ANALYSEDE NIEUWE REALITEIT

Dit coronavirus laat zich niet bedwingen. We zullen moeten wennen aan de nieuwe realiteit

In het Leidse ziekenhuis LUMC is een kamer in gereedheid gebracht voor het geval er patiënten met het virus covid-19 moeten worden opgenomen.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Het was de week waarin het nieuwe coronavirus uit China om zich heen greep in Europa en voor het eerst opdook in Nederland. In Duitsland, Italië, maar ook in Iran en de VS lijkt er geen redden meer aan. Maar welke realiteit wacht ons als het nieuwe virus doorbreekt?

Het coronavirus heeft u allang getroffen. Het gaf u keelpijn en kriebelhoest, uw neus ging ervan lopen en u voelde zich beroerd. Maar vooruit. U nam een aspirientje en ging toch maar naar werk. Koutje gevat, zei u tegen collega’s.

Dit is al sinds mensenheugenis de realiteit. Ongeveer één op de acht keer dat u een verkoudheid oploopt, is een coronavirus de dader. Niet het nieuwe virus uit China, maar een van de coronavirussen die al lang geleden over de soortgrens heen sprong, van dier naar mens. Virologen kennen er daarvan vier, met namen als HKU1 en NL63 – het was in ons land waar men dat laatste virus identificeerde.

Corona in 1300

Best denkbaar dat zo’n sprong gepaard ging met gedoe, zegt viroloog Eric Snijder (LUMC) als je hem ernaar vraagt. In het begin is het virus nieuw voor de mens, en de mens nieuw voor het virus. Als twee tandwielen die niet goed op elkaar passen wrikt het en schuurt het dan; er gaan cellen kapot en misschien mensen dood. Zoiets gebeurde rond het jaar 1300, toen het coronavirus genaamd NL63 volgens genetische reconstructies de mens besprong, ergens ter wereld. Wellicht vielen er doden, was er een epidemie die vergeten is in de tijd. Misschien viel het mee.

Wellicht grote ellende, misschien valt het mee: het beschrijft ongeveer de situatie waarin de wereld zich momenteel bevindt. Het was de week waarin onder meer Duitsland en Frankrijk erkenden niet meer goed te overzien waar nieuwe ziektegevallen vandaan komen – een teken dat het virus zou zijn losgebroken uit de Aziatische besmettingsketen en ‘vrij’ rondwaart in Europa. Het RIVM houdt goede hoop en lijkt vastberaden het virus te weren. Maar achter de schermen begint de somberheid te overheersen. ‘Ik denk dat veel mensen de huidige situatie al als een pandemie beschouwen’, bekende WHO-arts en hoogleraar tropengeneeskunde Jimmy Whitworth enkele dagen geleden tegen de BBC.

De grootste troef van het virus is vreemd en diepzinnig tegelijk: namelijk, dat het zo mild is. Anders dan ebola, sars of de dodelijke vogelgriep H5N1 die in 1997 even de kop opstak in Hongkong, lopen de meeste mensen die ermee zijn besmet gewoon door. Daardoor zijn ze niet te herkennen en kunnen ze het virus doorgeven. In Zuid-Korea besmette een kwakkelende kerkganger honderden geloofsgenoten; in Beieren kuchte een rillerige cursusleider het virus over op haar cursisten.

Dreiging lijkt erger dan ziekte zelf

Daarin schuilt iets wat je goed nieuws zou kunnen noemen. Het virus is zo genadig om kinderen, jongeren en veruit de meeste nog werkzame volwassenen te sparen. Echt gevaarlijk wordt het pas achterin de zestig of voorbij de zeventig, en bij patiënten die al lijden aan diabetes, hartaandoening of kanker. De ziekte die we inmiddels covid-19 moeten noemen, ‘oogst’ vooral de al verzwakten. En al doet ze dat wreed en zonder genade, dat is een geluk bij een ongeluk. Zo zou men bijvoorbeeld extra maatregelen kunnen nemen om de risicogroepen extra te beschermen.

Daar komt iets bij: de dreiging lijkt erger dan de ziekte zelf. Het spierballenvertoon waarmee China het virus te lijf ging – na aanvankelijk kort te hebben weggekeken – is zélf besmettelijk gebleken. In Azië zijn de mondkapjes die men gewend is te dragen tegen smog een symbool van actiebereidheid geworden; en zelfs in Italië lijkt de afsluiting van hele dorpen meer geïnspireerd door zombiefilms dan door wetenschappelijk bewijs.

Zo is de virusbestrijding behalve noodzaak een prestigekwestie geworden, een zaak van politieke opschepperij: wie slaat de zweep het hardst? Met als gevolg dat er een rolwolk op ons afdendert vol griezelbeelden van mannen in maanpakken, chloorspuwende vrachtwagens en drones die je oma boos toespreken als ze zich zonder mondkapje op straat begeeft, zoals gebeurde in China. De hoosbui zelf kan haast alleen nog maar meevallen.

En het virus? Volgens een Zwitserse modelstudie komt de grote klap pas in het najaar, als het kwik weer daalt, de mensen kleumend (en snotterend) tegen elkaar kruipen en het virus niet meer wordt afgeremd door droogte en zonlicht. Net als andere longziektes kan de nieuwe ziekte in onze streken in golven komen: een boeggolfje nu, in het najaar de deining.

Een jaarlijks griep- en covidseizoen

Als het niet meer lukt de ziekte te smoren, is dit de nieuwe realiteit: een tweede griep. In plaats van het griepseizoen zullen we het hebben over het ‘griep- en covidseizoen’. Totdat ook dat verwatert, er naast de griepprik een jaarlijkse covidprik komt voor de oudsten, en het nieuwe virus een van de talloze anonieme griep- en verkoudheidsvirussen wordt die de mensheid nu eenmaal teisteren.

We lijken getuige van een historisch moment: een geheel nieuw seizoensvirus in wording. Maar denk aan de knarsende tandwielen. Pijn doet de entree van de nieuwkomer wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden