InterviewHerman Ram

Directeur Dopingautoriteit: ‘Diefstal urinestalen is tegenwoordig ondenkbaar’

De diefstal van het koffertje met urinestalen van schaatsers Yvonne van Gennip en Ria Visser in 1985 maakt duidelijk waarom de dopingreglementen sindsdien zijn aangescherpt. Dat zegt directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit na de onthullingen van de Volkskrant en Andere Tijden Sport over de diefstal, op de slotdag van het EK allround voor vrouwen in Groningen. 

Tjaart Kloosterboer (midden) , Yvonne van Gennip (links) en Ria Visser (rechts)Beeld Andere Tijden Sport / NPR

Ram: ‘Het is tegenwoordig ondenkbaar dat een koffer met urinestalen ‘zomaar’ wordt meegegeven aan een onbekende, aangezien elke overdracht van zo’n koffer geregistreerd en van parafen wordt voorzien.’

Wat is uw reactie op de diefstal van het koffertje en het onderzoek dat hieraan voorafging door de Volkskrant en Andere Tijden Sport?

Ram: ‘Al in januari 1999 kwamen er berichten naar buiten over ‘het verdwenen koffertje’, maar de exacte toedracht en de namen van betrokkenen bleven onbekend. Dit artikel heeft vanzelfsprekend geen directe juridische of tuchtrechtelijke gevolgen – de feiten zijn allang verjaard – maar het is uitermate nuttig dat deze journalisten de toenmalige dopingproblematiek nader in beeld brengen.

‘Niet alleen wordt daarmee meer evenwicht gebracht in het beeld dat we hebben over die tijd, waarin dopinggebruikers toch vooral buiten Nederland werden gezocht, maar het maakt ook duidelijk waarom de dopingregels en -procedures sindsdien zijn aangescherpt.’

Herman Ram, directeur Dopingautoriteit.Beeld ANP

Wat vindt u van de manier waarop de KNSB destijds met dit voorval is omgegaan? Wat had de bond moeten doen?

‘Naar de huidige normen zou de KNSB zonder twijfel verplicht zijn om het voorval te melden aan de Dopingautoriteit, en om een of meer tuchtprocedures op te starten als, en zodra er voldoende bewijs beschikbaar was tegen een of meer betrokkenen. Maar deze normen waren er in 1985 nog niet en de Dopingautoriteit bestond evenmin.

‘Er bestonden in die tijd helemaal geen concrete normen of richtlijnen over hoe om te gaan met een situatie zoals in dit artikel staat beschreven, en dus moest een bestuur ‘zijn eigen weg zoeken’. Drie aspecten spreken mij in ieder geval wel in positieve zin aan, afgaande op de inhoud van het artikel: dat er gerichte pogingen zijn gedaan om de feiten boven tafel te krijgen, dat de samenwerking met de betrokken arts werd beëindigd, en dat de ISU (internationale schaatsbond, red.) erbij werd betrokken.

‘Naar de normen van vandaag had het bestuur meer moeten doen of anders moeten handelen, maar ik wil niet de normen van vandaag toepassen op een zaak die zich 33 jaar geleden afspeelde. En let wel: ook heden ten dage is er geen enkele norm die bijvoorbeeld voorschrijft dat een bestuur publiek maakt dat een samenwerking/arbeidsovereenkomst wordt beëindigd wegens een (mogelijke) dopingovertreding. Ook nu nog maakt een bestuur daarbij een afweging tussen allerlei belangen, al zal de uitkomst tegenwoordig mogelijk wel anders zijn dan toen.’

Een betrokkene wijst toenmalig bondsarts Pluijmers aan als degene die het koffertje zou hebben gestolen, anderen ondersteunen zijn verklaring. Hoe zou u het handelen van Pluijmers willen bestempelen?

‘Ik kan de inhoud van dit artikel niet zelf verifiëren, en ik kan mij dus niet op enige andere basis uitlaten over het beschreven handelen van deze arts. Maar afgaande op de inhoud van dit artikel was hier volgens mij zeker sprake van onreglementair (en onethisch) handelen.

‘In hoeverre het dopingreglement van de KNSB indertijd ook expliciet een of meer bepalingen bevatte over ‘toedienen van’, ‘meewerken aan’, ‘manipuleren van’, et cetera, dat weet ik niet. Maar het lijdt natuurlijk geen twijfel dat het meewerken aan dopingpraktijken indertijd ook al verboden was, ook als dit niet expliciet geformuleerd was als (aparte) overtreding. Het was immers wel evident in strijd met de belangen van de sport, de sporters en de bond.’

Lees verder
Schaatsbond KNSB heeft in 1985 de verdwijning van urinestalen van schaatsers Yvonne van Gennip en Ria Visser in de doofpot gestopt.

Het mysterie van het dopingkoffertje ontrafeld: hoe de urinestalen van Yvonne van Gennip en Ria Visser verdwenen.

Frans Pellikaan geldt als een pionier op het gebied van dopingcontroles. Het is zijn koffertje dat na het EK schaatsen in 1985 zoek raakt. Pellikaan: ‘Ik had er geen moer mee te maken.

Doping, dat heeft toch geen zin op het ijs? – drie vragen over dopingaffaires in de schaatssport

Zo deden drie verslaggevers onderzoek naar een 33 jaar oud mysterie uit de schaatssport.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden