Interview ESM-directeur Klaus Regling

Directeur Europees noodfonds luidt alarmbel: ‘Begrotingsregels zijn onwerkbaar: ze voeden wantrouwen’

Aan de vooravond van de financiële top in Helsinki luidt Klaus Regling, directeur van het Europese noodfonds ESM, de noodklok: de EU moet haar strikte begrotingsregels herzien. Ze brengen de Europese eenheid in gevaar.

Directeur van het Europese noodfonds ESM Klaus Regling voor een interview in 2016. Beeld Getty Images

Het Stabiliteitspact – de door Nederland heilig verklaarde begrotingsregels voor de eurolanden – is onwerkbaar. ­Erger nog, het in de loop der jaren opgebouwde doolhof van honderden pagina’s wetstekst en uitleg hoe de wetten uit te voeren, is de bron van diep wantrouwen tussen de EU-landen. ‘Goede ­regels zijn begrijpelijke regels, voor politici én burgers. De complexiteit van het Stabiliteitspact maakt dat onmogelijk’, zegt Klaus Regling, de baas van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het noodfonds voor eurolanden.

Zaterdag bespreken de Europese ministers van Financiën in Helsinki hoe het verder moet met het pact. Voor het eerst in jaren, maar minister Hoekstra is vanwege de Prinsjesdagvoorbereiding verhinderd. Waar het Finse EU-voorzitterschap de bewindslieden beleefd vraagt of er misschien iets schort aan de effectiviteit van de regels, heeft de Europese Commissie in een vertrouwelijke nota haar conclusie al getrokken: het pact leidt tot frustratie, polarisatie en dient vergaand vereenvoudigd. Regling (68) deelt die mening: ‘Er zijn te veel regels met te veel uitzonderingen en dat voedt het onderlinge wantrouwen. Het is vandaag de dag bijna onmogelijk te begrijpen wat de regels beogen.’

Wat moet er veranderen?

‘Het pact zou korter en simpeler moeten, zoals het oorspronkelijk bedoeld was. Meer nadruk op het terugdringen van de staatsschuld, minder op het begrotingstekort. Natuurlijk kunnen we de 3-procentgrens voor het begrotingstekort niet negeren, die is vastgelegd in het ­Europees Verdrag. Maar de talloze uitzonderingen die we later bedacht hebben, dwingen tot een nieuwe, heldere ­regel. Het zou nuttig zijn de stijging van de overheidsuitgaven aan de economische groei te koppelen.’

Er is bestaat een regel voor de staatsschuld: maximaal 60 procent. Landen die daarboven zitten, moeten stapsgewijs hun schuld afbouwen. Heel duidelijk, waarom is ‘meer nadruk’ nodig?

‘Omdat die stapjes niet werken. Het moet realistischer.’

U bedoelt soepeler?

‘Dat kan ik nu niet zeggen. De schuldnorm is destijds met alle goede bedoelingen geïntroduceerd. Maar de wereld waarin we leven is veel complexer geworden. De eurocrisis was de grootste ­financieel-economische schok in 80 jaar in Europa. Op dat moment was verhoging van de overheidsuitgaven om de economie te stimuleren de beste aanpak, maar daardoor is de gemiddelde staatsschuld in de eurozone met 30 procentpunt gestegen. Daar moeten we pragmatisch mee omgaan.’

Hoekstra en veel Nederlandse burgers zeggen: regels moet je naleven, niet oprekken. U heeft daar als Duitser misschien sympathie voor.

‘Zeker! Het Duitse voorstel 25 jaar geleden voor het Stabiliteitspact, heb ik zelf als ambtenaar geschreven: een simpel pact met sancties. Boetes zijn nuttig. Als je te hard rijdt op de snelweg, moet je ook betalen. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat het huidige pact, ondanks zijn complexiteit, beter werkt dan de meesten geloven. In 2008, het laatste jaar voor de crisis, was het gemiddelde tekort in de eurolanden 0,5 procent. ­Japan en de Verenigde Staten zaten toen op 3 procent. Vandaag hebben de eurolanden vrijwel geen tekorten meer, de VS zitten op 6 procent, Japan op 3 procent. Europa doet het beter dan de rest van de wereld. Omdat het Stabiliteitspact de lidstaten er permanent aan herinnert dat sancties mogelijk zijn.’

Er is nog nooit een euroland beboet, ondanks overtreding van de regels. Er is altijd een uitzondering op de regel.

‘Het feit dat de sancties nooit zijn opgelegd, betekent niet dat ze nutteloos zijn. Misschien doen ze precies wat ze beogen: zo veel mogelijk voorkomen dat de regels overtreden worden. Het bestaan ervan an sich zorgt ervoor dat de EU beter presteert dan de rest van de wereld.’

Dat klinkt als politieke homeopathie: een paar moleculen effectieve substantie en iedereen is genezen.

‘Het werkt bij snelheidsovertredingen: de meeste keren respecteer je de maximumsnelheid.’

Minister Hoekstra eiste dit voorjaar juist zwaardere boetes voor eurozondaars: uitsluiting van alle EU-subsidies. Heeft u daar begrip voor?

‘Zoals ik al zei: de huidige sancties werken. Ik zie geen noodzaak nieuwe boetes toe te voegen.’

Eerder deze week was Regling in de Tweede Kamer. Achter gesloten deuren besprak hij met parlementariërs uit een tiental noordelijke eurolanden de toekomst van de eurozone. Hoewel zijn gehoor – de Nederlandse parlementariërs voorop – er niets van wil weten, bepleitte de ESM-baas de oprichting van een stevig gevuld ‘schokfonds’ voor eurolanden die buiten hun schuld om in acute financiële problemen komen. Ierland bijvoorbeeld, als gevolg van een desastreus harde Brexit. Hoekstra en premier Rutte gruwen ervan maar volgens Reg­ling is een schokfonds even noodzakelijk als logisch voor eurolanden.

Die hebben door de euro immers nauwelijks meer mogelijkheden schokken op te vangen: goochelen met de wisselkoers of geld bijdrukken is er niet meer bij, dat doet de ECB. En die doet dat voor de hele eurozone, wat niet altijd het beste recept is voor de individuele eurolanden.

Ideeën genoeg voor zo’n fonds, stelt Regling. Het kan de vorm krijgen van een investeringsfonds dat bijspringt als een land zelf niet meer kan investeren. Of een Europese herverzekering van nationale werkloosheidsregelingen. Of gewoon een ‘slecht weer’-fonds, een pot met geld voor gure economische omstandigheden. Zulke fondsen kunnen worden opgezet zonder dat dit leidt tot een permanente geldtransfer van rijke naar armere landen, de grote vrees van de noordelijke lidstaten. Dus een eenmalige inleg van de lidstaten in plaats van een jaarlijkse contributie.

Hoe groot moet die pot worden?

‘Ik denk zo’n 100- tot 200 miljard euro. Dat hoeft niet per se allemaal door de lidstaten te worden voorgefinancierd, het ESM heeft geld beschikbaar. Landen die financiële steun ontvangen betalen die in de 5 tot 7 jaar erna terug. Het is een ­lening, geen gift.’

Nederland, Duitsland, Finland, Oostenrijk vrezen op te draaien voor zuidelijke landen die hun begroting niet op orde brengen. Begrijpt u die angst?

‘Het is een ongerechtvaardigde angst. Het is bovendien kortzichtig: het zijn niet altijd de zuidelijke landen waar de problemen zitten. De Nederlandse burgers hebben veel meer betaald voor de redding van de Nederlandse banken dan de Italiaanse belastingsbetalers voor hun banken. Hetzelfde geldt voor de Duitsers, die betaalden een extreem hoge rekening: 60 miljard euro belastinggeld verdween in de Duitse banken.’

Kon u de parlementariërs overtuigen van de noodzaak van een schokfonds?

‘Sommigen waren het met me eens maar velen ook niet. Maar goed: negen jaar geleden was de oprichting van het ESM als noodfonds ook zeer omstreden in de lidstaten. Nu is vrijwel iedereen overtuigd dat het een goed besluit was en stemmen alle ministers in met een grotere rol voor het ESM. Het reddingsfonds voorkwam dat de hele eurozone uiteenviel, zonder dat het de belastingbetaler ook maar een cent heeft gekost. De leningen aan Griekenland, Portugal, Cyprus Ierland en Spanje worden tot nog toe allemaal, met rente, netjes terug­betaald. Een schokfonds is nodig om de eurozone minder kwetsbaar te maken voor nieuwe crises. Het voorkomt dat kleine problemen onbeheersbaar worden.’

Onder vooral Nederlandse druk is het idee van een schokfonds teruggebracht tot een ‘instrument’ om de concurrentiekracht en hervormingen te versterken. Aankomend ECB-voorzitter Lagarde merkte onlangs schamper op dat dit instrument te klein is om effect te hebben maar gelukkig ook te klein om de euro­zone te schaden. Verspilde moeite dus?

‘Het voorgestelde nieuwe ‘instrument’ is een compromis dat weinig meer te ­maken heeft met het opvangen van ­financieel-economische schokken. Het doet wat nu ook al met het gewone EU-budget gedaan kan worden. Een echt schokfonds had de lacune in de muntunie kunnen opvullen.’

Vermindert de nieuwe Italiaanse ­regering de kans op eurowijde misère uit dat land?

‘De risico’s zijn zeker verminderd maar de economische situatie in Italië is niet plotsklaps anders. Let wel, Italië is niet het nieuwe Griekenland. Italië heeft nog nooit de toegang tot de financiële markten verloren maar kampt wel met een hoge staatsschuld van 130 procent. Die schuld daalt niet omdat de economische groei in Italië al 25 jaar lang zeer zwak is, de helft van het EU-gemiddelde. En dat is weer het gevolg van een gebrek aan hervormingen. Rome weet dus wat het moet doen.’

Mochten investeerders toch het vertrouwen in Italië verliezen, is het ESM dan groot genoeg om Italië te redden?

‘Ik verwacht niet dat dit ooit nodig zal zijn. Maar zelfs in zo’n zeer hypothetisch scenario heeft het ESM nog 400 miljard euro beschikbaar. Daarmee kan het twee jaar lang de rente en aflossingen van Italië overnemen. Die buffer kan gecombineerd worden met het opkopen van staatsobligaties door de ECB. Dus geld is niet het probleem. Niemand hoeft te te vrezen dat het ESM te klein is voor Italië.’

U begon in 2010 met een handvol personeelsleden. Inmiddels zijn dat er circa 190 en daar komen er binnenkort nog eens 30-40 bij. Terwijl alle ‘klanten’ van het noodfonds inmiddels weer op eigen benen staan. Het ESM zou moeten krimpen. Is dit ‘mission creep’, het sluipenderwijs steeds groter worden van EU-agentschappen?

‘Onze groei heeft niets te maken met mission creep. Ten eerste hebben we rond de 300 miljard euro uitgeleend. Daarvoor geeft het ESM obligaties uit, die moeten worden ververst, dat vergt personeel. Het ESM leent zo’n 30- à 40 miljard per jaar op de internationale financiële markten, ongeveer hetzelfde als Nederland. Daarnaast moeten onze klanten op tijd hun rente en aflossing betalen, ook daarvoor zijn mensen nodig. En nu willen de lidstaten ons meer taken geven: een centrale rol bij toekomstige reddingsoperaties en we worden de achtervang voor het Europese bankfaillissementsfonds.’

Welke les trekt u uit de Griekse crisis?

‘Bij crisismanagement worden fouten gemaakt. We hadden voor Griekenland eerder met schuldverlichting moeten beginnen, maar daarvoor bestonden aanvankelijk de mogelijkheden niet. We hebben onderschat hoeveel er hervormd moest worden. Maar ik ben het absoluut oneens met critici die zeggen dat er te veel is bezuinigd in Griekenland. De Griekse inkomens waren de eerste tien jaar van de euro 20-25 procent harder gestegen dan de productiviteit. Dat was onhoudbaar en moest worden rechtgezet: erg pijnlijk maar onvermijdelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden