Dikwijls is Van Keulen de lezer een stapje voor

ARJAN PETERS

Vervolg van pagina 1.

Volstrekt natuurlijk is die overgang. Alsof de schrijfster het zelf niet in de gaten heeft dat een knusse en grappige situatie onaangekondigd in een spookachtige verkeert. Ook op die keurige school ging dát gewoon door - omdat die neiging uit haar zelf kwam. Zoals Van Keulen in haar essaybundel De lach van Schreck (1991) schreef: 'Als kinderen maakten mijn broer, zusje en ik elkaar bang door in het donker naar elkaar toe te sluipen, of alleen maar door te zéggen dat je eraan kwam. We lagen, naar Hollands gebruik, erg vroeg in bed. Soms doodde ik de tijd door verhalen te vertellen, enge verhalen waar ik vaak geen eind aan wist te bedenken.' Ook om die reden moet haar moeder geprezen worden: de vaardigheden die haar dochter in die jaren opdeed, kwamen goed van pas toen ze begon te schrijven.

Het beroemde verhaal 'Tigertits Rosie' uit haar eerste bundel Allemaal tranen (1972) sluit naadloos aan bij 'De kunst van het kijken', en laat zien dat een nonnenschool voor meisjes nog niet wilde zeggen dat het gevaar geweken was. Al op de eerste dag sloot Mensje vriendschap met Roos met wie ze naar 'boven-de-achttien films ging of naar een van Roos' vrijers, waar ik meestal als tweedehandsbezoek de platen draaide of in het donker trachtte te lezen.' Treffend heeft ze hier de schuchtere tussenpositie van de geboren observator (wel nieuwsgierig, nauwelijks deelnemend) geformuleerd.

Even later, als de meisjes naar een café bij een militair oefenterrein gaan, gevolgd door deze stilistische voltreffer: 'In het volle café stond een halve kazerne voor ons op. Ze keken naar Roos' tieten en Roos ging er vrolijk mee zitten terwijl ik, verlegen met het contrast van een centimeter schuimrubber in m'n beha tussen zoveel kerels, de stoel koos die tegen de muur stond.'

Ze staan nu bij elkaar, de verhalen die het unieke talent van Mensje van Keulen tonen, het resultaat van goed kijken en een hang naar bijna huiselijke horror. De wereld is niet slecht, maar je moet altijd oppassen, en als je niet zo lang kijkt als nodig is maar langer, zie je steeds meer en beter.

Dikwijls is ze de lezer een stapje voor. In 'Het glas' belt een Egyptenaar aan bij een vrouw alleen. Hij zegt geld in te zamelen voor een kindertehuis. Mag hij misschien een glas water? Voordat ze het weet, staat de man in haar huis. Mooi gezicht, denkt ze. Maar ook: 'De man kon nu iets pakken om haar neer te slaan. De aanrander kon zelfs al dicht achter haar gaan staan. Ze moest het glas niet te lang afspoelen, anders dacht hij misschien dat ze niet goed snik was.' Hij bekijkt zwijgend haar interieur. Vraagt dan, voordat hij gaat: 'Is er niet iets wat ik voor ú kan doen?'

Nee. Hij gaat. En als hij weg is, loopt de vrouw door haar huis, 'en het was of ze alles voor het eerst zag. Absurde dunne afscheidingen waren de muren. Eigenlijk hing een schilderij tegen de kapstok. Hoe koud was de opzettelijke eenvoud van haar interieur.'

Binnen vier pagina's is de lichte dreiging van een vreemdeling omgeslagen in de onthulling van haar eenzaamheid. Door hem ziet ze die.

In een ander verhaal, 'De spiegel', gaat een jong meisje in op een advertentie waarin 'een bijzondere spiegel' wordt aangeboden, 'in ruil voor enige hulp'. Dit keer komt Van Keulen tegemoet aan ons wantrouwen, dat iets Heel Ergs vermoedt.

Kijk eens hoe ze dit opbouwt. Het meisje had eerst gebeld: 'Zijn stem had hoog, bijna vrouwelijk geklonken.' Dan gaat ze naar het opgegeven adres: 'Er was geen naambordje, alleen een paar gaatjes van schroefjes en een punaise die niet pasten bij zo'n chique deur.' Dan het trapgat in: 'De grove zolen van haar gympen zakten weg in de loper.'

Dan betreedt ze, op een hoog, de woning: 'Hoewel ze zich geen enkele voorstelling van de man had gemaakt, schrok ze.' We kunnen er voor gaan zitten. En toch loopt het anders dan we hadden gedacht. Die kunst heeft Van Keulen verder verfijnd, tot en met de zes meesterproeven in de bundel die terecht Een goed verhaal (2009) heet.

Bij alle vreselijks dat ze schetst - zoals het gekijf dat sommige stellen juist lijkt te binden - valt daarin ook op dat de tederheid nooit ontbreekt. De veel jongere vriendin en pasja van de gevierde en knorrige schrijver houdt tóch van hem.

En de goeiige Theo die door zijn drankzuchtige vrouw het huis uit wordt gejend, kan na een desastreuze ervaring op het strand nog blij zijn ook dat hij 's avonds weer naast haar ligt.

'Wat is het leven soms erg', zegt zij dan. Zulks kan de lezer beamen, maar wel nadat hij geschokt heeft geschaterd om wat Mensje van Keulen hem even daarvoor heeft verteld.

Mensje van Keulen: De verhalen.

Atlas; 508 pagina's; € 19,95.

ISBN 978 90 450 1865 2.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden