Discreet

Wiebo Froentjes was de grote man achter het Gerechtelijk Laboratorium, het tegenwoordige Forensisch Instituut, in Rijswijk...

Professor dr. Wiebo Froentjes, op 7 april op 97-jarige leeftijd overleden, was oprichter van het Gerechtelijk Laboratorium van het ministerie van Justitie. Hij was een pionier en zijn lab bewees in het proces tegen Han van Meegeren dat de 'schilderijen van Vermeer' vals waren. Bij nacht en ontij moest hij, vaak in gezelschap van patholoog-anatoom Zeldenrust, naar plaatsen van misdaad, brand en ongeval. Hij zocht naar huidschilfers, vingerafdrukken en bloedspatten. Van te veel bloed werd hij wee en liep hij weg. Hij speurde als een Sherlock Holmes. Maar op Sherlock Holmes keek hij neer. Dat was geen wetenschapper. Hij schreef een standaardwerk over criminalistiek en talloze artikelen in binnen- en buitenlandse bladen.

Hij werd in Assen geboren als zoon van een onderofficier en trompetter van de Koninklijke Landmacht. Het gezin verhuisde naar Groningen, waar hij scheikunde ging studeren. In 1937 promoveerde hij, werd assistent. In de oorlog vervalste hij persoonsbewijzen.

Aanvankelijk voelde hij zich weinig aangetrokken tot de criminalistiek, het natuurkundig onderzoek in strafzaken oftewel 'speurkunde'. Onderzoekjes op verzoek van de rechtbank vond hij niet inspirerend. 'Zo min als de misdaadroman tot de literatuur werd gerekend, zo min werd in die tijd de criminalistiek daar als een serieuze wetenschapstoepassing beschouwd', zei hij in 1986 toen hij de Ubbo Emmius-penning voor maatschappelijke en wetenschappelijke verdiensten van de Rijksuniversiteit Groningen kreeg.

In gesprekken met de president van de rechtbank raakte hij alsnog geïnteresseerd. In 1945 vroeg justitie hem een Gerechtelijk Laboratorium op te zetten, in een oud klooster aan de Raamweg in Den Haag. Hij omringde zich met experts en trok meteen de aandacht in de Van Meegeren-zaak. De schilderijen hingen in het Laboratorium, ministers en hun echtgenotes, maar ook kunstkenners uit de hele wereld kwamen kijken. Kunstvervalsing werd een aangename afleiding van het meestal bloedige werk. Hij was ook betrokken bij het Rembrandt Research Project.

Het Laboratorium, nu het Forensisch Instituut in Rijswijk, floreerde. Maar tevergeefs probeerde hij terwille van een meer gebalanceerde rechtspraak het lab - monopolie van justitie en politie - ook open te stellen voor deskundigen van verdachten. Hij werd hoogleraar in Leiden. Ook doceerde hij aan de Politie Academie en de Universiteit van Groningen.

Hij was recht door zee, rapportages van medewerkers 'die er met de pet naar gooiden' gingen de prullenmand in. Hij was veeleisend voor zichzelf en anderen, een perfectionist en niet vrij van een zeker fanatisme. Een nuchter man, niet geheimzinng, maar altijd discreet. Hij hield zich verre van de gevoelens van dader en slachtoffer.

Zijn drie zonen nam hij mee naar het lab, hij ging met hen vissen en schaatsen, en leerde hen zelfs hoe je een snoek in een wak kon stroppen met een veter van de Friese doorloper - maar ook tijdens het vissen was er nooit het 'gesprek tussen vader en zoon'. Ook zijn kinderen hebben hem nooit helemaal leren kennen. Hij las veel gedichten, verzamelde kunst samen met zijn vouw en ging, 80 jaar oud, met zijn oudste zoon, die altsaxofoon speelt naar het North Sea Jazz Festival. De oude man kon niet nalaten met vrolijk venijn op te merken: 'Waarom sta jij eigenlijk niet op het podium'? De vele bloemen bij zijn begrafenis, werden, zoals hij had bepaald, uitgestrooid over de Waalsdorpervlakte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden