Directeur zonder museum

Gijs van Tuyl neemt na vijf jaar afscheid van het Stedelijk Museum, dat wegens verbouwing nog steeds is gesloten. ‘Krachtdadig besturen in Amsterdam is kennelijk ingewikkeld.’..

Het plan voor een ontmoeting in de tijdelijke kantoren van het Stedelijk Museum Amsterdam in het westelijk havengebied wordt snel geschrapt. ‘Dít moeten jullie zien.’

Directeur Gijs van Tuyl (68) gaat voor, laverend tussen gereedschap en werkbanken, over kleden die het nieuwe parket in de naar verse stuc ruikende zalen beschermen, over de monumentale trap. Hij gebaart naar het mozaïek in de granitovloer op de begane grond, de rondbogen in de hal, de verhoogde plafonds, het daglicht dat van boven invalt. ‘Kijk, Appels muurschildering is volledig gerestaureerd.’

Het moet voor hem een vreemde gewaarwording zijn. Dit is het pand dat hij leeg aantrof bij zijn aantreden in 2005. Dit is het gebouw dat hij in 2008 dacht te kunnen betrekken, een compleet gerenoveerd pand, uitgebreid met het spectaculaire ontwerp van de architecten Jan Benthem en Mels Crouwel, de reusachtige badkuip op een glazen kubus. Dit is het gebouw waarvan hij vandaag afscheid zal nemen. Het is nog altijd niet open. Van Tuyl is al die jaren museumdirecteur zonder museum gebleven. ‘Als ik dat van tevoren had geweten, dan had ik me wel even achter mijn oren gekrabd.’

In een zaal op de eerste verdieping spreidt hij jas en sjaal uit over een verdwaald houten bankje. ‘Hier maar?’ Een gesprek in invallende duisternis en optrekkende koude, met als geluidsdecor blazende ventilatoren en heteluchtkanonnen.

Zit hier een gefrustreerde museumbaas?

‘Dat het museum niet open is, irriteert me het meest. Dat onze prachtige collectie nog steeds in de kelder staat, is vooral jammer voor Amsterdam, voor Nederland, voor de wereld.’

U wilde langer blijven.

‘De Raad van Toezicht heeft iets anders beslist. Ik had een contract voor vijf jaar. Dat liep af. Laat ik dit zeggen: het was mooi geweest als ik het project had kunnen afronden. Niet dat ik mijn handen in onschuld wil wassen, maar ik ben natuurlijk niet de bouwdirecteur. De gemeente is de opdrachtgever. Laat ik íets meer zeggen: er was een afspraak dat ik kon blijven als het museum wat later dan gepland zou opengaan; een kwestie van maanden. Maar er was kennelijk ook een angst dat het nog héél lang ging duren. Ik ga een wereldreis maken, met het vliegtuig, met de trein, met de auto of te voet, dat laat ik in het midden. En als ik in de herfst van 2011 terug kom, ga ik er zonder meer van uit dat het museum dan open is. Er moet toch een realistische planning te maken zijn? Ik vraag me echt af of het wel gaat lukken, komend jaar. Ik denk het niet.’

Het was bijna tragikomisch, hoe elke prognose van u telkens achterhaald bleek.

‘Ik moest het woord van de gemeente wel voor waar nemen. Maar vergeet niet: het is een moeilijk project, dan lopen dingen wel eens niet goed. Dan voel je je machteloos. Het laatste uitstel is het gevolg van foutieve berekeningen voor de staalconstructie onder de badkuip. Het staal lag hier al. Het is teruggestuurd. Dat verdient niet de schoonheidsprijs. Je ziet dergelijke vertragingen vaker bij grote projecten, in Nederland, in het buitenland. Maar in Wolfsburg is het Kunstmuseum, waarvan ik voor deze functie directeur was, neergezet onder regie van knalharde privémanagers van Volkswagen. Op tijd af. Binnen het budget. Het kan dus wel.’

Intussen was het Stedelijk te weinig zichtbaar.

‘We zaten in Post CS. Daar konden we onze vaste collectie niet laten zien. Ik heb wat er hing direct van de muren laten halen. De klimatologische omstandigheden deugden niet, het licht was slecht. Dat was voor sommige bezoekers wel een teleurstelling. Waar is Picasso, waar is Malevitsj? Ik had geen keus. Ik heb wel nog gezocht naar alternatieven. De Beurs van Berlage, van Arti tot Artis. Maar het kon nergens. Achteraf denk ik dat we beter iets tijdelijks op het Museumplein hadden kunnen neerzetten. Je moet eigenlijk nooit van je plek gaan.

‘Ik vind wel dat we door onze activiteiten zichtbaar zijn geweest. Andy Warhol was een groot succes. Tino Seghal, Tobias Rehberger, Saskia Olde Wolbers, Rineke Dijkstra, De Rijke en De Rooij; er kwam publiek op af. We zijn heel erg op de hedendaagse kunst gaan zitten. We gaven ruimte aan het experiment. Mapping the Studio, Mapping the City. De vraag die we stelden was: waar ben je nu, waar kom je vandaan, waar ga je heen? Wie weet volgen nog Mapping the Museum, Mapping the World. Het staat in een draaiboek. Maar of dat wordt uitgevoerd, daar ga ik niet meer over.’

Onder uw regie is het museum verzelfstandigd. Er waren verwijten dat u zich afhankelijk maakte van geldschieters.

‘Volmaakte onzin. Bloody, bloody nonsense. Het is een goed proces geweest. Een prikkel om te ondernemen. Zuinig zijn. Efficiënt. Inkomsten verwerven. We moesten van hoofdsponsor ABN Amro één blockbuster per jaar organiseren. Maar dat is iets wat je toch wel doet.’

Het Stedelijk is on tour geweest met de collectie, aangevuld met enkele werken uit de ABN Amro collectie.

‘Dat was voor mijn tijd. Ik zou dat nooit gedaan hebben. Laat dat duidelijk zijn. Het merk Stedelijk moet bij het Stedelijk blijven.’

De vorige voorzitter van de Raad van Toezicht, Rijkman Groenink, gebruikte als topman van ABN Amro het Stedelijk om de bedrijfscollectie uit handen te houden van de banken die zijn instelling wilden overnemen. U wist van niets.

‘Niks. Uiterst merkwaardig. Dat was niet zo handig. Ik geloof wel dat hij het met de beste bedoelingen deed. Ik heb alleen gezegd: als jullie werken aanbieden, dan bepaal ik wel of ik ze wil hebben. Wat ik als een zeer moeilijke tijd heb ervaren was de periode dat hij als topman van zijn bank in opspraak kwam. Dat betekende laterale schade voor het museum. Je moet iemand hebben die onbesproken is.’

Nog een voorbeeld: de Broere Charitable Foundation heeft kunst gekocht van onder anderen Marlene Dumas, Thomas Schütte en Mike Kelley, en die als de Monique Zajfen-collectie in bruikleen gegeven. Zo wordt het Stedelijk gebruikt, is de verdenking. Het werk stijgt in waarde.

‘De aankoopbudgetten van het Stedelijk zijn beperkt, 975.000 euro per jaar. Dat is peanuts op de huidige markt. Dus moet je creatief zijn. Maar ik geef toe: we hebben van deze constructie geleerd. Je moet eigenlijk van het begin af aan de garantie hebben dat de kunst hier blijft. Het MoMa in New York zegt: we accepteren alleen een promised gift. En anders niet. Eind volgend jaar is er een evaluatie met de stichting.’

Wie zijn nu uw sponsors?

‘Ahold, voor 3,5 ton en Audi is een sponsor voor tien jaar. Maar we zoeken verder. Toen ABN Amro afhaakte, ben ik de andere banken afgeweest. Ze stonden niet te springen. Natuurlijk niet. Het liep af. Er is geen hoofdsponsor meer. Ik vertrouw erop dat het goed komt. Ik ben een optimist. Maar, eh, gaat het alleen over economie vandaag? Ik dacht: we gaan lekker over kunst praten.’

Wat is uw erfenis?

‘Eén: het museum is financieel en organisatorisch op orde. Twee: artistiek inhoudelijk is er een duidelijke lijn ingezet. Een dubbelster, zeg ik altijd. Een schitterende collectie klassiek modern in de oudbouw. En in de nieuwbouw wordt het Stedelijk een platform voor hedendaagse kunst. Het kan raar zijn, smerig, gek. We gaan ervoor. Het Stedelijk is altijd goed geweest in het onderhouden van contacten met nieuwe kunstenaars. Drie: ik denk dat ik fantastische aankopen heb gedaan. Ik heb eerst gekeken: wat hebben we, waar zitten de gaten, waar kunnen we nieuwe lijnen uitzetten. Rauch hebben we aangekocht, Dumas, Alÿs. Drei Häuser mit Schlitzen van Martin Kippenberger, daar ben ik echt trots op. Daar vocht iedereen om. Een sleutelwerk uit de 20ste eeuw. Alles zit erin: politiek, geschiedenis, drama, Duitsland, Europa. En we hebben –samen met Jan-Maarten Boll en Job Cohen – met de erven-Malevitsj geschikt, zodat de werken die we van hem hebben, nu echt ons bezit zijn.’

Bent u niet te solistisch te werk gegaan?

‘Dat heb ik nog nooit van iemand gehoord. Maar aankopen moet je uiteindelijk alleen doen. Hoe zei Picasso het ook al weer? Een kameel is een paard dat is gemaakt door een commissie. Edy de Wilde, een van mijn voorgangers, heeft hier schatten binnengebracht. Op eigen houtje.’

De ambitie bij uw aantreden – terug naar de Champions League – is niet bereikt.

‘Het was: iets onder de wereldtop. Zo is het ook geformuleerd. Je moet natuurlijk uitstralen dat je bij de besten hoort, je probeert jezelf zo goed mogelijk te verkopen. Je gaat niet naar een fundraiser met het verhaal dat je in een competitie van losers speelt. De wereldtop heeft budgetten van 100 miljoen. Je hebt het MoMa, Tate Modern, het Centre Pompidou, het Guggenheim. Dan komen wij. Vergeet niet: onze collectie is wereldvermaard.’

Je kunt ook zeggen: het Stedelijk is ingehaald.

‘Ik kan de geschiedenis niet herschrijven. Maar het was beter geweest als we begin van de jaren negentig voor het uitstekende uitbreidingsplan van Robert Venturi hadden gekozen. Maar ja, krachtdadig besturen in Amsterdam is kennelijk ingewikkeld. Pas op: ik vind het huidige ontwerp steengoed. De ingang is naar het Museumplein verlegd, veel bouwvolume zit ondergronds, de kubus onder de badkuip geeft transparantie. Het komt tegemoet aan onze eisen en wensen.’

Hoe gaat het er hier uit zien, straks?

‘We gaan laten zien dat kunst niet in de lucht hangt. Kunst uit de tijd van de Russische revolutie is lang als heel esthetisch gezien. Onzin, natuurlijk. Die had wel degelijk te maken met de gebeurtenissen daar. Nee, wij gaan het niet doen als het Rijks. Geen lans naast een Rembrandt. Maar neem de jaren dertig. Als je Picasso, Willink, Max Ernst, Stanley Spencer naast elkaar hangt, weet je in wat voor tijd je bent beland. Daarvoor had je de utopisten. Verderop kun je uitkomen bij Cobra, de bevrijding na de oorlog. Kunst gaat altijd over de wereld. Je kunt geschiedenis niet ontkennen.’

Het gerenoveerde Stedelijk moet 600 duizend bezoekers per jaar halen. Is dat niet te optimistisch?

‘Fluitje van een cent. Het zullen er nog meer worden. Het moet ook. De exploitatie is erop gebaseerd. Daarom is het uitstel zo vervelend.’

Ann Goldstein, een van de zeven conservatoren van het Museum of Contemporary Art in Los Angeles, is uw opvolger. Ze figureerde op geen enkel lijstje. Waren er geen bekendere namen in de race?

‘Daar kan ik kort over zijn. Daar weet ik niks van. Dat zij nergens op een lijstje stond, dat maakt toch geen bal uit. Ik kende haar wel. Ik heb tentoonstellingen in Los Angeles gezien. Die waren heel goed.’

Gaat ze uw concept, uw testament, uitvoeren?

‘Ik heb geen testament. Ik ga niet over wat Ann Goldstein gaat doen.’

Komt er nog een tentoonstelling van uw aankopen?

‘Het is jammer dat ik die niet meer kan maken. Om voor jezelf te zien: klopt het?’

Wat gaat u zelf doen?

‘Ik zou wel willen gaan studeren, filosofie het liefst. Maar ik sluit niet uit dat ik me op dit terrein blijf bezighouden. Kunst onder de mensen brengen, van een kleine kring van kenners een grote kring van kenners maken, zoals Bertold Brecht zei, dat is ook mijn motto. Wat ik zeker weet is dat ik geen instituut meer ga leiden. Het is timeconsuming business. Het is een historisch maatschappelijk proces, waar je vorm aan probeert te geven. Ik weet één ding zeker: ik zal met opgeheven hoofd het pand verlaten.’

Dat blijkt deze namiddag nog niet zo eenvoudig. De bouwvakkers zijn vertrokken, de deur zit op slot. Gijs van Tuyl zit gevangen in zijn eigen koude, donkere en verlaten museum. Het alarm gaat af, niemand reageert. Na een reeks telefoontjes volgt, drie kwartier later, de bevrijding. De directeur grijnst. ‘Het is geen toeval. Ik wil hier ook helemaal niet weg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden