'Dit gaat over jou en mij. En over Bob Dylan'

Regisseur Todd Haynes laat in I'm Not There Bob Dylan spelen door zes acteurs onder wie een zwarte jongen en een vrouw....

Todd Haynes oogt grauw. De spanning, zegt hij verklarend, was extreem groot op de avond voor het interview. 'Geen enkel idee' had Haynes (46) hoe de wereldpremière van zijn nieuwe film zou vallen. 'De Bob Dylan-film' werd I'm Not There in de voorpubliciteit al maanden genoemd, en op het filmfestival van Venetië stond Haynes' werk als biopic in de folders. 'En dat is het niet', stelt de Amerikaanse filmmaker zuchtend.

'Ik bedoel: hij gaat net zo goed over jou en mij als over Bob Dylan.' Er was nog een probleem. I'm Not There is geïnspireerd op Bob Dylan, maar nergens wordt zijn naam genoemd.

'Ik was echt bang dat mensen dat niet zouden accepteren.'

In Venetië ontving de Bob Dylan-film die geen Bob Dylan-film is een luid applaus. Enkele dagen na het interview volgen de Speciale Jury Prijs voor Haynes, en de prijs voor de Beste Actrice voor Cate Blanchett - een van de zes acteurs die gestalte geeft aan een periode uit het leven van de voormalige protestzanger.

Zes, inderdaad. Onder wie een Australische vrouw (Blanchett) en een 13-jarige, Afro-Amerikaanse jongen.

'Er waren studiobonzen die het script woedend teruggaven', zegt Haynes in de tuin van Hotel des Bains. 'Die zeiden: waar is die fuckin' Bob Dylan gebleven?'

Ook de titel wekte afgrijzen. I'm Not There verwijst naar een onbekend lied van Dylan dat alleen als bootleg is verschenen. 'The Times They-are Changin werd een betere titel gevonden.'

Voor Haynes gaat I'm Not There 'als het goed is' over waar het bij Dylan om draait: voortdurende verandering, de transformatie van imago's en inhoudelijke koersen. De protestzanger die in de Here ging. En nog zo'n vijftien gedaanten aannam. 'Dat verhaal probeer ik te vertellen met een film die zelf ook steeds verandert. Geen lineair en rechtomlijnd verhaal, maar een vertelling die zes maal van toon en kleur verschiet. Met steeds een andere acteur in de rol van de hoofdpersoon. In de hoop dat het publiek het verhaal loslaat en de film ondergaat als een lied.'

Wie Haynes vraagt naar zijn preoccupatie met Dylan, krijgt een nogal abstract antwoord. Want echt iets met Bob Dylan hebben - dát is bij hem niet helemaal het geval. 'Mijn drijfveer om dit project te beginnen, zit in een moment. Of beter: in een gevoel. Dat bekroop mij jaren geleden, toen ik met mijn Honda New York uitreed, opgejaagd door het sentiment dat ik opnieuw moest beginnen. Plotseling was er een Dylan-lied. She's Your Lover Now. Mijn gevoel en die song schoven in elkaar.'

Tijdens zijn zoektocht naar geld legde hij keer op keer uit dat hij Bob Dylan in zes varianten wilde tonen. Als een zwarte jongen (Marcus Carl Franklin), een soort jonge Woody Guthrie die de armoede bestrijdt met folksongs. Christian Bale's Jack Rollins is een folkzanger die eindigt als een predikant. Ben Wishaws zoekende personage heet Arthur (geïnspireerd op Rimbaud), Cate Blanchett speelt Dylan, die in dit gedeelte Jude Quinn heet, als de megaster die besluit zijn status op te blazen om opnieuw vrij te zijn. Heath Ledger zet hem neer op de grens van jonge bohémien en beroemdheid. Richard Gere maakt van zijn oudere Dylan een Billy the Kid in een surreëel cowboydorp. Terwijl geldschieters argwanend reageerden - uiteindelijk werd de 20 miljoen dollar gefinancierd door de Weinstein Company -, kwam er in de herfst van 2000 uit onverwachte hoek een positief signaal. Bob Dylan, berucht vanwege zijn afkeer van media-aandacht, gaf te kennen dat hij Haynes' plan zag zitten. Daarmee werd hij de eerste speelfilmregisseur die mocht beschikken over de rechten over Dylans levensverhaal en muziek. Juist omdat hij dat verhaal niet als kant-en-klare waarheid zou presenteren.

