Dirigent in een slangenkuil

Harmen Cnossen is de eerste buitenlandse dirigent met een vast contract in China. Orkesten en platen- maatschappijen staan in de rij voor hem....

DE Sacre du printemps van strawinsky mag in het westen versleten klinken, op Chinese bodem is dit werk pas vier keer uitgevoerd. De koperblazers van het Chinees Nationaal Symfonieorkest zijn bezig het in te studeren. Ze zijn klein en zwartgelokt, hun dirigent is groot en blond: Harmen Cnossen, de eerste buitenlandse dirigent met een vast contract in China. Zijn mimiek compenseert zijn gebrek aan kennis van het Chinees.

De essentiële Chinese muziekwoorden kent hij. Om de haverklap roept hij tai zao of tai wan. De musici weten dan dat ze te vroeg of juist te laat hebben ingezet. Tai chang of tai duan: ze hebben de toon te lang of juist te kort aangehouden. Plots tikt hij af en roept in het Engels: 'Te tam! Dit is geen normale muziek! Dit is een dinosaurus!' Hij slaakt een oerschreeuw. Op dat moment haakt een van de orkestleden af: zijn zaktelefoontje is overgegaan.

Harmen Cnossen (37) traint China's bekendste klassieke-muziekorkest. Hij voelt zich geaccepteerd, 'al moet ik er permanent voor knokken, want Chinezen houden niet van pottenkijkers'.

Op zijn repetities zijn altijd spionnen aanwezig van andere orkesten. Orkesten en platenmaatschappijen staan in de rij voor hem. Het beroemde Chinese Nationale Ballet heeft hem net gevraagd het orkest te trainen en het net zo goed te maken als het ballet zelf.

Zelfs het Chinees Philharmonisch Orkest, de grote concurrent die twee jaar geleden dertig musici wegkocht van het Symfonieorkest, heeft Cnossen een assistent-dirigentschap aangeboden. 'Ze willen me graag hebben, alleen maar omdat ik Europeaan ben', zegt hij bescheiden.

In het complex van de Chinese militaire kapel neemt Cnossen een cd op, een afscheidscadeau dat de violist Zhang Jin Chun zichzelf geeft. Het zouden vier stukken worden, maar daags tevoren kwamen er nog drie bij. Weber, Bruch, Telemann, allemaal nog nooit gerepeteerd. In één middag moet de zaak gepiept zijn.

Cnossen voelt zich allesbehalve een maestro. 'Ik ben een beginner. Ik ben hier om het vuile werk te doen. Ik leer veel, ook de musici hier moeten nog veel leren. Ze zijn nieuwsgierig en zuigen alles op, maar ze moeten leren naar elkaar te luisteren. Alles is hier anders dan in Nederland. Alles is in opbouw. Wat een mogelijkheden! En wat een jungle!'

Problemen genoeg: politiek gekonkel, snel gekwetste ego's, gebrek aan planning, programmawijzigingen op het laatste moment, plotseling vertrek van sleutelfiguren, musici die ineens een ander instrument blijken te bespelen. Toch voorziet Cnossen voor China een grote muzikale toekomst: 'In Europa worden veel symfonieorkesten opgeheven, hier begint het net.'

Hoe raakt iemand die op het Sweelinckconservatorium in Amsterdam bij Jan Labordus en Jan Pustjens slagwerk heeft gestudeerd en daarna pauken aan de Herbert von Karajanacademie en bij de Berliner Philharmoniker, in China verzeild? Cnossen speelde in het Noord-Nederlands Orkest, het Europese Jeugdorkest en de Vlaamse Opera. Vier keer dirigeerde hij op de jaarlijkse Gas unie-concerten in Groningen een uit het niets gevormd amateurorkest.

In 2000 werd de bekende Chinese dirigent Tang Muhai uitgenodigd in Groningen. Daar hoorde hij van Cnossen. 'Eind 2000 nodigde hij me uit voor een proef naar Peking te komen. Hij heeft extreem hard voor me moeten knokken. Het orkest heeft voor me gestemd. Voor Tang was mijn komst synoniem met een nieuwe koers.'

Cnossen kreeg een aanstelling voor drie jaar met een proefperiode van een jaar. In augustus 2001 maakten hij en zijn vrouw Annelie een ongebruikelijke huwelijksreis: enkele reis Peking, naar de Chinese muzikale slangenkuil.

Lange tijd was klassieke muziek in China even exotisch als de Opera van Peking in Amsterdam. Cnossen: 'Eerst dacht ik dat klassieke muziek een universele taal was, die ook de Chinezen zouden verstaan. Nu weet ik dat het ver van hun bed staat. Maar dat was vroeger in Japan net zo, en nu behoren Japanse orkesten en dirigenten tot de wereldtop.'

