Reportage

Dit 3D-geprinte vergadercentrum moet een revolutie in de bouw dichterbij brengen

In het Gelderse Teuge wordt een gebouw geprint met cement. Niet als proef of demonstratie, maar als commercieel project. Beeld Raymond Rutting/de Volkskrant

De toekomst waarin het kinderspel is om huizen in de wildste vormen te bouwen, komt steeds dichterbij. In het Gelderse Teuge vloeit momenteel een vergadercentrum uit een 3D-printer. ‘De techniek stapt nu de praktijk in.’

Op de grond ligt een stuk afzetlint, verderop staan bouwsteigers, kruiwagens en een vorkheftruck. Tot zoverre voldoet deze bouwplaats in Teuge, vlak bij Apeldoorn, aan het standaardbeeld. Maar hoewel overal zakken cement liggen opgestapeld, ontbreken de bakstenen. De mensen met helmen die hier rondlopen zijn geen traditionele bouwvakkers, maar komen veelal van technische universiteiten.

Een van hen, voorheen gameontwikkelaar, bedient een lange arm met een tuit eraan: een metershoge 3D-printer. Ernaast staat een gekromde muur van beton die een paar uur eerder uit die tuit is gekomen. Hij lijkt opgebouwd uit laagjes grijze slagroom en is zo vers dat hij letterlijk nadampt als gevolg van het uithardingsproces.

Hier in Teuge komt volgens de bouwers het eerste geprinte gebouw in Europa dat geen wetenschappelijke proef is, geen demonstratie van een vooruitstrevend bedrijf, maar gewoon een commercieel project, inclusief opdrachtgever en vergunningsaanvraag. Begin deze week staat de afronding van alle veertien stukken muur op de planning, na twee weken printen.

Zo’n 3D-printer is in feite een reuzenslagroomspuit, aangesloten op een cementmolen. Laagje voor laagje stapelt deze beton in uiteenlopende vormen. Standaardmaten kunnen overboord, ongebruikelijke vormen komen binnen handbereik. Doordat het ontwerp digitaal is aan te passen, maakt de 3D-printer het bovendien makkelijker om gebouwen op maat te maken. In stoute dromen betekent de technologie het einde van de eenheidsworst op de huizenmarkt.

De geprinte muur, laagje voor laagje opgebouwd als met een reuzenslagroomspuit. Beeld Raymond Rutting/de Volkskrant

Straaljagerturbine

‘De techniek stapt nu de praktijk in’, reageert Theo Salet, hoogleraar betonconstructies aan de Technische Universiteit Eindhoven en niet betrokken bij het project in Teuge. ‘Pas vijf jaar geleden kwam de eerste betonprinter naar Nederland. Dat het in een paar jaar tijd van lab naar praktijk is gebracht, zegt wel wat over de potentie van de methode.’ Dat Nederland een van de eerste is die dit voor elkaar krijgt, schrijft hij vooral toe aan een goede samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven. ‘De hele wereld kijkt hier verbaasd naar.’

Het gebouw gaat de Vergaderfabriek heten, te huur voor groepssessies als vergaderingen en trainingen, legt initiatiefnemer Arvid Prigge uit aan zijn keukentafel. Hij wilde een ‘iconisch’ gebouw, zo ideaal mogelijk vormgegeven voor zulke sessies. Zo kwam de 3D-printer in beeld. Het resultaat wordt een ronde ruimte, geïnspireerd op de schoepen van een straaljagerturbine, toont projectleider Hugo Jager, die aan dezelfde tafel zit.

‘Het klinkt allemaal heel futuristisch, dat printen, maar we kunnen het al decennia’, legt Salet uit. Waar het al die tijd aan schortte, was het overzetten van ontwerp naar instructies voor de 3D-printer. Bouwtekeningen stonden op papier, daar kan een printer niet mee uit de voeten. Salet: ‘Pas de laatste tien jaar is de bouwwereld zich op het digitaal ontwerpen van gebouwen gaan richten. Dáár zit de grote doorbraak.’

Meer geprinte bouwsels

Geprinte bouwwerken zijn ook buiten Teuge te vinden. Bijvoorbeeld in Dubai, waar in 2016 een geprint kantoorgebouw werd gepresenteerd. Een groep Russische bedrijven verwerkte een jaar eerder losse geprinte blokken in een woonhuis. Ook bruggen komen inmiddels uit de printer, onder meer in het Brabantse Gemert. Daar ligt sinds 2017 een geprinte fietsbrug van gewapend beton. En in de Russische stad Palech werd een oude fontein gereconstrueerd met een 3D-printer.

De printcomputer wordt ingesteld met op de achtergrond de “printkop”. Beeld Raymond Rutting/de Volkskrant

Concurrerend

Niet dat het 3D-printen van gebouwen bij dezen is ingeburgerd. Zo is het project in Teuge mede bedoeld om praktijkervaring op te doen voor betrokken bedrijven, waaronder ingenieursbureau Witteveen+Bos. ‘Niemand maakt hierop nog winst’, verduidelijkt Arvid Prigge. Niet voor niets kwam er subsidie van de Cleantech Regio, waar Oost-Nederlandse provincies en gemeentes in zitten. ‘Naar onze verwachting zal het nog drie, vier projecten duren voordat 3D-printen concurrerend is met traditionele technieken, ook als het gaat om minder complexe vormen’, voegt Hugo Jager toe.

Zelfs een praktisch dingetje als de vergunningaanvraag bleek pionierswerk. Omdat protocollen voor een geprint gebouw ontbraken en zo'n rond geval tussen de vierkante gebouwen niet bepaald in de ‘standaardplanologie’ past, richtte de gemeente Teuge een apart team op, vertelt Prigge. ‘Het was niet eens duidelijk waar de muur eindigt en het dak begint. Maar we zijn eruit gekomen.’

Ook zal het dak van de Vergaderfabriek niet van geprint cement zijn. Er komt een zinken dak, ondersteund door een houten constructie; een van de redenen dat het gebouw pas dit voorjaar echt af is. Een dak printen kan technisch al wel, volgens Jager, maar er is nog wel een jaar nodig om alles helemaal door te rekenen en aan te tonen dat het veilig is.

Precies dat soort onderzoek wil Theo Salet later dit jaar doen met het printen van vijf huizen in Eindhoven – mét dak. Technische obstakels zijn uiteindelijk het probleem niet voor het printen van gebouwen, verwacht hij. ‘Het grootste gevaar is dat de industrie zegt: dit is het dan. Terwijl printen nog sneller, goedkoper en duurzamer moet, het resultaat moet comfortabeler en minder ruw zijn. Anders is het risico dat 3D-printen niet aan de verwachtingen van de consument kan voldoen, als de nieuwigheid er eenmaal af is. De industrie moet blijven innoveren.’

Voor het vertrouwen van die industrie in 3D-printen is succes in Teuge essentieel, denkt projectleider Hugo Jager. ‘Deze eerste keer mag niet mis gaan.’

Een van de grootste 3D-printers ter wereld staat in Delft en kan kunststof voorwerpen printen ter grootte van een auto. Ook de NS en het leger experimenteren met de printers om sneller reserveonderdelen in huis te hebben. Of aan het front. En in het Brabantse Gemert is de eerste 3D-geprinte fietsbrug ter wereld in gebruik genomen. Theo Salet geeft uitleg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden