Dit ging er allemaal mis in de Deventer Moordzaak

De Deventer Moordzaak is al 18 jaar een aaneenschakeling van nieuwe feiten en verrassende wendingen. Het onderzoeksinstituut TNO concludeert nu dat het alibi van de veroordeelde, Ernest Louwes, kan kloppen. De belastingadviseur beweert al jaren dat hij kort voor het tijdstip van de moord reed op de A28 bij Harderwijk. Hij telefoneerde vanuit de auto kort met zijn cliënte, de 60-jarige weduwe Wittenberg.

Ernest Louwes verzet zich in het gerechtshof, na de uitspraak in 2004. Beeld anp

Omdat zijn mobieltje op dat tijdstip een telefoonmast in Deventer aanstraalde, moet Louwes in de buurt van de plaats delict zijn geweest, oordeelde het gerechtshof in 2004. TNO haalt die veronderstelling, waarop het vonnis voor een belangrijk deel is gestoeld, nu onderuit.

Twee jaar geleden ontdekte een rechercheur al een cruciale vergissing ten aanzien van het omstreden telefoongesprek. De verklaring van Louwes dat hij belde 'op de A28 ter hoogte van Harderwijk' is in het politieonderzoek abusievelijk geïnterpreteerd als een telefoontje vanuit 't Harde. Die fout werkte door in alle onderzoeken. 'Een cruciaal verschil', rapporteert de rechercheur. Contact tussen de A28 en de telefoonmast in Deventer is mogelijk dankzij 'een corridor tussen de heuvelruggen', die zich uitsluitend bevindt ter hoogte van Harderwijk. Vanuit 't Harde, 8 kilometer verderop, is dat contact niet mogelijk.

Verkeerd geïnterpreteerd

Ook het begrip 'nabuurlijsten' is verkeerd geïnterpreteerd. Onderzoekers vatten dat op als 'nabijgelegen telefoonmasten', maar in 1999, in het 2G-tijdperk, zocht een mobiele telefoon niet de dichtstbij gelegen mast, maar een frequentie. Die kon zowel worden opgepikt door masten dichtbij als ver weg. Bovendien stonden langs de route geen 'honderden' telefoonmasten, zoals getuige-deskundigen beweerden, maar slechts drie, waarvan eentje in Deventer.

Geconfronteerd met deze nieuwe informatie heeft getuige-deskundige J. Rijnders van KPN Security, die eerder een belastende verklaring tegen Louwes aflegde, tegenover de recherche afstand gedaan van zijn getuigenis. [Rijnders stelt dat andere getuige-deskundigen dat op basis van deze nieuwe informatie eveneens zouden moeten doen.]

Lees ook

Er is nieuw, ontlastend bewijs in de Deventer Moordzaak. Dat vergroot de kans dat de strafzaak tegen belastingadviseur Ernest Louwes wordt heropend.

Weersomstandigheden

Weersomstandigheden zijn bepalend bij het oppikken van een telefoonsignaal door een vergelegen mast. Maar ook in het onderzoek naar de weersomstandigheden hebben onderzoekers zich vergist; zij baseerden zich op het weerbericht van 20 december 1999, de dag waarop de politie de mogelijkheid van verre aanstraling had onderzocht. Het slachtoffer was toen al drie maanden dood.

Ook de datum van de moord zelf is omstreden. Al voordat het herzieningsverzoek werd ingediend bleek dat forensisch artsen op basis van foto's en onderzoeksverslagen uit 1999 constateren dat 'de paarsblauwe, in geringe mate wegdrukbare lijkvlekken' op het lichaam 'niet verenigbaar'zijn met de veronderstelde moorddatum. Ook waren Wittenbergs ogen nog te helder toen zij op zaterdag 25 september werd gevonden. De forensisch artsen gaan ervan uit dat Jacqueline Wittenberg niet op donderdag 23, maar op vrijdag 24 september 1999 is vermoord. Op die dag had Ernest Louwes aantoonbaar een alibi.

Bovendien moet het lichaam 6 tot 24 uur na de moord zijn verplaatst, stellen de onderzoekers. De ligging van het lijk klopt niet met de positie van lijkvlekken in de handen. Een verplaatsing heeft volgens hen plaatsgevonden naar de woonkamer vanuit de gang, waar vochtplekken zijn aangetroffen. Verplaatsing zou betekenen dat een onbekende op de plaats delict is geweest voordat het lichaam is gevonden.

Dna-bewijs

Ook woedt een felle discussie over het dna-bewijs. Ernest Louwes, die op de veronderstelde dag van de moord zijn cliënte 's ochtends had bezocht, is mede veroordeeld omdat zijn dna op de blouse van het slachtoffer is gevonden. Contra-experts beweren dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) uitgaat van veel te grote hoeveelheden dna, als gevolg van een foutieve berekening. En zelfs bij die grote hoeveelheid dna die het NFI aandraagt, hoeft volgens de contra-experts nog geen sprake te zijn van gewelddadig contact. Naar wie gelijk heeft, wordt nu onderzoek gedaan in opdracht van de advocaat-generaal die onderzoekt of de Deventer Moordzaak moet worden heropend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.