'Ik maak films zoals ik vind dat ik ze moet maken', zegt Haynes. Met die houding overleeft hij al twintig jaar de commerciële wetten van de filmwereld, waar hij in 1987 met veel kabaal zijn opwachting maakte toen hij Superstar presenteerde, over het leven van de zingende broer en zus Karen en Richard Carpenter. Ook al zo'n vreemd pact van kunst en mainstream; Karen en Richard werden gespeeld door poppen - een Barbie en een Ken -, en hun pseudo-realistische avonturen doorkliefde Haynes met videobeelden van de Holocaust en de Vietnam-oorlog. Een claim van Richard Carpenter betekende een officieel verbod op Superstar. Haynes' naam was niettemin gevestigd - zijn debuut is door het vakblad Entertainment Weekly opgenomen in de lijst met 50 grootste culthits aller tijden.

Sindsdien is Haynes zijn eigen smaak blijven volgen. En de fascinatie voor de populaire cultuur bleef. 'Omdat ik met Velvet Goldmine een ode aan de glamrock heb gemaakt, en natuurlijk ook door mijn Douglas Sirk-ode Far From Heaven zien mensen me nu als de man die bekende onderwerpen annexeert en oppoetst. Eerlijk gezegd zegt dat me niets, zo'n imago. Mijn films gaan niet over liedjes of levens. Hoogstens wat die kunnen betekenen in hoofden van mensen. Hoe die eigen levens gaan leiden, en hoe dat collectieve bewustzijn voor ieder individu op specifieke plekken een andere kleur of klank heeft.‘

Dat is nou zo mooi aan Dylan, vindt hij. Dat die door geen mens ergens op vastgepind kan worden. 'Een film waarin hij één stem heeft, zou belachelijk zijn. Mijn keuze hem steeds anders te presenteren, is naar mijn idee de enige manier om zijn vrije geest te benaderen.' Daarbij komt dat Haynes een aversie heeft tegen de reguliere biopic. 'Ik voel me altijd volledig verward na dat soort films. Platgeslagen. Of ze nou over Tina Turner gaan, Ray Charles of Johnny Cash. Opgefokte reeksen van hoogte- en dieptepunten. Een legendarisch optreden. En dan, voor de publiciteit, nog een paar huiselijke taferelen.'

Na de Oscaruitreiking van 2003, waar Haynes' Far From Heaven voor vier Oscars was genomineerd, besloot hij echt werk van zijn Dylan-project te maken.

Hij las alles wat los en vast zat, en beluisterde duizenden opnamen - inclusief de meest obscure, illegale concertregistraties. Hij maakte het storyboard. ‘Ik wist toen al precies wat ik in Fellinistijl wilde draaien, en wat met de realistische kijk van D.A. Pennebaker.'

Sprak hij eigenlijk nog met het onderwerp van zijn film?‘ Dat heb ik bewust vermeden. Lijkt me zo ongemakkelijk, voor hem en voor mij. Het contact is indirect verlopen, via Dylans rechterhand Jeff Rosen en Dylans oudste zoon Jesse. Die vroegen me mijn idee voor de film op te sturen. Op een A4-tje. En ze gaven me handige adviezen.'

Zoals?

'Gebruik nooit het woord Genie. Noem hem niet De Stem van een Generatie. Doe iets met donkere poëzie.' Haynes kijkt tevreden richting zee. 'Ik heb me daar keurig aan gehouden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden