Dit is de eeuw van de rivaliteit op zee

Zoals sommige Nederlanders hele dagen vullen met het spotten van vliegtuigen bij Schiphol, zo zijn er Turken die bij wijze van hobby passerende schepen in de Bosporus observeren. Met enige opwinding meldde een van die Turkse spotters begin deze week dat hij twee oorlogsschepen had zien langskomen die in zijn lange ervaring nog nooit eerder de doortocht van de Middellandse Zee naar de Zwarte Zee hadden gemaakt, namelijk een destroyer en een fregat van de Chinese marine.


Er kwamen onmiddellijk speculaties op gang. De schepen, die al eerder de aandacht hadden getrokken toen ze door het Suezkanaal kwamen in gezelschap van een derde oorlogsbodem, zouden militair materieel hebben afgeleverd in Syrië. Er zou een gezamenlijke Russisch-Chinees-Syrische marineoefening op stapel staan. Bij nader inzien was dat allemaal niet het geval. Drie dagen na de doortocht door de Bosporus arriveerde een van de Chinese schepen in het Roemeense Constanta voor een gepland bezoek. Het andere schip meerde aan in een Oekraïense haven. Er werden geen onverkwikkelijke activiteiten waargenomen.


Het neemt niet weg dat de aanwezigheid van Chinese oorlogsschepen in dit deel van de wereld zeer uitzonderlijk is. En aangezien vlootbewegingen zich nooit zomaar voordoen, zeker niet als het Midden-Oosten in het geding is, moet er op z'n minst een boodschap in worden gelezen. Die boodschap luidt dat voor de Chinese militaire macht letterlijk geen zee meer te hoog gaat. De marine vormt het speerpunt van die militaire macht. Daarin heeft Peking de afgelopen jaren bij uitstek geïnvesteerd.


Werden oorlogen in de vorige eeuw hoofdzakelijk te land gevoerd, in de 21ste eeuw zullen krachtmetingen tussen rivaliserende mogendheden zich vooral ter zee afspelen, zo heeft Robert Kaplan de verschuivende mondiale machtsverhoudingen gekarakteriseerd. Dat komt doordat niet langer het hart van Europa de primaire arena is, maar het zeegebied van Oost- en Zuidoost-Azië met al zijn cruciale scheepvaartroutes en botsende territoriale claims. En met als brandpunt de Zuid-Chinese Zee, waar niet alleen grote olie- en gasvoorraden liggen, maar die voor alle Oost-Aziatische landen van groot belang is als handelsroute. Door de Straat van Malakka passeert inmiddels al zes keer zoveel olie richting Oost-Azië als door het Suezkanaal richting Europa.


Geen wonder dat China's claim op bijna de gehele Zuid-Chinese Zee, tot aan de kusten van Maleisië en Singapore, alom in de regio onrust wekt. Temeer daar Peking niet terugschrikt voor het scheppen van voldongen feiten. Twee weken geleden werd een van de Paracel-eilandjes, een mini-archipel die door meerdere landen wordt geclaimd, verheven tot garnizoensplaats, een teken dat de Chinese annexatie als onomkeerbaar moet worden beschouwd.


Het zou fijn zijn als we in Europa konden zeggen: dit speelt zich ver van ons bed af, laten wij ons concentreren op onze eigen problemen. Helaas, die luxe hebben we niet. Oost-Azië is voor Europa praktisch een even belangrijke handelspartner geworden als Noord-Amerika. Driekwart van de handel gaat over zee. Het is dus ook een Europees belang dat de scheepvaartroutes in het Verre Oosten open en veilig blijven en niet volledig worden beheerst door een autocratische mogendheid met aspiraties waarvan de reikwijdte ongewis is.


Maar wat kan Europa doen? De aanbevelingen die opborrelen uit denktanks en beleidsraden, stemmen niet bepaald vrolijk. Kenmerkend is een recente notitie van de Duitse expert May-Britt Stumbaum, in Nederland uitgebracht door Instituut Clingendael. Een notitie vol met eurospeak die als een agoog op je afkomt. Europa kan een positieve rol spelen door zijn eigen integratiemodel ten voorbeeld te stellen en zijn ervaring op het gebied van 'niet-traditionele veiligheidszaken' in te brengen, aldus Stumbaum. Het strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en China moet worden geïntensiveerd, maar ook is het zaak de 'coördinatie' met de VS te verbeteren. Kortom, veel institutioneel geknutsel.


Een begrip dat angstvallig wordt vermeden in deze analyse, is macht. Zelfs de term soft power, waarmee Europeanen voorheen zo graag goede sier maakten, valt niet. Begrijpelijk overigens, want om 'zachte macht' te kunnen uitoefenen moet je tenminste kunnen bogen op een florerende economie en/of een wenkend politiek perspectief. Die laten het helaas even afweten.


Ook voor de rol van conflictoplosser is een zeker gewicht vereist, dat Europa momenteel ontbeert. Met al hun sores en hun slinkende defensiebegrotingen genieten de Euopeanen weinig aanzien in Oost-Azië. China's buurlanden zijn in elk geval tot de slotsom gekomen dat ze voor tegenwicht nog altijd het beste kunnen aankloppen bij de VS. Dat streven naar tegenwicht zou ook Europa moeten aanspreken, al zijn we nog zo gesteld op een goede relatie met Peking.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden