Dikte portemonnee bepaalt ambitie provincie

Rijke provincies als Gelderland en Brabant kunnen veel meer 'leuke dingen' doen dan arme provincies als Zeeland en Drenthe. De Volkskrant zocht uit wat provincies met hun miljarden doen.

ChristenUnie-leider Arie Slob (R) vist plastic afval uit de grachten van Utrecht. ChristenUnie vraagt daarmee aandacht voor schoon water in de stad en het hergebruik van afval in aanloop naar de verkiezingen voor de provincie en waterschap op 18 maart. Beeld anp

Bekijk onderaan dit artikel hoeveel uw provincie aan u uitgeeft

(Bekijkt u dit artikel via onze apps? Klik dan hier)

De kerntaken: veel meer dan milieu en infrastructuur

Van de drie overheidslagen geven de provincies het minste geld uit per burger: 442,35 euro per persoon. Dat is veel minder dan gemeenten (2.967 euro per persoon) en het Rijk (12.270 euro per persoon) uitgeven. Maar die overheden hebben dan ook veel meer en duurdere taken te vervullen.

Het bedrag voor de provincies wordt vanaf dit jaar nog lager, omdat de jeugdzorg is overgeheveld van provincies naar gemeenten. Dat scheelt 72 euro per burger.

De provincies hebben zeven kerntaken, zo is onlangs nog eens in het beleidsdocument Kompas 2020 herbevestigd: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, milieu- en energiebeleid, natuurbeheer, regionale bereik-baarheid/openbaar vervoer, regionale economie, culturele infrastruc-tuur/monumentenzorg en kwaliteit van openbaar bestuur.

Van die taken geven ze het meeste geld uit aan wegen en openbaar vervoer. Geregeld komen de provincies in het nieuws als ze de concessie voor het regionale busvervoer voor een bepaalde periode moeten aanbesteden. In Limburg leidde dat onlangs tot een rel omdat de provincie de opdracht van 1,5 miljard euro aan NS-dochter Albellio gunde, waarna de verliezers Veolia en Arriva naar de rechter stapten.

Ook met de aanleg van wegen trekken ze vaak de aandacht. Zo is het provinciebestuur van Noord-Brabant een fel pleitbezorger van een rondweg ('ruit') rond Eindhoven, terwijl de stad daar juist tegen is. De provincie wil zelfs 450 miljoen euro bijdragen aan het 870 miljoen euro kostende project, dat november vorig jaar (voorlopig) werd geblokkeerd door de Tweede Kamer.

De provincies zijn sinds vorig jaar verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de Ecologische Hoofdstructuur, nu Natuurnetwerk Nederland geheten. Ze investeren ook mee in bedrijven om de regionale economie en werkgelegenheid te stimuleren.

Voor de rest is de provincie voor de burger een tamelijk onzichtbare overheid.

Er zijn ook grote verschillen in de ambities van provincies, die vooral te maken hebben met de dikte van hun portemonnee. Want vooral sinds de verkoop van de energiebedrijven Essent en Nuon in 2009 zijn er rijke en arme provincies. Rijke provincies als Gelderland en Brabant kunnen veel meer 'leuke dingen' doen dan arme provincies als Zeeland en Drenthe.

De inkomsten: automobilist spekt de provinciekas

Hun inkomsten halen de provincies uit drie potjes: de opcenten op de motorrijtuigenbelasting, uitkeringen uit het Provinciefonds van het Rijk en het rendement op eigen vermogen (beleggingen).

De belangrijkste inkomstenbron zijn de opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Die procentuele verhoging van de wegenbelasting mogen de provincies zelf vaststellen. De minister van Financiën stelt wel jaarlijks de maximale verhoging vast.

Automobilisten zijn daardoor in de ene provincie veel duurder uit dan in de andere. Zuid-Holland heft de meeste opcenten, Noord-Holland de minste.
Een eigenaar van een Volkswagen Golf is in Zuid-Holland 75 euro per jaar duurder uit. Hij draagt daar 263 euro van de wegenbelasting af aan de provincie, terwijl dat in Noord-Holland maar 188 euro is.

Het is niet zo dat de wegenbelasting in arme provincies standaard hoger is dan in rijke provincies. Dat geldt toevallig wel voor (arm) Zuid-Holland en (rijk) Noord-Holland. Maar een steenrijke provincie als Gelderland is duurder voor de automobilist dan een arme provincie als Flevoland.

De hoogte van de opcenten is vooral politiek bepaald. In sommige provincies is het een belangrijk issue om de wegenbelasting zo laag mogelijk te houden. Vooral VVD en PVV hechten daaraan.

Daarnaast krijgen provincies elk jaar geld uit het Provinciefonds van het Rijk. Hoeveel ze krijgen, is afhankelijk van het aantal inwoners, de oppervlakte van het land, kilometers weglengte en de omvang van watergebieden.

Omdat de energiedeals sommige provincies veel hebben opgeleverd, heeft het Rijk in 2011 een nieuwe verdeelsleutel gemaakt, waarbij ook rekening wordt gehouden met het eigen vermogen. Rijke provincies krijgen veel minder uitgekeerd uit het Provinciefonds dan arme provincies.

Want rijke provincies halen ook jaarlijks rendement op hun vermogen. Eind 2013 hadden alle provincies 16,6 miljard euro op de bank staan. Dat vermogen zit vooral in staats- en obligatieleningen.

Sinds 2013 zijn provincies verplicht hun overtollige gelden (nieuwe beleggingen) te stallen in de schatkist.

De verschillen: noord-brabant heeft 2 miljard op de bank, drenthe maar 100 miljoen

De verschillen tussen provincies heeft natuurlijk alles te maken met hun financiële positie. Noord-Brabant heeft ruim 3 miljard euro verdiend met de verkoop van Essent. Daarvan is 2 miljard op de bank gezet - het rendement daarop geldt als een belangrijke jaarlijkse inkomstenbron. Ter vergelijking: Drenthe heeft maar zo'n 100 miljoen euro aan reserves. De nieuwe verdeelsleutel van het Provinciefonds tempert die verschillen weliswaar enigszins, maar het heft ze zeker niet op.

Het gevolg is dat Brabant veel makkelijker kan investeren in 'innovatieve bedrijven', 'grote erfgoedcomplexen' of 'topsportlocaties' dan Drenthe. Ook maakt Brabant meer buitenlandse dienstreizen dan andere provincies - daar hebben ze gewoon het geld voor.

Sommige provincies hebben eigen sores. Zo heeft Zeeland bijvoorbeeld niet alleen zijn energiebedrijf (Delta) níét verkocht. Ook zegt de provincie last te hebben van het inwonercriterium dat het Provinciefonds hanteert. Dat geldt met name voor de BDU-gelden (Brede Doel Uitkering verkeer en vervoer). 'We hebben maar 380 duizend inwoners, de uitkeringen van het Rijk zijn daardoor heel laag, maar we hebben wel heel veel wegen en bruggen', aldus een woordvoerder. 'In Zeeland past de hele Randstad, waar miljoenen mensen wonen.'

Het inwonertal en het aantal N-wegen zijn in het algemeen belangrijke variabelen voor de provincieuitgaven per inwoner. Ze verklaren bijvoorbeeld waarom Friesland en Zeeland veel meer uitgeven aan wegenonderhoud dan de Randstad- provincies. In de 'perifere' provincies liggen veel meer provinciale wegen dan in de Randstad, waar de meeste wegen door Rijk en gemeenten worden betaald en onderhouden.

De rol van de provincie kan per regio verschillen, aldus het beleidsdocument Kompas 2020: ze kan 'regisseur', 'investeerder' of 'belangenassembleur' zijn. Behalve in de dikte van hun portemonnee kunnen provincies ook verschillen in politieke ambities: het ene provinciebestuur timmert meer aan de weg dan het andere. Ook de politieke kleur van gedeputeerde staten speelt daarbij een rol.

Bekijk hieronder hoeveel uw provincie aan u uitgeeft. (bekijkt u dit via onze apps, klik dan hier)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.