Dinsdagprofiel Serge Brammertz Brammertz praat niet, Brammertz werkt

Hij is geboren in Eupen, in Duitstalig België, als tweede van vier kinderen. Zijn moeder was huisvrouw; zijn vader, die is overleden, was timmerman....

Als het van Serge Brammertz zelf zou afhangen, eindigt hier zijn profiel. Meer moet je over hem niet weten.

De jonge (46) hoofdaanklager, die twee weken geleden de uitlevering van de Bosnisch-Servische ex-leider Radovan Karadzic mocht vieren, blijft het liefst uit de schijnwerpers. Na Karadzic’ arrestatie gaf hij alleen een korte schriftelijke reactie. Pas tien dagen later, toen Karadzic was uitgeleverd, gaf hij een persconferentie. Maar ook die bevatte weinig verrassends.

Was hij ervan overtuigd dat hij zou kunnen bewijzen dat Karadzic genocide had gepleegd, vroeg een journalist. Antwoord van Brammertz: ‘Het is aan de rechter om daarover te oordelen.’ Verdiende Servië een beloning van de Europese Unie? Brammertz: ‘Het is niet aan de aanklager om over politieke zaken te spreken.’ Zou de arrestatie van Mladic nu volgen? Geen commentaar.

Het contrast met zijn voorgangster Carla Del Ponte is groot. Waar Del Ponte in de media politici bekritiseerde, uitdaagde en onder druk zette, laat Brammertz nooit het achterste van zijn tong zien. Het heeft hem het imago opgeleverd van een betrouwbare, maar enigszins saaie magistraat. Een omzichtige en introverte technicus.

Dat imago strookt absoluut niet met de werkelijkheid, zeggen zijn bekenden. Integendeel, zij noemen hem juist vlot in de omgang, charismatisch, enorm sociaal.

Jochen Stuers, een oude vriend, waarmee hij begin jaren tachtig in zijn geboortestad Eupen een karateclub oprichtte, herinnert zich dat Brammertz bij feestelijke gelegenheden graag het woord voerde. ‘Als we een karatedemonstratie gaven, sprak hij altijd het publiek toe. Zijn toespraken zaten vol humor. Hij kon dat heel goed.’

Een collega uit de tijd dat hij voor justitie in Brussel werkte en verantwoordelijk was voor de internationale samenwerking, stond versteld van zijn enorme netwerk. ‘Ik ging weleens mee naar recepties op de ambassade van Oezbekistan of Tadzjikistan, of op reizen naar Bratislava of Sarajevo. Hij kende daar iedereen, en iedereen kende hem. Als je zei dat je uit Brussel kwam, reageerden ze overal: ha, een collega van Serge!’

Ook bij het Joegoslavië-Tribunaal ging Brammertz meteen na zijn aanstelling met iedereen kennismaken. ‘Dat is dus echt met iedereen, van de juristen tot het personeel in de kantine’, zegt Frederick Swinnen, politiek adviseur van Brammertz. ‘Niet snel een handje geven en weer verder, maar vragen stellen en luisteren. Ik denk dat hij daar ook van geniet. Hij is graag onder de mensen.’

Swinnen denkt ook met plezier terug aan de avond van Karadzic’ arrestatie. ‘Het was nog niet 100 procent zeker, maar hij had het mij, zijn nummer twee en een paar aanklagers die op Bosnische zaken zitten, al verteld. We hebben pizza’s besteld en samen zitten wachten tot het bevestigende telefoontje uit Belgrado kwam. Dat is typisch Serge. Hij wil dat moment delen.’

Maar waarom is iemand die achter de schermen zo joviaal is, in de media zwijgzaam als een sfinx? ‘Dat maakt waarschijnlijk deel uit van zijn werkfilosofie’, zegt Nasra Hassan, zijn voormalig woordvoerster. ‘Zolang een onderzoek loopt, is hij zeer beducht om erover te praten.’ Volgens haar heeft die houding grote voordelen. ‘En hoe groter en gevoeliger de zaak, hoe groter het voordeel.’

Volgens sommigen is Brammertz’ discretie een van de redenen voor zijn hoge benoemingen en zijn snelle carrière.

In minder dan twintig jaar klom Brammertz op van beginnend advocaat tot de top van de internationale rechtspraak. ‘Interesse voor internationale rechtspraak had hij vanaf het begin’, zegt Adrien Masset, professor aan de Universiteit van Luik, waar Brammertz ook doceerde. ‘In Eupen, dat vlakbij het drielandenpunt ligt, werd hij er direct mee geconfronteerd.’

In 1985, een paar weken voor Brammertz als jurist afstudeert, worden immers de Schengen-akkoorden ondertekend. De grenzen tussen Nederland, België en Duitsland worden opengesteld, en het openbaar ministerie in Eupen, waar Brammertz gaat werken, wordt geconfronteerd met een toename van de grensoverschrijdende criminaliteit.

Brammertz is de aangewezen man om samen te werken met de Duitse en Nederlandse collega’s. Door zijn sociale vaardigheden, maar ook door zijn perfect viertaligheid (Duits, Nederlands, Frans, Engels). Hij verdiept zich helemaal in het onderwerp van de internationale justitiële samenwerking: hij promoveert erop, adviseert er de Raad van Europa en de Europese Commissie over, schrijft er wetenschappelijke artikelen over, en beklimt ondertussen de carrièreladder binnen het OM.

Zijn werklust is onuitputtelijk. ‘Hij heeft me wel eens verteld dat hij het schrijven van juridische artikelen ontspannend vond’, zegt André Vandoren, de Belgische coördinator antiterrorisme. Vandoren haalt de veelbelovende Brammertz in 1997 naar Brussel, naar het landelijke niveau.

Na vijf jaar, in een tijd van grote justitiehervormingen als reactie op het Dutroux-debacle, wordt Brammertz daar gevraagd het Federaal Parket (Belgische tegenhanger van het Landelijk Parket) op te richten en te leiden. Ook daar houdt hij zich vooral bezig met de juridische samenwerking met het buitenland.

Internationaal blijft de Belg niet onopgemerkt. Amper een jaar na de oprichting van het Federaal Parket, wordt hij door de Verenigde Naties gevraagd plaatsvervangend hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag te worden. Voor sommigen verlaat Brammertz het Federaal Parket te vroeg, maar het verbaast niemand dat hij de kans met beide handen aangrijpt. ‘Hij werkt nu echt op het terrein waar hij van houdt’, zegt Brice De Ruyver, die als veiligheidsadviseur van premier Guy Verhofstadt veel met Brammertz werkte.

Drie jaar later wordt de rising star door de VN benoemd als hoofd van de onderzoekscommissie die de moord op de Libanese ex-premier Rafik Hariri onderzoekt. De moord heeft Libanon in een crisis gebracht. Er worden aanslagen gepleegd, en Brammertz krijgt doodsbedreigingen. De onderzoekers werken en wonen in een beveiligd complex, dat sommigen van hen de bijnaam Alcatraz geven.

‘Er waren heel strenge veiligheidsmaatregelen van kracht’, zegt Nasra Hassan, de woordvoerster van Brammertz en zijn voorganger in Libanon.

Maar Brammertz klaagt niet. Hij werkt. Werkt veel. Officieel duurt de werkweek van maandag tot zaterdag. ‘Op zondag ging hij in de namiddag, na het sporten, weer aan het werk’, zegt Frederick Swinnen, die vóór het Joegoslavië-Tribunaal ook in de Hariri-commissie werkte. ‘Het gebeurde dat hij ons om middernacht nog wilde spreken.’ De ochtendbriefing was elke dag om acht uur. Swinnen: ‘Hij eiste niet dat iedereen zo hard werkte, maar je voelde wel dat hij dat apprecieerde. En iedereen deed graag mee.’

Ondanks het hoge werkritme en het gebrek aan privacy weet Brammertz een goede teamgeest op te bouwen. ‘Hij schoof bij iedereen aan tafel’, zegt Swinnen. ‘Bij de seniors, maar evengoed bij de jongste medewerker.’ Hassan: ‘Heel af en toe ging hij naar een sportschool buiten het beveiligde complex, natuurlijk met veiligheidspersoneel. De toegang van de lijfwachten betaalde hij uit eigen zak, zodat ze ook konden sporten.’

Maar voor de buitenwereld ontstaat een ander beeld. Want in de media houdt Brammertz de lippen stijf op elkaar. Bij zijn eerste aankomst in Libanon zegt hij op het vliegveld een paar woorden tegen de pers. Daarna spreekt hij maandenlang niet met de media.

Hassan herinnert zich een cartoon in een Libanese krant: een huilende baby, die uitschreeuwt: ‘Ik wil Brammertz zien! Ik wil Brammertz zien!’ In plaats van de baby te sussen, pruilt de jonge moeder: ‘Ik ook!’

Brammertz’ stilzwijgen leidt tot felle kritiek. In tegenstelling tot zijn voorganger Detlev Mehlis, die in de media Syrië heeft aangewezen als brein achter moord op Hariri, neemt Brammertz geen stelling in. Sommige media en politici vrezen dat die voorzichtige werkwijze op niets zal uitlopen. ‘Hariri Investigation Goes Backwards’, kopt World Politics Review in december 2007. Zelfs Mehlis laat zich misprijzend uit over zijn opvolger. Brammertz’ reactie? Geen.

‘Hij weet wel dat hij een beter imago zou kunnen hebben als hij meer onthult, maar dat maakt hem niet uit’, zegt Hassan. ‘Het enige wat hij belangrijk vindt, is zich inzetten voor het onderzoek.’

Ook Frederick Swinnen begrijpt wat Brammertz tegenhoudt om het beeld in de media te corrigeren. ‘Hij wil een vertrouwensrelatie opbouwen met de landen en personen. Als er dingen slecht gaan, meldt hij het niet in de media, maar aan de betrokken landen en personen. Hij is daar heel correct in.’

De diplomatieke aanpak lijkt in het Hariri-onderzoek, dat nog bezig is, positief effect te hebben. Syrië, dat onder Mehlis elke medewerking weigerde, knoopt onder Brammertz weer gesprekken aan.

Ook bij het Joegoslavië-Tribunaal, waar hij even stilzwijgend te werk gaat, heeft Brammertz succes: een half jaar na zijn aantreden wordt de belangrijkste voortvluchtige, Karadzic, gearresteerd. ‘Het is zeker niet de enige reden, want er is in Servië een nieuwe politieke situatie, maar Brammertz’ houding heeft ook meegespeeld in die arrestatie’, zegt Swinnen.

Nasra Hassan merkte het een paar dagen geleden nog op, aan de telefoon met Brammertz. ‘Opmerkelijk, voor iemand die zich zo low profile gedraagt, dat je twee zulke high profile rechtzaken krijgt toebedeeld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden