankelijk zou Lamar alleen het lange, laatste nummer van To Pimp a Butterfly van een strijkje voorzien. Vooral om de stem van Tupac die erin te horen is meer lading te geven. Maar elke dag kwam er een verzoekje bij.

'Of ik hier niet nog wat aan kon verfraaien of daar niet nog wat mee kon. Waarschijnlijk wel, maar ik mocht de muziek niet mee naar huis nemen. Die mocht de studio niet uit. Alles moest ter plekke worden bedacht en uitgevoerd, dat heeft me veel zenuwen gekost, maar was tegelijkertijd goed voor mijn improvisatievermogen.'

Eigenlijk zou Washington met Kendrick Lamar samen wel een hele plaat willen maken, zo vertelde hij in mei van dit jaar. Maar misschien is het wel beter dat ze het vervolg van hun carrières voorlopig even zonder elkaar voortzetten. To Pimp a Butterfly en The Epic vormen samen een buitengewoon knap geconstrueerd muzikaal tweeluik, een hoogtepunt van 2015. En als je Washington zo gepassioneerd ziet spelen als eerder deze maand in het Amsterdamse Bitterzoet, dan ben je toch ook erg blij dat de kleine Kamasi destijds van een neefje een cassette kreeg met jazzmuziek van Lee Morgan en Art Blakey. 'Zo kwam ik toch weer terug bij de jazz. Maar best kans dat ik anders heel andere muziek was gaan maken.'

Kamasi Washington.Beeld Ivo van der Bent

Apostel

Hiphop of misschien wel klassiek. Een van de vele hoogstandjes op The Epic, ook live, is Clair de Lune, een bewerking van het stuk van Claude Debussy. 'Wonderschoon. En als ik met mijn versie meer mensen naar Debussy kan laten luisteren, is mijn missie geslaagd.'

Missie ja, want dit is wat Kamasi Washington eigenlijk vooral wil zijn: een apostel van zijn zelfgeschreven evangelie. 'Dat heeft niets met religie te maken. Muziek is voor mij belangrijker dan dat en veelomvattender dan jazz alleen.' Maar, zo erkende Kamasi Washington in mei al, vereerd is hij wel als hij weer ergens leest dat hij de messias van de hedendaagse jazz is. 'Ik hoop dat ik kan voldoen aan de verwachtingen die dat met zich meebrengt.'

Nou en of, bewees hij deze maand.

Kamasi Washington, zaterdag. TivoliVredenburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden