Dikke skinhead met de snelste benen

Door de concurrentie is Mark Cavendish (23) al de snelste sprinter van het wielerpeloton genoemd. Zijn levensverhaal kleurt de Tour de France....

Er klopt niets van, zegt hij schaterlachend. Niets!Mark Cavendish kent de serie ook en kijkt graag naar de tv als de inwoners van het eiland Man weer eens als imbeciele stereotypen worden neergezet in The Fast Show. Om de waarheid valt minder hard te lachen, zegt de wielrenner.

Het Britse eiland heeft op sportgebied vooral een rijke traditie vanwege de motorraces en de vele doden die daarbij vielen. Problemen zijn er genoeg op zijn geboortegrond, vertelt Cavendish (23) in een hotel in Eindhoven, vlak voor de start van de Ster Elektrotoer.

De meeste leeftijdgenoten zijn volgens hem nooit van het eiland af geweest. ‘Ze zijn aan de drank en in de problemen geraakt, en vechten op straat omdat ze denken dat ze Mike Tyson zijn.’ Allemaal wanen ze zich de koning van het eiland, vertelt de renner die lange tijd eenzelfde lot beschoren leek.

Uit baldadigheid en verveling was de jonge Cavendish van het rechte pad geraakt. Hij leek zijn broer achterna te gaan. ‘We haalden het soort kattenkwaad uit waaraan elke tiener zich schuldig maakt. Maar dan een beetje erger. We beroofden geen banken of zo, maar we hadden wel deskundige hulp nodig.’

Zijn moeder, door wie hij werd opgevoed, vergezelde hem tijdens alle zittingen en spreekuren met rechters, jongerenwerkers en psychologen. In zijn herinnering heeft ze in die tijd onophoudelijk om haar zonen gehuild.

Zijn hobby bracht Cavendish terug op het rechte pad. Hij zegt alles in zijn leven aan de fiets te danken te hebben. ‘Jaren geleden was ik een dikke skinhead die worsten, kebab en slagroomtaart at en op de automatische piloot mijn diensten bij de bank draaide. Vijftien maanden later was ik wereldkampioen op de baan. En een stuk lichter, trouwens.’

Cavendish is geen wielrenner geworden. Hij is zo geboren, vindt hij zelf, en heeft zich alles aangeleerd. Op Man, waar het wielrennen op de weg een nog anoniemer bestaan leidt dan op het vasteland, kon hij als kind bij niemand terecht met vragen over zijn hobby.

Voorbeelden heeft hij nooit gehad. Zijn ouders raadden hem zelfs af zijn droom na te leven. Hij moest niet denken dat hij prof kon worden, kreeg hij steeds te horen. Maar Cavendish was niet van zijn idee af te brengen. ‘Ik heb altijd geweten dat het goed zou komen. ’

Op de vraag wat hij was geworden als hij het niet als wielrenner had gered, haalt hij zijn schouders op. Hij heeft nooit aan iets anders kunnen denken dan aan fietsen. Zijn baan bij de bank was niets anders dan een manier om geld te verdienen zodat hij zijn sport kon bekostigen.

‘Ik heb altijd alles zelf betaald in mijn leven. Mijn vader, die op het vasteland woonde, sprong af en toe bij als ik onderdelen voor mijn fiets nodig had. Maar ik wilde dat alleen in geval van nood. Want nu kan ik zeggen dat ik altijd onafhankelijk ben geweest.’

Hij was 14 toen hij voor het eerst een baanwedstrijd reed. ‘Ik won meteen.’ Vervolgens debuteerde hij bij de Britse baantitelstrijd. ‘Ik werd kampioen.’ Het bewijst wat hij altijd tegen zichzelf heeft gezegd: ‘Als je het echt wilt, lukt alles.’

Verstand van techniek en trainingen heeft hij nooit gehad. Omdat hij niet beter wist, schakelde hij tijdens wedstrijden met zijn knieën. Maar niemand maakte hem belachelijk. ‘Ik won gewoon alles. Pas toen ik prof werd, kwam ik erachter dat ik misschien niet helemaal op een normale manier fietste.

‘Alleen mijn moeder lachte me uit, toen ik op mijn BMX een wedstrijd verloor waaraan ook mountainbikers deelnamen. Alsof ik door het park wandelde, zo traag was ik. Ik zei tegen mijn moeder: de volgende wedstrijd rijd ik op een mountainbike en win ik. ’

Dat gebeurde één dag later al. Vrijwel altijd en overal won Cavendish. Zelfs toen hij de krukas van zijn fiets kapot trapte, haalde hij nog iedereen in. ‘Won ik met één been.’

Hij had niets dan zijn intuïtie en zijn snelle benen om hogerop te komen. Het heeft hem gebracht tot wat hij nu is. Na twee etappezeges in de Ronde van Italië en succes in de Scheldeprijs, Driedaagse De Panne, Ster Elektrotoer en Ronde van Romandië heeft zijn carrière een vlucht genomen bij Team Columbia, de opvolger van High Road.

In de Tour de France behoort hij tot de grootste kanshebbers op een sprintoverwinning, zeker nu de concurrentie is uitgedund door de afwezigheid van Boonen en Benatti, volgens wie hij de snelste sprinter ter wereld is. ‘En dat ben ik ook’, zegt Cavendish resoluut.

Wie zijn benen laat spreken, hoeft volgens hem niets te zeggen. Maar soms moet hij wel stelling nemen om zich te verdedigen tegen de kritiek die hij vanuit het peloton te verwerken krijgt. ‘Ik wil geen problemen, maar ik draai ook nergens omheen.’

In dat opzicht was de Ronde van Italië voor hem meer dan drie weken fietsen. Hij werd ook gedwongen hardnekkige vooroordelen te bestrijden die bij zijn Italiaanse collega’s bleken te leven.

Nadat hij door Mario Cipollini in de Ronde van Californië al van een gebrek aan respect was beschuldigd, noemde Filippo Pozzato hem in de Italiaanse pers in één adem met Riccardo Ricco, die meer vijanden dan vrienden heeft in het peloton. Cavendish begreep niet wat hij fout had gedaan.

Al snel ontdekte hij dat het probleem niet bij hem lag, maar bij de Italiaan zelf. ‘Pozzato heeft problemen met een stuk of vier renners die allemaal jonger zijn. Hij verwijt ons dat we hem niet respecteren en zegt dat hij als jonge renner had geleerd zijn mond te houden als de ouderen spreken. Voor de duidelijkheid: ik heb respect voor iedereen, maar aan het einde van de dag wil ik als eerste de streep passeren.’

Tegen de vooroordelen viel nauwelijks te vechten, stelt hij achteraf vast. ‘De Italiaanse wielercultuur steekt heel anders in elkaar. Ze zijn soms heel bekrompen in hun manier van denken.’

Zo werd hij afgeschilderd als een valsspeler die zich vasthield aan ploegleiderswagens en anderen in gevaar bracht in de laatste meters van een massasprint. Hij zou ook een huichelaar zijn, omdat hij als eerste zijn handtekening had gezet onder het antidopingcharter van de UCI.

Het is totale onzin, vindt hij. ‘Ik ging in de Giro naar voren, naar achteren, naar links en naar rechts om ze te ontwijken, maar ik hang niet aan auto’s. En ik zit niet onder de dope. Als ik niet goed genoeg ben, ben ik niet goed genoeg. Dan eindig ik buiten de tijd, zo simpel is dat.’

Hij protesteert tegen het stempel van een roekeloze sprinter dat hij opgeplakt heeft gekregen. ‘Ik ben een sprinter en er is niemand die harder fietst dan ik. Ik breng mezelf absoluut in gevaar, niemand anders. Als ik anderen in gevaar breng, zou ik ook niet af en toe negende of tiende worden, wat me ook overkomt.’

Hij laat een vuistslag op tafel volgen. ‘Die Pozzato weer. Hij vindt dat ik hem moet laten doen wat hij wil. Dus als ik hem niet mijn winnende lijn gun, ben ik dan gevaarlijk? Of hij? Ik houd toch mijn positie?’

Om de sympathie bij collega’s en het publiek te winnen gedroeg hij zich voorbeeldig in de eerste grote ronde die hij voltooide. Hij nam de tijd voor de media en heeft geen enkele keer geweigerd een handtekening te zetten. Hij gaf zelfs een derde mogelijke ritzege weg aan ploeggenoot André Greipel.

Terecht werd hij ervoor bedankt door ploegleiders en andere renners, vindt hij. ‘Pas als je een wielrenner bent geweest die vaak wint, begrijp je hoe moeilijk het is een overwinning weg te geven. Een sprinter denkt aan het eind van de dag maar één ding: ik ga alle anderen verslaan in de slotmeters.’

Als sprinter hoeft hij geen rol te spelen. Hij kan iedereen achter zich laten, mag zelfzuchtig zijn en staat voor even in het middelpunt van de belangstelling.

Hij trekt de vergelijking met een troep roofdieren, waarin het alpha-mannetje door de anderen wordt gevolgd. Cavendish ziet zichzelf als de toekomstige leider van het peloton. ‘Ik ben als alpha male geboren. En dat kun je niet van iedereen zeggen.’

Na zijn gouden medaille op de scratch tijdens de Gemenebest Spelen, wordt de tweevoudig wereldkampioen op de madison soms zelfs op Man herkend. Toen hij aan het trainen was en een auto hem bijna van de weg reed, was Cavendish op het ergste voorbereid. ‘Ik dacht: dit wordt vechten. Bleek die man alleen een handtekening te willen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden