Dit ambacht is een zegen maar ook een vloek

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Meester-beeldsnijder Cees van Soestbergen las een artikel over steenhouwer Hans 't Mannetje en was verkocht.

Cees van Soestbergen in zijn atelier. Beeld Marijn Scheeres

Kon je wat op internet over me vinden? Niet veel. Ha, dat heb ik graag. Het liefst had ik dat er helemaal niets zou zijn. Ik houd van het idee anoniem te werken, dan kun je je helemaal concentreren. Ik stond een keer in de kathedraal van Amiens, bij die middeleeuwse koorbanken, die zijn zo verschrikkelijk mooi. Zo knap, kwalitatief geweldig, met zo'nonderliggend doordacht decoratieplan erachter. En toen dacht ik: wat jammer dat ik hier niet tussen heb gezeten. Ik wou dat ik in die tijd geboren was.

'Dit vak, dit ambacht is een zegen maar ook een vloek. Lichamelijk is het zwaar en financieel heb ik er niks aan over gehouden, maar ik doel eigenlijk op de geestelijke kant. Een historisch gebouw of interieur is vaak, zo noem ik het althans, 'in één adem gebouwd'. Door de jaren heen gaan er dingen kapot of verdwijnen; de adem van zo'n gebouw stokt. Als je gaat restaureren moet je je heel erg concentreren en proberen die adem weer op te pikken. Het doet een groot beroep op je verbeelding en dat moet je aankunnen.'

'Toen ik de opdracht voor het VOC-schip De Batavia kreeg, heb ik twee belangrijke dromen gehad. De eerste ging over hoe de beelden eruit zagen: in mijn droom was het schip klaar, nog helemaal in blank hout, en lag het hier in Amsterdam aan de kade. Ik kon er op mijn gemak naar kijken.

'De tweede ging over de betekenis. In die droom bracht ik een bezoek aan de Sint Jan in Den Bosch. Ik zag hoe de beelden daar gegroepeerd waren in lagen boven elkaar, van profane scènes op de grond tot heiligen hoog bovenin. Bovendien zag ik hun kijkrichtingen. De beelden merkten elkáár als het ware op en stuurden zo ook ónze blik. Daar heb ik later, toen ik ter voorbereiding in Stockholm onderzoek deed naar het beeldenprogramma van het geconserveerde schip De Vasa - een tijdgenoot van De Batavia en vergelijkbaar - veel profijt van gehad. Hoe die beelden met elkaar in contact staan op dat schip is weer een voorbeeld geweest voor De Batavia. Want je kunt wel dromen, maar vervolgens moet je natuurlijk onderzoek doen om te toetsen of het wel klopt.

'Ik kom uit een geslacht van houtbewerkers, dat gaat terug tot het begin van de 19de eeuw. Mijn vader werkte in de woningbouw tijdens de wederopbouw. Mij trok het fijne timmerwerk en vooral de werkplaats van mijn grootvader, die fijntimmerman en meubelmaker was. Als kind en jonge man kwam ik vaak op zijn atelier in Rijsenburg, waar wij woonden. Maar in eerste instantie wilde ik er helemaal niets mee te maken hebben, want mijn vader verliet ons gezin toen ik 12 jaar was. Wij bleven in armoede achter. Een tijd lang was het vak voor mij besmet.

'Ik ben iets heel anders gaan doen: eerst naar de landbouwschool, toen werd ik laborant bij diergeneeskunde. Maar dat hout bleef trekken. Ik ging in Duitsland naar de Fachschule für Holzschnitzerei in Berchtesgaden. Meer dan een jaar kon ik niet betalen. Terug in Nederland wist ik dat ik wilde snijden, dat moest linksom of rechtsom gebeuren. Maar waar moest ik beginnen?'

'Op een dag in 1975, ik was een paar weken aan het liften en zwerven geslagen, was ik in Amsterdam bij een vriend. Daar lag de Volkskrant en daarin werd de steenhouwer Hans 't Mannetje geïnterviewd. Hij gaf leiding aan een restauratie-atelier in de oude Joodse synagoge aan Nieuwe Uilenburgerstraat in Amsterdam: restauratieatelier Uilenburg. Hij had daar een aantal vakmensen verzameld die gezamenlijk grote restauratieprojecten aannamen.


'De volgende dag ben ik met dat artikel in mijn hand naar hem toe gegaan en heb gezegd dat ik een jaar was opgeleid in Duitsland, maar nu nergens werk vond. Hans zei: 'Dat is goed. Dan kom je maandag maar.'


'Ik was overrompeld. Die opdrachten, die synagoge, Amsterdam. Ik had altijd wel zo'n idee: er is ergens op de wereld een erf waar de zon steeds schijnt en waar het ambacht altijd wordt uitgevoerd en ze mij misschien kunnen gebruiken. En dan leven we allemaal in het aards ambachtelijk paradijs. Ik liep onder de poort door en ik dacht; nu heb ik het gevonden.


'Het rare is: ik heb het toen niet gedaan. Ik heb zelfs niets van me laten horen. Terug in Zwolle, waar ik woonde met mijn toenmalige vriendin - die dat Amsterdam helemaal niet zag zitten - ben ik ons huis gaan schilderen en heb het voor me uitgeschoven. Misschien vind je dat vreemd, maar ik heb altijd groot vertrouwen gehad dat wat er op je pad moet komen, toch wel komt.

Meestersnijder

Beeld- en ornamentsnijder Cees van Soestbergen (66) is één van de weinige ambachtelijke beeldsnijders en -leermeesters van Nederland. Hij werd bekend door het beeldenprogramma dat hij ontwierp en in tien jaar tijd uitvoerde met assistenten voor De Batavia: de reconstructie van het in 1629 gezonken VOC-schip dat in Lelystad is herbouwd. Ook maakte hij het beeldhouwwerk voor het Statenjacht De Utrecht. Op beide locaties leidde hij jonge vakmensen op. In zijn loopbaan als beeldsnijder werkte Van Soestbergen aan restauratieprojecten in vele historische panden en voor musea, onder meer voor het Rijksmuseum. Hij was tot 2004 praktijkdocent bij het Instituut Collectie Nederland. Ook reconstrueerde hij een 17de-eeuwse machine voor het maken van robbellijsten (houten lijsten met reliëf). Ik spreek hem thuis in zijn restauratie-atelier in hartje rosse buurt, Amsterdam.

'Na een half jaar kwam er een brief van Hans 't Mannetje. Ze hadden een heel grote opdracht; in een huis aan de Herengracht 48 moesten stijlkamers gerestaureerd worden. Hij herinnerde zich mij, had mijn adres bewaard en hij had me nodig. Toen ben ik gegaan.

'Daar kwam de ene mooie opdracht na de andere. Bovenlichten, kroonlijsten; een heel 17de-eeuws interieur voor het voormalig huis van de schilder Saenredam in Haarlem. Tochtportalen in de Oude Kerk, het was een walhalla. Ik werkte samen met Jan Snijders, een ongelooflijk goede, ervaren houtsnijder. Als ergens een ornament ontbrak, kon hij zo een stuk hout ertussen zetten en het uit de losse pols tevoorschijn hakken; zonder coördinaten, zonder tekening. Wij leerden van elkaar. Hij was ervaren, ik was jong, nieuwsgierig en had mijn eigen opvattingen.

'Het was een mini-maatschappij van twaalf ambachtsmensen: meubelmakers, steenhouwers, decoratieschilders, stucadoors, koper- en zinkwerkers. Natuurlijk was het geen aards paradijs. Er waren spanningen tussen de eerste groep zelfstandige ambachtsmensen en de nieuwkomers. Ik ben daar na ruim tien jaar na onenigheid met Hans 't Mannetje vertrokken, het kon niet anders. Dat is vreselijk jammer, want ik heb erg veel aan hem te danken: bij hem begon mijn professionele leven.

'Je leert dit vak door doen, doen, doen. En kijken, kijken, kijken. Ik ken Amsterdam als mijn broekzak, vanaf mijn fiets. De binnenstad is één groot museum, zo'n enorm palet voor een ambachtsman, het is het grootste feest dat je je kunt voorstellen.

'Over de toekomst van het vak ben ik somber. In Duitsland en Frankrijk heb je nog prestigieuze vakscholen, maar in Nederland is alles universitair geworden. Tegenwoordig moet je op restauratie kunnen promoveren - die mensen worden projectmanagers, collectiebeheerders, adviseurs... dat is echt waanzin. Was het maar hbo gebleven, die hele ambachtelijkheid wordt er nu uit gehaald. Uiteindelijk moet toch iemand het echt gaan máken.'

Bron: Hans 't Mannetje

Hans 't Mannetje (1944-2016) was een Nederlands beeldhouwer. Hij werd opgeleid aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten en was uitvoerder bij stadsbeeldhouwer Hildo Krop. 't Mannetje was eind jaren zestig mede-oprichter van restauratie-atelier Uilenburg, dat grote projecten aanpakte, zoals de kroonluchters in de Trêveszaal. Hij restaureerde en hakte gevelstenen (er zijn er ruim 200 van zijn hand in Nederland) en maakte ook nieuwe beelden, zoals de sfinxen aan de entree van het Wertheimpark in Amsterdam. Na de teloorgang van atelier Uilenburg in 1988 verliet 't Mannetje de hoofdstad en ging zelfstandig verder in Zutphen en Dieren. In 2001 ontving hij de Stadsbeeldprijs in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden