Disneyland in het zand Het zondige Las Vegas bestaat alleen nog in de draaiboeken

Las Vegas is niet langer 'Sin City'. De gokmetropool in Nevada heeft haar imago weten te verbeteren. De hoeren zijn verdreven, de danseressen halen na de middagshow hun kinderen van school....

HET ZWEMBAD van het MGM Grand Hotel is misschien wel de beste illustratie van de metamorfose van Las Vegas. Het bad in het grootste hotel ter wereld is zelfs tijdens een weekend in januari gevuld met kwetterende kinderen, die zich onder toezicht van het hotelpersoneel vrolijk vermaken. Hun ouders zijn in het casino of naar een winkelcentrum.

Kinderen in de zwembaden van Las Vegas. Hunter S. Thompson, schrijver van Fear and Loathing in Las Vegas zou trips, peppillen en uitroeptekens tekort komen om zijn verbazing onder woorden te brengen. Niet zo heel lang geleden, zeg een jaar of tien, was zoiets ondenkbaar. Zwembaden waren toen nog het speelterrein van volwassenen, van prostituées en mannen die alleen bij hoge uitzondering een baantje trokken.

Las Vegas was Sin City, geen Disneyland in de woestijn. De hookers van weleer waren zo brutaal dat zij zelfs mannen benaderden die hun vrouw of vriendin bij zich hadden. Nu worden in de woestijn tussen de stad en de Red Rock Mountains in recordtempo villa's in alle prijsklassen, flats en winkelcentra gebouwd. Las Vegas is met een aanwas van vierduizend inwoners per maand de snelst groeiende stad van de Verenigde Staten. Een miljoen mensen heeft zich inmiddels gevestigd in dit aangename klimaat.

Zouden de gepensioneerden, jonge echtparen en gezinnen die het barstensvolle Los Angeles en het koude noordoosten van de Verenigde Staten verruilen voor 'Vegas', weten dat hun pastelkleurige villa's zijn gebouwd op de graven van gangsters? Vijanden van de mafia, indringers en te drieste gelukszoekers werden hier geëxecuteerd en begraven in diepe kuilen.

De stad, in de films Casino en Leaving Las Vegas een symbool van wanhoop en dood, is in werkelijkheid een groeiende metropool, waar de belastingdruk gering is, de misdaadcijfers laag zijn, en de wegen nog niet verstopt. Hoewel files en luchtvervuiling volgens een zorgelijke commentaar in de Las Vegas Sun niet lang meer op zich zullen laten wachten.

Het Disney-Vegas ontwaakt als de zon onder is en de miljoenen paarse, groene, gele en rode lampen van de attracties aangaan. Een schijnwerper op het piramidevormige Luxor Hotel tast speels de lucht af. In het thema-park voor de ingang van het casino-hotel Treasure Island, ook gelegen aan de Strip, begint de eerste show van die avond. Acteurs bemannen een piratenschip dat met veel lawaai, rook, geluids- en lichteffecten een Britse vaartuig buitmaakt.

De showgirls in het Riviera, Bally en Frontier Hotel hebben dan al hun eerste avondshows achter de rug. Voor het Excalibur vergapen Japanse toeristen, gepensioneerde Newyorkers en deelnemers aan een congres van elektronica-winkeliers zich aan de ingang van het Koning Arthur-park. De architecten hebben duidelijk een voorkeur voor ineengezakte imperia.

Voor het MGM Grand heeft zich een lange rij gevormd voor het optreden die avond van The Four Tops. De kaarten voor B.B. King en Gladys Knight later deze maand zijn al uitverkocht. Bij New York, New York is het nog donker. Dit hotel- en winkelcomplex, een combinatie van nagebouwde wolkenkrabbers uit Manhattan, is nog in aanbouw.

Bij The Mirage, waar enkele malen per uur een vulkaan met gekleurd licht en elektronisch kabaal tot uitbarsting komt, vermaken families met kinderen zich kostelijk. De Strip met zijn honderden hotels, casino's en winkelgalerijen eindigt in het centrum van de stad, waar de Las Vegas Boulevard Fremont Street kruist. Nog geen twee jaar geleden waren in de oudste straat van de stad nog wat gelegenheden van bedenkelijk allooi gevestigd. Fremont Street, waaraan in 1905 de eerste gokhuizen werden gevestigd, is nu een overdekte winkelstraat waar je niet met de auto door kunt.

Nergens is een prostituée te bekennen. Een type als Elizabeth Sue, die in Leaving Las Vegas van regisseur Mike Figgis op de boulevard en in de bars van de casino's haar geld verdient, is daar niet te vinden. In werkelijkheid blijft ook van het hitsige beeld dat Paul Verhoeven in Showgirls schetst niet zoveel over.

De sheriff van Clark County heeft op verzoek van het stadsbestuur en de casino-directies alle hoeren van de straat naar afgelegen sex-ranches gejaagd. De particuliere bewakingsdiensten hebben opdracht elke vrouw te verwijderen die probeert in de hotels een klant aan de haak te slaan. Wie toch een avondje wil doorbrengen met 'China Girl' of 'Bambi en Jennifer' moet in een van de vele pornografische krantjes hun telefoonnummers opzoeken en een afspraak maken. 'Let me show you my dictation skills. Call Now!!!' Discretie verzekerd en major creditcards worden geaccepteerd.

De onverlaat die denkt een kans te maken bij een van de revuemeisjes, kan rekenen op een waarschuwing van de bewakingsagenten in burger. Negeer je die waarschuwing, zoals een licht bezopen Texaanse zakenman op een zondagavond in het Riviera Hotel, dan sta je in een oogwenk buiten. Handen thuis, alleen maar kijken en veel bestellen, is het devies. Wie zich daar niet aan houdt is een ongewenste motherfucker.

'De meeste meisjes zijn getrouwd en hebben kinderen, die zij na de middagshow van school of uit het kinderdagverblijf moeten halen', vertelt de in Boston geboren Tina O'Brien, danseres in het Riviera, het hotel waar Liberace in 1950 zijn carrière begon. Zo ver als hij zal Tina (31), getrouwd met de barkeeper van een golfclub, het niet schoppen, hoewel zij droomt van een filmrol. 'Dit is gewoon een baantje met vaste uren en een heel behoorlijk salaris. Vroeger werden showgirls behandeld als sterren, en door een chauffeur van huis gehaald. In het nieuwe Las Vegas doe je je werk en je gaat weer naar huis. We wonen hier prachtig', vertelt zij opgewekt.

Iets van het donkere, Sodom-en-Gomorra-achtige Las Vegas is nog terug te vinden in de nachtclubs met namen als Crazy Horse Too, Showgirls, Night Gallery en Expose. Danseressen die zich Temptation noemen, Pearl of the Orient, of gewoon Sandy, bewegen op muziek van The Rolling Stones en Rod Stewart in Crazy Horse Too langs palen en railingen op het toneel. Het is overduidelijk dat zij zich stierlijk vervelen.

In het theater bevinden zich ook een peepshow, een pornografische boekhandel en een bar. Maar net als in de meeste clubs wordt ook hier geen sterke drank verkocht. Een flesje niet-alcoholische Zinfandel-wijn kost bijna duizend dollar. Geen wonder dat de bewakers hier zo potig zijn. Zij moeten verhinderen dat klanten hun teleurstellingen op het meubilair afreageren.

HET LAS VEGAS van de glamourvolle showgirls, de stad waar alles om sex draait, bestaat alleen in de verbeelding van Hollywoodse filmmakers en enkele schrijvers. Van grote orgieën is geen sprake, Las Vegas by night is amusant, maar niet spannend, laat staan geil. De stad functioneert al lang niet meer als uitlaatklep, en het is de vraag of dat ooit zo is geweest. In de straten, waar kerken en gebedstempels de casino's afwisselen en waar op iedere straathoek wel een priester of Jehova-getuige met opgeheven hand staat, is geld altijd veel belangrijker geweest dan sex.

De echte actie speelt zich af in de casino's met de poker- en fruitautomaten, de dobbeltafels en de afgescheiden zaaltjes voor poker, baccarat en roulette. In het Tropica Hotel is driekwart van de duizend machines in bedrijf. Honderden gokkers, voor het merendeel wat oudere mannen en vrouwen, staren met de plastic bekers met munten onder handbereik naar de rollende symbolen. De fruitmachine heeft in de meeste casino's al lang gewonnen van de dobbelbakken en pokertafels.

Meisjes met lange benen en diepe decolletés serveren gratis drankjes. Wie meer dan 250 dollar inzet mag zonder betaling een nacht extra in het hotel blijven. Spelers die meer dan vijfduizend dollar inzetten, worden met een vliegtuig van het hotel naar huis gebracht, ook al wonen zij aan de andere kant van het land.

De opkomst van de 'democratische' en makkelijk te controleren fruitautomaat heeft Las Vegas voor de grote gokkers, de high rollers, minder aantrekkelijk gemaakt. Zij moeten uitwijken naar het in de ogen van menig Amerikaanse gokker foute, want standsbewuste Monte Carlo.

Spelers die in één nacht miljoenen dollars verspelen, bestaan vooral in de vele anekdotes over enorme winsten en nog grotere verliezen. Niemand draagt in de casino's trouwens een smoking. Het tenue de ville van de doorsnee gokker bestaat uit T-shirt, spijkerbroek en honkbalpet.

De nieuwe eigenaren van de luxueuze gokhuizen geven de voorkeur aan 'Joe Sixpack', die een paar honderd dollar kan verliezen, zich laat fêteren en volgend jaar weer terugkomt. Een echtpaar uit Los Angeles, hij is computerprogrammeur en zij onderwijzeres, belichaamt het ideale stel. Al zes jaar komen zij twee maal per jaar naar het Tropicana. Daar verspelen zij ieder vijfhonderd dollar. De winst, soms duizend dollar, soms drieduizend, wordt meteen weer vergokt. Zelden keren zij terug naar huis met meer dan waarmee zij zijn vertrokken. 'Een mooi weekend. Dat is wat we er aan overhouden. Een beetje gokken, een show en een gratis diner. Dan storten we ons weer in de dagelijkse race', legt de man uit.

Wie Casino van Martin Scorsese heeft gezien, zal ook onwillekeurig uitkijken naar een figuur als Sharon Stone in haar rol als Geri McGee. Een hustler, die drie- tot vijfhonderdduizend dollar per jaar verdiende door grote gokkers te versieren om hen chips afhandig te maken. Zij is uiteraard nergens te bekennen, net zo min als de zogeheten pitboss Ace Rothstein (Robert de Niro). Vijftien jaar geleden zou de 'echte' Rothstein (hij is gemodelleerd naar Frank 'Lefty' Rosenthal) direct zijn opgevallen in zijn pak van paars fluweel.

ROTHSTEIN/ROSENTHAL was de zetbaas van bejaarde mafiosi, die Las Vegas vanuit hun restaurants, broodjeszaken en groentewinkels met harde hand bestuurden. Deze joodse gangster, vader van een Amerikaanse zwemkampioene, woont tegenwoordig in Boca Raton in Florida in een huis op een golfterrein. Zijn opkomst en ondergang is door Nicolas Pileggi beschreven in het boek Casino - Love and Honor in Las Vegas, waarop de film is gebaseerd.

'Rosenthal was verantwoordelijk voor het illegaal afromen van de casinowinsten ten behoeve van de mafiabazen in het oosten van het land. Hij was een gokker, die iedere truc, elke vorm van bedrog of zwendel doorzag', vertelt George Togliatti, die tot voor kort hoofd was van de FBI in Las Vegas. 'Rosenthal was hier in de jaren zestig en zeventig een centrale figuur. We hebben hem nooit te pakken kunnen krijgen, maar we hebben hem wel de stad uit kunnen krijgen. Vrijwel alle mafiosi die in de jaren zestig, zeventig en tachtig in Las Vegas een rol hebben gespeeld, zijn dood of zitten in de gevangenis.'

Togliatti noemt drie oorzaken voor het verdwijnen van de georganiseerde misdaad. 'Eind jaren zeventig lukte het de FBI te infiltreren in de grote mafia-families in Chicago, Detroit en New York en hen geleidelijk aan in het defensief te dringen. Jimmy Hoffa, de grote baas van de Teamsters, die met geld uit het pensioenfonds van de vakbond de mafia-operaties steunde, kwam onder mysterieuze omstandigheden om het leven. En niet in de laatste plaats heeft de zelfdestructie van de gangsters een grote rol gespeeld. Hebzucht, ijdelheid, geldingsdrang en grootheidswaanzin van mannen als Rosenthal en zijn vriend en rivaal Tony Spilotro hebben de ondergang van de mafia bespoedigd.'

De grote drugs- en jeugdbendes van zwarten en latino's in Los Angeles, de Bloods en de Crips, proberen een voet aan de grond te krijgen in Las Vegas en omgeving. Veel verder dan de drugshandel, de illegale prostitutie en het verstrekken van woekerleningen zijn de gangs nog niet gekomen. Twee overvallen op casino's waren voorpaginanieuws en hebben geleid tot een keihard tegenoffensief. Ook de onderlinge strijd tussen Crips en Bloods heeft al menig slachtoffer geëist en vooral de oudere inwoners van de stad denken met heimwee terug aan de tijd dat de aanwezigheid van de mafia Las Vegas behoedde voor straatcriminaliteit.

Anno 1996 is Las Vegas in handen van grote, anonieme ondernemingen en investeerders die winsten maken waar de mafiosi en Bugsy Siegel niet eens van konden dromen. Siegel, die ten onrechte wordt beschouwd als de grondlegger van de gokindustrie in Vegas, was maar een armzalig boefje. De hotels en casino's zijn eigendom van Japanse investeerders en tycoons als Lee Iacocca, Kirk Kerkorian, Michael Milken en Steve Wynn: ondernemers die zijn opgeklommen in corporate America of zijn opgeleid aan elite-instituten aan de oostkust en uitstekende relaties onderhouden met de politiek in Washington. Wynn, eigenaar van Treasure Island en de Mirage, is een belangrijke geldschieter van de Republikeinen, omdat hij de gokindustrie wil vrijwaren van hoge belastingen, vakbonds- en overheidsbemoeienis.

Met winsten van 30 tot 50 procent op elke geïnvesteerde dollar is Las Vegas een goudmijn, waarvan de exploitatie niet langer kon worden overgelaten aan duistere mafia-typen. Nadat de hotels en casino's waren opgekocht, werd de stad omgebouwd tot een toeristische attractie. De 29 miljoen bezoekers zetten jaarlijks meer dan vijftien miljard dollar om, de negentigduizend hotelkamers zijn gemiddeld voor 90 procent bezet.

Beurzen, congressen, shows en grote sportmanifestaties leveren voortdurend business op, met als kern nog steeds de kleine gokker die bereid is dagenlang kwartjes in een fruitmachine te stoppen. De imago-hervorming is nagenoeg afgerond. Sin City bestaat alleen nog in speelfilms. Als symbool van het kwaad of de wanhoop prikkelt de stad nog steeds de fantasie van scenario-schrijvers en regisseurs. Alleen al in 1994 heeft de Nevada Film Commission 28 vergunningen afgegeven voor filmopnamen.

Volgens Bob Hirsch, directeur van deze commissie, is Las Vegas als thema of decor nog nooit zo hot geweest. Het is niet zo verbazingwekkend dat de commissie tevreden was over Scorsese's Casino. 'Een hele mooie en accurate film over een stukje geschiedenis. Heel duidelijk wordt aangegeven hoe Las Vegas was en hoe het nu is. Dat beschouwen wij hier als bijzonder positief', aldus Hirsch, zonder wiens toestemming geen regisseur hier aan het werk kan gaan. Over Showgirls heeft hij niets positiefs ('slechte fictie') te zeggen, en Leaving Las Vegas heeft hij niet gezien.

Mike Figgis, regisseur van deze bekroonde film, kreeg slechts met moeite toestemming op straat opnamen te maken. Voor de casino-scènes moest hij uitwijken naar Reno. Het verhaal over een wanhopige, alcoholische scenarioschrijver in Los Angeles (gespeeld door Nicolas Cage) die naar Las Vegas komt om zich dood te drinken, beviel de filmcommissie niet, omdat het in strijd was met het Disney-imago van Vegas.

In de Los Angeles Times constateerde de Brit Figgis dat de vraag of de realiteit wel goed wordt weergegeven, niet relevant is. 'Las Vegas is voor iedereen verschillend. Het hangt er maar van af hoeveel geld je hebt en welke drugs je gebruikt.'

Het Las Vegas van de jaren negentig is misschien ook te weinig poëtisch voor een Britse filmmaker. De stad is een grote, optimistische, klassenloze onderneming die in veel opzichten op de rest van Amerika is gaan lijken. Of beter gezegd: de ooit zo opmerkelijke verschillen tussen de woestijnstad en de rest van het land zijn vrijwel vervaagd.

Las Vegas' grootste passie is geld, dan volgen God, familiewaarden en Elvis Presley. De casino's worden, net als alle andere bedrijfstakken in de VS, gerund door Wall Street en niet langer door cowboys, gangsters en vakbondsbazen. En Disney heeft ook hier het onderscheid tussen volwassenen en kinderen, die vaak ook dezelfde kleren dragen en zich bij dezelfde attracties kostelijk vermaken, verder verkleind. Las Vegas is meer dan ooit Amerika.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden