Dit gaat over jou

In Amersfoort rijden streng gereformeerde kinderen met lange rokken op fietsen naar school en steken onderweg hun middelvinger op naar voorbijgangers....

Het is een wonderlijk bericht. Net hadden we veiligheid op straat tot inzet van de verkiezingen gemaakt, en nou dit weer. Dachten we dat we alleen maar hoefden op te treden tegen Marokkaanse en Antilliaanse jeugdcriminelen, nu moeten we ook op jacht naar een bende christelijke kinderen met degelijke schoenen en schooltassen. De eerste maatregelen zijn inmiddels genomen: 'Agenten gaan flyers uitdelen.'

Voor het gemak is de discussie over veiligheid de laatste tijd gekoppeld aan de discussie over de multiculturele samenleving: als we alle Marokkaanse boefjes eens flink confronteren met Nederlandse normen en waarden, dan kunnen straks de zwembaden weer open. Maar hier, met de gereformeerde scholieren, hebben we een groep te pakken waarop alle aanbevelingen over inburgering afketsen. Nederlandser dan een leerling van een reformatorisch college in Amersfoort kun je immers niet worden. Wat ondernemen we dan tegen dit autochtone gespuis? Wat staat er precies in die flyers? Om een tip van de sluier op te lichten: de kinderen worden aangesproken 'in het teken van het fietsverkeer'.

Veiligheid op straat lijkt een handig verkiezingsthema. We tuigen de overheid op met verregaande bevoegdheden, we stellen minimumstraffen in, negeren de rechter, beperken de rechtsgang en we benoemen een officier van justitie tot lijsttrekker. Als we dan niet veilig over straat kunnen! Toch wordt er hier en daar al aarzelend op gewezen dat onze veiligheid bij de overheid niet vanzelfsprekend in goede handen is. De overheid staat immers niet altijd aan de kant van de burger: ze kan haar verregaande bevoegdheden gemakkelijk gebruiken om ons als burger juist te belagen. En dan loopt in het uiterste geval ons burgerschap zelf gevaar: niet alleen het toekomstig burgerschap van de immigranten, maar net zo goed het burgerschap van de autochtonen.

Laat ik meteen maar vertellen dat ik mijn eigen Nederlanderschap niet beschouw als een rustig bezit. Het staatsburgerschap behoort nu eenmaal niet tot ons wezen. Weliswaar doemt 'de Nederlander' in het allochtonendebat onveranderlijk op als een mythische held, een onverwoestbare eenheid van staatsburgerschap en inheemse cultuur. Maar zo onverwoestbaar, zo ondeelbaar is die eenheid niet. Zelf kom ik uit een familie die het Nederlanderschap al eens heeft bezeten, verloren, en weer teruggekregen. En ik moet zeggen, sedert ik de geschiedenis van dit overheidszwalken goed tot me heb laten doordringen, leef ik uiterst voorzichtig. Zelfs als ik af en toe op straat kom, gooi ik er nooit de vuilnisbakken om. Want anders dan de onbezorgde christelijke klieren van het Van Lodensteincollege houd ik de machtige overheid met al haar bevoegdheden graag te vriend. Voordat je het weet, ben je staatloos, en wat dan?

Het is vreemd dat in de discussie over multiculturaliteit zo weinig aandacht wordt besteed aan de betekenis van het Nederlanderschap. We zijn geneigd onszelf te beschouwen als Nederlandse burgers, en we vergeten dat dat burgerschap niet onverbrekelijk deel uitmaakt van onze identiteit. Het burgerschap is, zoals makelaars tegenwoordig zeggen, 'onderhandelbaar'; we moeten ons in deze verkiezingstijd goed realiseren dat alle nieuwe bevoegdheden die we aan de overheid verlenen om onze samenleving te beschermen, direct terugslaan op ons eigen staatsburgerschap. Kortom, we kunnen nu wel zo vriendelijk ons best doen het beeld van de allochtoon dagelijks te nuanceren - althans, misschien bent u een allochtoon, dan nuanceert u zichzelf al wel van nature, maar ik stel mijn beeld iedere dag bij - we zouden ook het beeld van de Nederlander eens moeten preciseren: er is een verschil tussen onze culturele en onze staatsrechtelijke nationaliteit.

Ik weet dat dit onderwerp niemand iets kan schelen. Toen we een aantal jaren geleden bij wet werden verplicht aan onze werkgever te vertellen waar onze ouders waren geboren, was ik van alle duizenden werknemers de enige die verhaal kwam halen bij mijn baas. Het ging erom, zei de man achter de balie bij personeelszaken, dat de werkgever wist hoeveel allochtonen er in dienst waren, en daartegen kon ik als klaarblijkelijke autochtoon toch onmogelijk bezwaar maken. We kwamen er niet helemaal uit, daar bij personeelszaken, maar gelukkig had de man een stok achter de deur: als ik het formulier niet invulde, zou hij op last van de overheid 60 procent van mijn salaris inhouden. Onder druk van de Nederlandse staatsmacht besloot ik toen mijn principes en mijn ouders te verraden en ik ondertekende het papier. Wel schreef ik als laatste protestdaad nog een brief naar de NRC. En omdat die brief door de redactie van de discussierubriek prompt werd uitverkoren om te worden beloond met een boekenbon ter waarde van 25 gulden, kon ik, alles bij elkaar opgeteld, de zaak afsluiten met winst. Hoort u mij klagen?

Wij vallen, dat wilde ik eigenlijk zeggen, niet samen met onze juridische status. Wij zijn niet alleen maar Nederlander, en wij moeten vanaf een afstand goed op ons Nederlanderschap passen. Wie zijn wij dan wel? Dat valt moeilijk te zeggen. De cabaretier Raoul Heertje deed onlangs vreselijk zijn best een universele voorstelling te maken, waarmee iedereen in zijn publiek zich kon identificeren: 'Je denkt dat dit gewoon een verhaaltje over een mannetje is', waarschuwde hij het publiek, 'je gaat straks fijn naar huis, en als je geluk hebt, mag je met je vrouw wippen. Maar het gaat over jou.' Die arme Heertje. Ik vermoed dat een aantal van zijn bezoekers zich in rare bochten heeft moeten wringen om zichzelf te zien als iemand die straks thuis met haar vrouw zou gaan wippen. Wij willen wel universeel zijn, maar wij kunnen het nog niet zo goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden