Reportage Dirk Scheringa

Dirk Scheringa is terug en eist 830 miljoen: ‘DSB Bank is bewust kapotgemaakt’

Bijna tien jaar na dato heeft Dirk Scheringa zich nog altijd niet neergelegd bij het faillissement van zijn DSB Bank. De gevallen ondernemer eist zo’n 830 miljoen euro van De Nederlandsche Bank, het ministerie van Financiën en de Autoriteit Financiële Markten. ‘Ze hebben me beroofd van mijn levenswerk.’ 

Dirk Scheringa Foto Lex van Lieshout

Als Dirk Scheringa uit Spanbroek maandagochtend op de gang van het Paleis van Justitie in Den Haag uitlegt wat hij komt doen, is het alsof de tijd bijna tien jaar heeft stilgestaan. Dat lijzige stemgeluid, die wat droevige blik, licht hangende schouders gestoken in dat donkergrijze krijtstreeppak waarin hij zo vaak gefotografeerd werd. En ook het verhaal dat de gevallen ondernemer over zijn failliete DSB Bank houdt, is in al die jaren niet veranderd. Ze hebben me ‘bewust’ kapotgemaakt, zegt Scheringa.

Nieuw is dat de inmiddels 67-jarige Scheringa deze week bij het Haagse gerechtshof bewijs probeert te verzamelen dat De Nederlandsche Bank (DNB) en het ministerie van Financiën aanstuurden op een faillissement. Hij heeft van de rechter toestemming gekregen om vijf medewerkers van DNB en het ministerie te horen. Daarna hoopt hij genoeg munitie te hebben voor een fikse schadeprocedure, waarbij Scheringa circa 830 miljoen euro wil claimen van DNB, het ministerie van Financiën en de Autoriteit Financiële Markten.

Voor deze claim hebben ‘wat vrienden’ een stichting opgericht, vertelt Scheringa. Want zelf heeft hij ‘geen cent’ meer om dit hele juridische circus te betalen. Door deze vrienden heeft hij ook advocaat Geert-Jan Knoops kunnen inhuren en woordvoerder Jan Driessen, die de zaak moeiteloos in een paar zinnen duidt als Scheringa even vastloopt. Driessen: ‘Wat we hier zien is de totaal amateuristische wijze waarop DNB en het ministerie hebben gehandeld. Er was geen protocol. Geen geheimhoudingsverklaring. Onbegrijpelijk. We hebben het hier niet over de tennisvereniging uit Urk hè, maar over DNB.’

Bewust gelekt

Terug naar het weekend van 10 en 11 oktober in 2009. De bank was in de problemen geraakt door talloze verhalen over woekerpraktijken en door de daaropvolgende oproep van bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman om spaargeld weg te halen bij de DSB Bank. Klanten hadden massaal gehoor gegeven aan deze oproep, waardoor de bank op omvallen stond.

Die zondag vroeg DNB bij de rechtbank in Amsterdam de zogeheten noodregeling aan voor de DSB Bank, een soort surseance van betaling. Met die regeling zou DNB de controle feitelijk overnemen bij de bank. De rechter keurde die nacht de noodregeling af, omdat de bank nog voldoende geld zou hebben om door te draaien. De aanvraag voor de noodregeling lekte uit naar de Volkskrant, waarna op maandag klanten weer miljoenen spaargeld weghaalden en de rechter die dag een nieuwe aanvraag voor de noodregeling goedkeurde. Een week later is de bank failliet.

Scheringa is ervan overtuigd dat het aanvragen van de noodregeling bewust is gelekt, waardoor er opnieuw een bankrun ontstond en zijn bedrijf kapot ging. Echte onthullingen leverden de eerste verhoren van twee voormalig hoge ambtenaren van het ministerie van Financiën maandag niet op. Het lek zal waarschijnlijk nooit gevonden worden, had Geert-Jan Knoops vooraf al gezegd.

Wel bleek dat er bij het ministerie geen goed protocol was voor hoe men moest omgaan met de procedure rond de noodregeling, en dat de betrokken ambtenaren geen geheimhoudingsverklaring hadden getekend. Niet heel opmerkelijk, volgens toenmalig ambtenaar van Financiën Charles Wijnker. ‘Alles wat we behandelen valt onder geheimhouding.’

Maar advocaat Knoops ziet er juist bewijs in dat hij juridisch een zaak heeft. DNB heeft ‘de zorgplicht’ geschonden en Scheringa daardoor ‘als aandeelhouder benadeeld’, heet het dan in jargon. Scheringa zelf vertaalde dat na afloop als ‘ze wilden me weg hebben’.

Scheringa’s speeltje

Goed, als hij er naar wordt gevraagd geeft hij toe dat er ook wel wat problemen waren bij de DSB Bank. ‘Maar dat heeft ieder bedrijf weleens.’ Ja, zijn bank was hard toe aan een nieuw verdienmodel. ‘Maar daar werd hard aan gewerkt.’ Als ze de DSB Bank de tijd hadden gegeven had zijn prachtige bedrijf nog steeds bestaan, aldus Scheringa.

Daarmee stapt Scheringa wel wat makkelijk over de conclusies heen van bijvoorbeeld de commissie-Scheltema, die in 2010 onderzoek deed naar de ondergang van de DSB Bank, en het feitenrelaas van de curatoren twee jaar later. Ze hadden forse kritiek over het optreden van Scheringa bij de DSB Bank. Hij was directeur en aandeelhouder en drukte vaak zijn zin door. Ook als dat niet in het belang van de bank was.

In het lijvige rapport van de curatoren staat dat de DSB Bank toch vooral zijn speeltje was, waarmee hij zijn andere hobby’s zoals de voetbalclub AZ en een kunstcollectie bekostigde. Die hingen allemaal onder zijn DSB Beheer. En als er dan geld nodig was, werd er of dividend uitgekeerd door de bank aan DSB Beheer of werd er een lening verstrekt. Zo verdween er in de periode 2002 tot en met 2009 275 miljoen aan dividend uit het hele DSB-concern richting DSB Beheer. En toen er in juli 2008 een nieuw vliegtuig moet komen voor DSB Beheer, leende DSB Bank een bedrag van circa 4 miljoen euro.

Voor curator Rutger Schimmelpenninck was het in 2012 wel duidelijk. Het faillissement van de DSB Bank was echt door Scheringa zelf veroorzaakt.

In het Paleis van Justitie in Den Haag schudt Scheringa zijn hoofd, als hem dat nog eens wordt voorgehouden. ‘Echte onzin. Ze hebben me beroofd van mijn levenswerk.’ 

Groot en omstreden

Dirk Scheringa begint in 1975 met zijn vrouw het financieel adviesbureau Frisia, dat uiteindelijk uitgroeit tot de DSB Bank. Zijn werkwijze is in al die jaren eigenlijk nooit veranderd. Hij bemiddelt bij het verstrekken van leningen, maar wie via hem een lening wil afsluiten, moet eigenlijk ook een verzekering afsluiten.

Deze koppelverkoop is een eenvoudig kunstje, waarmee de DSB Bank groot en omstreden wordt. Aan de lening verdient de DSB Bank nauwelijks, de winst wordt gemaakt met de verkoop van de verzekering. Die verkocht DSB vaak in de vorm van koopsompolissen. Daarbij betaalt een klant niet maandelijks een premie, maar het hele premiebedrag in een keer. Wat de klant niet weet, is dat een fiks gedeelte van de koopsompolis bestaat uit provisie voor de DSB Bank, in sommige gevallen wel 80 procent. Het hele verdienmodel van de DSB Bank was gebaseerd op deze koppelverkoop, met torenhoge provisies. 

Ook werden er leningen verstrekt aan mensen die helemaal niet kredietwaardig waren. Zorgplicht was bij de DSB Bank op papier wel belangrijk, maar in de praktijk ging het vooral om het verkopen van zo veel mogelijk producten en het binnenharken van provisies.

Pas in april 2009 stopt de DSB Bank met de koopsompolissen. Daar valt ook nauwelijks meer winst mee te behalen, omdat door nieuwe regelgeving klanten precies moet worden verteld hoe hoog de provisie is. Een paar maanden later gaat de DSB Bank failliet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.