Pas in 1959 werd voor het eerst Beethovens Negende in China uitgevoerd. Laatst was deze symfonie op de Chinese tv. Het koor zong de Ode an die Freude in Chinese vertaling. Niet goed, oordeelt Cnossen. 'Net als in het voetbal moet je je ook in de muziek aan de spelregels houden. Ook voor internationale termen als staccato, ligato en da capo hebben Chinezen hun eigen woorden.'

Tijdens de Culturele Revolutie was er voor zoiets decadents als westerse klassieke muziek geen plaats. Het enige muzikale vertier in die jaren moest komen van de tien toegestane revolutionaire opera's.

Na Mao's dood in 1976 leefde de cultuur op. Tegenwoordig wordt de Opera van Peking voornamelijk bezocht door bejaarden en toeristen; klassieke-muziekconcerten trekken jongeren.

Het Chinees Nationaal Symfonieorkest werd het vlaggenschip van de klassieke muziek. Dat houdt ook in dat het orkest geregeld moet opdraven om de Rode Vlag en andere officiële hymnen te spelen. Natuurlijk wordt het orkest, zoals elke organisatie in China, gedirigeerd door de communistische partij. De intendant, die Cnossens contract tekende, is een partijlid dat bij de Opera van Peking het oude Chinese instrument pipa bespeelt.

'Hij spreekt geen buitenlandse taal en hij geeft toe dat hij geen verstand heeft van klassieke muziek. Ik heb tegen hem gezegd dat ik drie dingen veranderd wil zien: er wordt niet meer gelachen als iemand een fout maakt, geen zaktelefoons meer tijdens de repetities, en de deur dicht.'

Het orkest heeft geen eigen zaal, maar wel een gebouw met een repetitielokaal. Volgens oud communistisch gebruik wonen de leden van een werkeenheid met hun gezin op hun werk: arbeiders naast de fabriek, docenten op de campus en musici in piepkleine appartementjes in het orkestgebouw, allemaal boven op elkaar.

'Er wordt hier ontzettend veel gekletst', zegt Cnossen. 'Iedereen die met me wil praten, zegt dat ik het tegen niemand anders mag vertellen. Ik doe er niet aan mee. Ik drink geen pilsje met de musici, want voor je het weet zit je in een complot. De ene helft hier wil alles vernieuwen met het oog op de Olympische Spelen van 2008, de andere helft wil daar niets van horen. Ik word toch al als een vernieuwer gezien, daarom moet ik superneutraal zijn.'

Met het oog op het magische jaar 2008 is heel Peking één grote bouwput. Ook de muziekgebouwen krijgen een drastische opknapbeurt. Eindelijk heeft Cnossens orkest geen stinkende wc's meer. Die waren er vorig jaar de oorzaak van dat de Drie Tenoren ervoor pasten om in Peking te zingen met het Symfonieorkest.

Ook intern verandert er veel, maar lang niet altijd ten goede. Cnossen: 'Gisteren herkende ik de dirigentenkamer niet meer. Er stond een nieuw bankstel, de foto van Tang Muhai was vervangen door die van Jiang Zemin en de hele jaarplanning was zo maar door het toilet gespoeld. Het was de eerste keer geweest dat dankzij Tang het hele seizoen was gepland. Grote namen, prachtige concerten, een tournee door Portugal, allemaal naar de Filistijnen.'

Wat er precies is gebeurd met de man door wie Cnossen naar Peking is gehaald, is onduidelijk, want de wegen van de Chinese politiek zijn ondoorgrondelijk. Zeker is dat de nieuwe koers van het orkest bij machtige politieke lieden geen genade heeft kunnen vinden.

Cnossen had dat eerder ervaren. Een door hem georganiseerd optreden van musici van de Berliner Philharmoniker ging om politieke redenen niet door, en wat het eerste concert van kerkmuziek in een Chinese kerk had moeten worden, werd te elfder ure afgeblazen nadat partijleider Jiang Zemin had gezegd dat kerken slechts voor de eredienst mogen worden gebruikt. Cnossen gelooft dat zijn project het toch zal halen. 'Het wordt een giller.'

Tot nu toe heeft Cnossen in China vier concerten gedirigeerd; een andere dirigent heeft hem zijn vijfde concert afgekaapt. De eerste keer ging het in het klarinetconcert van Mozart even fout. De solist vergiste zich twee maten en het duurde een tijd voordat hij dat hoorde. Het was de eerste keer dat het orkest Mozart speelde.

'Chinese musici kunnen bevlogen spelen, de violisten hebben een schitterende linkerhand, ons orkest heeft een fantastische altviolengroep, maar ze kunnen zo moeilijk naar elkaar luisteren. We moeten niet te hoog grijpen. We moeten terug naar Bach en Beethoven. Ik geloof dat ze nu zelf beseffen dat ze nog een lange weg hebben te gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden