Beschouwing

'Dit interieur is met chirurgische precisie gecomponeerd'

De fotograaf Jeff Wall baseerde zijn Destroyed Room op een werk van Delacroix. Opvallend genoeg hebben twee schilderijen die in niets lijken op zijn foto, er óók veel mee te maken.

Jeff Wall, The Destroyed Room, Transparency in lightbox, 1978. Beeld Jeff Wall

In 1978 maakte fotograaf en beeldend kunstenaar Jeff Wall (68) zijn eerste 'lichtbakfoto' - zo noem ik maar zijn foto's die, net als in de abri's op straat, van de achterkant worden verlicht. Het werk heet The Destroyed Room 1 en toont een kamer met daarin een woestenij van kleding, meubilair en beddegoed.

Wat is hier gebeurd? Heeft hier een echtelijke ruzie gewoed, of heeft een eenzame en verdoolde ziel het eigen interieur aan gort geslagen? Ik vermoed het laatste.

Uit de rondslingerende kleding is op te maken dat hier een meisje of vrouw woonde. Ik stel me voor dat de bewoonster de kamer woedend en wanhopig heeft achtergelaten, om er nooit meer terug te keren. Misschien kwamen, zoals dat heet, de muren op haar af. Misschien wilde zij wraak op iemand nemen, maar wist zij niet hoe. Vervolgens sloeg zij in razernij haar toch al schamele bezit kort en klein.

Kort nadat ik het voor het eerst had gezien, ontdekte ik de clou achter The Destroyed Room. Het werk lijkt een spontaan genomen foto. Maar Wall en zijn assistenten hebben dit interieur met chirurgische precisie gecomponeerd. Tot in het kleinste detail is hier een ander, klassiek kunstwerk naar de vorm herschapen. Het zal niet veel hebben gescheeld of het team-Wall heeft de enscenering tot een goed einde gebracht dankzij maatstokken, vergrootglazen en wellicht pincetten.

De dood van Sardanapalus

Jeff Wall baseerde de compositie van The Destroyed Room op het schilderij De dood van Sardanapalus (1827) van de Franse schilder Eugène Delacroix (1798 - 1863), te zien in het Louvre in Parijs. De dood van Sardanapalus is een historiestuk. Delacroix beeldde de uitroeiing af van de hofhouding van deze wrede Assyrische heerser. Rebellen bestormden zijn paleis. Toen de vorst besefte dat hij de macht voorgoed zou verliezen, gaf hij zijn bedienden de opdracht iedereen aan het hof te vermoorden. Niemand bleef gespaard, ook niet zijn harem en zijn kinderen. Het schilderij laat zien dat Sardanapalus vanaf zijn kingsizebed onbewogen toekijkt bij het vermoorden van zijn personeel. Na die uitroeiing moest de vorst nog een vlekje wegwerken: zichzelf. Zijn zelfmoord moet hij, in het licht van het gruwelijke bloedbad, hebben beschouwd als een kleinigheid.

The Destroyed Room vervormt Delacroix' bloederige schilderij tot een naar binnen gekeerd horrortafereel. De hofhouding van Sardanapalus is bij Wall vervangen door onze kleine hofhouding der dingen. We zien op Walls macabere stilleven de nagalm van hedendaagse wreedheid: een anonieme sterveling, vast en zeker een grotestadsbewoonster, is ten onder gegaan aan eenzaamheid, verbittering en naar binnen geslagen agressie.

Ooit moet iemand van al die vernielde spullen hebben gehouden, zoals wij met een zekere achteloosheid houden van de voorwerpen en het meubilair waarmee wij ons bestaan stofferen. Met het vernielen van alle huisraad is ook de ziel uit deze verlaten kamer weggeslagen.

Feitelijk leeg is de kamer op Sunbeams (1900) van de meester van de 'eenzame interieurs', de Deen Vilhelm Hammershøi (1864-1916). Maar Sunbeams lijkt wel leger dan de vertrekken op veel andere werken van Hammershøi. Meestal staan de kamerdeuren op zijn schilderijen half of helemaal open en vangen we een glimp op van een vrouw - altijd een vrouw - die zich in een donkere gang haastig uit de voeten maakt. Ook als er niemand is te zien in zo'n leeg Hammershøi-vertrek, staan de deuren vrijwel altijd open.

In Sunbeams is de deur dicht. Via het raam tekent zich de scherp afgetekende zonnestraal uit de titel af. Het is een genadeloze zonnestraal. De reep schuin invallend licht lijkt een wond aan te brengen op de grofkorrelige vloer. Die vloer heeft net als de achterwand en de deur een onbestemde, niksige kleur. Hammershøi's verlaten kamer toont een leegte die zichzelf van de buitenwereld lijkt te willen afschermen. Alsof de kamer zich schaamt voor het ontbreken van meubilair en mensen.

Ooit moet in deze kamer enig leven zijn geweest. Maar bewoner of bewoners hebben de kamer stoïcijns de rug toegekeerd. Deze is niet zozeer verlaten, dat woord klinkt te neutraal, maar in de steek gelaten. En nu schaamt de kamer zich voor zichzelf.

Eugène Delacroix. De dood van Sardanapalus, 1827. Beeld Musée du Louvre

Zonlicht

Zou kunstenaar Edward Hopper (1882-1967) Sunbeams van Hammershøi ooit hebben gezien, of ook maar enig werk van hem hebben gekend? In Gail Levins vuistdikke en gedetailleerde Edward Hopper: An Intimate Biography (1995) ontbreekt Hammershøi in het register.

Ik citeerde in deze kolommen al eerder een uitspraak van Hopper die in kort bestek zijn oeuvre karakteriseert: 'Alles wat ik wilde was het schilderen van zonlicht op een muur.' In veel van de interieurs die hij schilderde valt inderdaad zonlicht op een muur, maar altijd is dat licht in gezelschap van mens en dingen. Tegen het einde van zijn leven, in 1963, maakte Hopper Sun In An Empty Room, waarin hij vrijwel uitsluitend dit gekoesterde zonlicht schilderde en niet zoveel meer dan dat. Nou goed, het zonlicht valt welbeschouwd op twéé muren. Maar anders dan in Hammershøi's Sunbeams is Hoppers lege kamer niet verlegen met zichzelf. Ik heb de indruk dat deze kamer niet op het punt staat om bewoond te worden, maar ooit bewoond is geweest.

Vaak wordt over Hopper beweerd dat hij stills van niet-bestaande speelfilms schilderde. Stills die onderhuidse spanning verraden. Er was op zijn schilderijen zojuist iets gebeurd of er stond iets te gebeuren. Dat 'iets' was vrijwel altijd onbestemd dreigend en naargeestig.

Vilhelm Hammershøi, Sunbeams, 1900.

Stille rouw

Maar de kamer op Sun In An Empty Room is dat nu juist niet. En er is geruime tijd geleden iets gebeurd. Iemand is hier overleden en een weduwe of weduwnaar bleef achter, in stille rouw. Nadien verliet de weduwe of weduwnaar het huis waartoe deze kamer behoort. Sindsdien is er iets van die langdurige en bestendige rouw in de kamer achtergebleven. Misschien rookten beide echtelieden en zijn de muren daarom ietwat morsig geel. Ooit moeten die muren helderwit zijn geweest. Maar het kalme huwelijksleven legde er in de loop van de jaren een vaal floers over.

Het is alsof Sun In An Empty Room lijkt te preluderen op het bijna veertig jaar ná 1963 gepubliceerde titelgedicht uit de bundel Totaal witte kamer (2002) van Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Dat gedicht opent met deze regels:

Laten we nog eenmaal de kamer wit maken

nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal

de kamer wit maken, nu, nooit meer later

Sun in An Empty Room, 1963, uit privécollectie.

Witte kamer

Kouwenaars Totaal witte kamer is een beheerste rouwklacht. Ik denk dat de ik-figuur in het gedicht hier geen voornemen uitspreekt. In plaats daarvan herinnert de 'ik' zich alle keren dat hij samen met zijn nu overleden geliefde in akoestische harmonie die kamer wit maakte. In zijn eentje wil hij dat nog een keer overdoen, en veinzen dat zijn geliefde nog steeds bij hem is.

Nooit meer zal het echtpaar deze witte kamer binnengaan. Met de dood van zijn geliefde is ook de witte kamer uitgewist en het wit is onbereikbaar geworden. Wat rest is die al even gedempt-verdrietige kamer van Edward Hopper. Ondanks het feit dat de muren zijn vergeeld, oogt die kamer waardig. Het is geen kamer die zich schaamt.

Sun In An Empty Room is het tegenbeeld van Jeff Walls The Destroyed Room. Hoppers werk visualiseert indirect het eertijdse (huwelijks)geluk dat Kouwenaar in Totaal witte kamer met een al even ingetogen waardigheid memoreert. Schilderij en gedicht zijn twee verwante rouwklachten. Sun In An Empty Room en Totaal witte kamer vormen eendere nabeelden van een gedempt, maar robuust en bestendig geluk. Lang vóór de vernieling moet dat geluk onder handbereik zijn geweest in Walls The Destroyed Room.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden