Dinsdagprofiel Wim Deetman: toonbeeld van rust en verstand

Kijk, daar komt de burgemeester aan. Lange donkerblauwe jas, ambtsketen om, en die karakteristieke burgemeesterspas – vastberaden, maar met mate....

Deze dag begint Den Haag een publieksactie tegen zakkenrollerij. De plaatsvervangend korpschef spreekt een woordje, de burgemeester doet dat en straks zullen plaatselijke scholieren een waarschuwingspakket overhandigen aan het winkelend publiek.

Ten behoeve van camera’s en microfoons reikt de burgemeester de eerste exemplaren uit. Met opvallende gretigheid zoekt hij zijn slachtoffers uit, een ouder echtpaar dat een dagje Den Haag doet.

De burgemeester had het niet beter kunnen treffen. Omstandig roemt hij die mooie stad waar het zo goed toeven is. Natuurlijk moet je op je spullen letten, maar waar moet je dat niet? Het echtpaar smelt onder zo veel zoetgevooisdheid en de burgemeester blijft zelf evenmin onberoerd. Zijn ogen tintelen.

Elf jaar geleden is Willem Joost Deetman tot dit ambt geroepen en bij een van zijn eerste publieke optredens werd hij aangesproken als ‘burgervader’. Dat was een hele schrik voor de man die gepokt en gemazeld is in de jaren tachtig. Deetman was gewend met wantrouwen te worden bejegend, vaak zelfs met afschuw. En nu werd hij opeens benaderd als een rots in de branding.

Op dat moment daagde het besef dat je als burgemeester een rol vervult en die rol heeft Wim Deetman kennelijk met verve gespeeld. Eind dit jaar neemt hij afscheid als burgemeester en nu al is Den Haag in rouw gedompeld. Van hoog tot laag wordt liefkozend gesproken van ‘de Deet’, nog vaker van ‘onze Deet’.

De Deet van Annie Jahangir is een toonbeeld van rust en verstand geweest. Jahangir is voorzitter van de sociaal-culturele Aasra, gevestigd in Transvaal, een van de Haagse probleemwijken. Ze stelt vast dat de burgemeester misschien niet zo charismatisch is als sommigen van zijn collega’s, maar wel een bindend element in tijden van verwijdering.

Voor de meeste inwoners is De Deet ‘een van ons’, een echte Hagenaar. Sommigen noemen hem zelfs een Hagenees en dat mag hij als een compliment opvatten in een stad waar het verschil tussen hoog en laag zo groot is.

Hagenezen, zegt cabaretier Sjaak Bral, hebben de pest aan autoriteiten, maar van Wim Deetman wordt het gepikt. ‘Wij willen een burgemeester die no-nonsense is en dat is hij.’ En Deetman beheerst het plat Haags zo goed dat zelfs Henk Bres, prototype van een Hagenees, onder de indruk is.

Wim Deetman is geboren in de Hulshorststraat, gelegen in de probleembuurt Rustenburg waarvoor op dit moment zelfs een samenscholingsverbod geldt. Van verloedering was in zijn jeugd geen sprake. Hij beleefde er naar eigen zeggen een gelukkige jeugd die zich voor een groot deel op straat afspeelde en rond de Julianakerk, trefpunt van Nederlands Hervormde Hagenaars. Zijn vader werkte bij de Twentsche Bank (voorloper van de ABN) en was net als de familie van zijn moeder afkomstig uit Elburg.

Wim Deetman is niet alleen door Den Haag gevormd, maar ook door de Veluwezoom, een streek waar Gods woord nog wordt gehoord. Grootvader was als locoburgemeester een echte dorpsnotabele in Elburg en dat straalt zijn kleinzoon zelf ook een beetje uit, de spreekwoordelijke burgemeester uit de oude tv-serie Swiebertje.

Wim Deetman was enig kind en bracht de zomervakanties door bij familie in Elburg. Twee nichten die nu in het naburige Oldebroek wonen, zouden er mooie verhalen over kunnen vertellen, maar dat doen ze niet. En dat geldt ook voor de gebroeders Deetman die de gelijknamige touwslagerij leiden, al eeuwenlang familiebezit. Deetmannen klappen niet uit de school. ‘Zo veel is uw artikel mij ook niet waard’, zegt een broer en een dergelijk staaltje van laconieke humor moet des Deetmans zijn. De burgemeester had het letterlijk zo kunnen zeggen om zijn recht op privacy af te bakenen.

De politiek wordt steeds persoonlijker, maar Deetman is een politicus van de oude stempel, bij wie de uitoefening van zijn taak voorop staat. Hij heeft een afkeer van gedrag dat op de buitenkant is gericht, zegt Roel in ’t Veld, in de jaren tachtig zijn steunpilaar op het ministerie van Onderwijs. ‘Wim zal niet snel een spindoctor tot zijn kring toelaten.’

Nadat hij in de jaren zeventig de CHU had vertegenwoordigd in zijn toenmalige woonplaats Gouda, stapte Wim Deetman aan het eind van dat decennium over naar de landelijke politiek. Dat viel samen met de vorming van het CDA, het samenwerkingsverband van de christelijke politiek. In die beginjaren werd nog vaak gerefereerd aan de ‘bloedgroepen’ om de herkomst van de CDA-politici aan te duiden. Als Elco Brinkman die periode in herinnering roept, behoorde hij (afkomstig uit de ARP) tot het lichtvoetige kamp en Deetman tot het traditionele.

Dat beeld van een stijve en onbenaderbare politicus heeft lang aan Wim Deetman gekleefd en dat begon bij zijn aantreden op het departement van Onderwijs, eerst als staatssecretaris en later als minister. Deetman stond voor een enorme bezuinigingsoperatie en voerde die uit met de plichtsbetrachting waarmee hij is opgevoed.

Maarten van Poelgeest was in die tijd voorzitter van de landelijke studentenbond. Gevraagd naar een karakterisering van zijn grote tegenstrever van toen vallen inderdaad de termen stijf, steil en ondoorgrondelijk.

Van Poelgeest maakt nu zelf deel uit van de politieke bestuurslaag, maar dat is geen reden om dat oordeel te nuanceren. Onlangs hadden de Haagse burgemeester en de Amsterdamse wethouder een overleg, waarbij toevallig ook de studiefinanciering aan de orde kwam. Deetman stelde fijntjes vast dat het voor hun tweeën vast een lastig gespreksonderwerp zou zijn en die onderkoelde humor heeft Van Poelgeest altijd in hem gewaardeerd. Maar verder vindt hij Deetman weinig veranderd.

Roel in ’t Veld weet hoe moeilijk Wim Deetman het destijds had. Het hele onderwijsveld had zich tegen hem gekeerd en bij elk optreden werd hij uitgejouwd en belaagd, tot aan een regelrechte schoppartij in Amsterdam.

Zelfs op vakantie werd Deetman geen rust gegund. De twee gezinnen troffen elkaar wel eens op een camping in Italië, waar het gezin Deetman zijn toevlucht moest zoeken tot een vakantiehuisje omdat vader tot in het toiletblok agressief werd bejegend door andere kampeerders uit Nederland.

Volgens In ’t Veld was zijn minister er danig van onder de indruk. Moest hij compromissen sluiten of doorpakken? Beginselvast en standvastig als hij was, koos Deetman voor het laatste. Pas na zijn ambtsperiode heeft hij daarvoor in wetenschappelijke kring ook de waardering ontvangen.

Met dat ministerschap had Wim Deetman zijn vuurdoop gehad en hij werd daarna, zoals Brinkman vaststelt, meer ontspannen in zijn publieke functies. ‘Wim is meer en meer een mensenmens geworden.’ Tot veler tevredenheid was Deetman van 1989 tot 1996 voorzitter van de Tweede Kamer. Hij gaf het parlement veel ruimte en vond het niet bezwaarlijk als het democratisch proces tot ver na middernacht voortduurde.

In ’t Veld meent dat weinig politici zo veel inzicht hebben in het politieke ambacht en de verwerving van macht. Deetman kent de weg in alle bestuurslagen en daarvan heeft Den Haag flink geprofiteerd. Anders dan zijn collega’s Opstelten en Cohen liet hij zich niet zo gelden in de media. Brinkman: ‘Wim regelt zijn zaakjes binnenskamers en dat wordt enorm gewaardeerd.’

De afgelopen zeven jaar was Deetman ook voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en in die hoedanigheid leerde Guusje ter Horst, nu minister van Binnenlandse Zaken, hem kennen. Ook zij typeert Deetman als een vertrouwenwekkende en humorvolle man, op wiens ervaring ze als burgemeester van Nijmegen graag een beroep deed. Aan de andere kant: ‘Hij kan heel erg doordrammen.’ Soms vroeg Ter Horst zich tijdens een vergadering wel eens af waarom ze dat hele roteind uit Nijmegen was gekomen. ‘Hij vindt dat hij het beter weet en vaak kon je ook niet uitsluiten dat dat het geval was.’

Jetta Klijnsma, die als Haags wethouder negen jaar aan Deetmans zijde zat, hoorde hem ook geregeld oreren. Vergaderingen van het college kunnen daardoor enorm uitlopen. ‘Als we zonder hem vergaderen, zeggen we na afloop tegen elkaar: we zijn niet gesticht, maar we zijn wel lekker snel klaar.’

Klijnsma benadrukt de belangrijke rol die Deetmans echtgenote heeft gespeeld. Op haar aanraden besloot hij deze zomer de overgang naar de Raad van State te maken, zoals zij hem in 1996 ook op het spoor zette van Den Haag. Zijn houdbaarheidsdatum als Kamervoorzitter kwam in zicht en haar echtgenoot deed er goed aan de eer aan zichzelf te houden.

Zelf zag Wim Deetman zich niet zo gauw in de rol van burgemeester, maar Den Haag leek hem wel wat. Zo’n ambt moet je uit betrokkenheid vervullen, zegt hij, en bij zijn geboortestad voelde Deetman dat. Hem hoefden ze niet te vertellen waar de Antheunisstraat lag, toen daar de pleuris uitbrak. Aldus groeide Wim Deetman uit tot ‘de beste burgemeester die Den Haag de laatste decennia heeft gehad’, zegt Pierre Heijnen, jarenlang Haags wethouder en nu Kamerlid.

In breed perspectief is zijn grote verdienste dat de ambtenarenstad een profiel kreeg als internationale stad van recht, vrede en veiligheid’. De afgelopen tien jaar hebben allerlei instituten op dat gebied zich in Den Haag gevestigd. Op microniveau heeft hij zich de rol van burgervader helemaal eigen gemaakt.

Vergaderingen konden nooit zo dwingend zijn dat hij in het stadhuis bleef. In zijn schema moest altijd ruimte zijn voor de inwoners; of ze nu 100 jaar werden of het slachtoffer waren geworden van de boze buitenwereld, zoals bij de belegering van twee moslimterroristen in de Antheunisstraat. Deetman zocht de bewoners destijds geregeld op, het liefst buiten het zicht van de camera. Juist voor die groep wilde hij de burgemeester zijn, voor Hagenezen van goede wil die zich niet meer thuis voelen in hun eigen buurt.

Alleen Henk Bres liet zich niet overtuigen door de alomvattende Deet. De burgemeester heeft zijn best gedaan, maar een Hagenees is hij nooit geworden. Bres roept een vier jaar oude foto in herinnering waarop Deetman tamelijk uitbundig poseert met een ADO-supporter. Zonder dat hij het in de gaten heeft, heeft ‘Rooie Aad’ zijn geslacht uit zijn broek hangen.

Een echte Hagenees had dat volgens Bres met een grap afgedaan. Maar de steile Wim Deetman vond dat het alle perken te buiten ging. Klijnsma: ‘Wim kan enorm boos worden. Hij pompt zichzelf op en dan komt het er in één keer uit.’

Marnix Rueb, tekenaar van Haagse Harry, heeft de affaire destijds in een cartoon vervat die De Posthoorn, de Haagse weekkrant, overigens nooit heeft gehaald. Op die tekening staan de twee in dezelfde pose, maar nu heeft ‘Rooie Aad’ een ooievaar, het symbool van Den Haag, uit zijn broek hangen.

Maanden later kwamen Deetman en Rueb elkaar bij toeval tegen. Met twinkelende oogjes meldde de burgemeester ‘een ondeugende tekening’ van zichzelf te hebben gezien. Rueb: ‘Als ik zoiets hoor, dan smelt ik alweer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden