Digitale revolutie pept alfa's op

Een nieuwe generatie alfa-wetenschappers benut informatietechnologie om samenwerking te zoeken met bèta's, gamma's en het bedrijfsleven.

Bruisend en vitaal, zo staan de geesteswetenschappen ervoor. Het is de opmerkelijkste conclusie uit een enquête van De Groene Amsterdammer onder ruim honderd Nederlandse onderzoekers in de alfawetenschappen. Er zijn nieuwe, spannende onderzoeksterreinen, er worden innovatieve werkwijzen uitgeprobeerd en aan nieuwe studenten geen gebrek.

Maar wacht even, de alfawetenschap was toch in diepe crisis? De misère, zoals die wordt verwoord door menig hoogleraar, komt nog steeds met regelmaat langs: universiteiten zijn 'diplomafabrieken' geworden, de moderne academie is in de ban van 'valorisatie' en politici hebben het niet over wetenschap maar over 'kennis, kunde, kassa'. Vooral de geesteswetenschappen zouden hier last van hebben. Want daar waar bèta's mensenlevens redden en sociale wetenschappers maatschappelijke problemen bestuderen, beperken alfa's zich tot vage zaken als 'duiding' en 'contextualisering', waarvan het nut maar moet worden afgewacht.

Toch ziet een ruime meerderheid van de onderzoekers de toekomst zonnig in, ondanks de bezuinigingen. Computers en internet hebben het vakgebied nieuw elan gegeven. De enquête geeft daarvan sprekende voorbeelden.

Oude en nieuwe teksten, bijbels, zelfs kunstwerken kunnen dankzij digitale zoekmethodes een nieuwe, scherpe analyse ondergaan. Dat levert nauwkeuriger beelden op. Veel historische bronnen zijn gedigitaliseerd. Met één druk op de knop kun je alle pamfletten over het rampjaar 1672 raadplegen of de opmars van de nazicensuur in Duitse geschriften zien. Grote databestanden geven taalwetenschappers inzicht in hoe taal nu daadwerkelijk verandert. Daarmee schuiven de alfa's op richting de datagestuurde onderzoeksmethoden van hun exacte collega's. Zo ontstaat er een geheel nieuw vakgebied: de digital humanities.

De technologische revolutie bezorgt de alfa's sowieso bergen werk. De literatuurwetenschap kan niet meer zonder user reviews op Amazon of zonder fanzines die lezers tegenwoordig volschrijven over hun favoriete auteur. Daarnaast rijzen nieuwe ethische vragen waar filosofen zich over buigen. Hoe moet dat als er straks een zorgrobot naast je bed staat? Wat kan die wel, wat mag die niet? En wie bepaalt dat?

Wie nog leefde met het beeld van de eenzame onderzoeker achter zijn bureau die een specifieke kwestie probeerde te ontrafelen, moet dat echt bijstellen. Samenwerking, zo luidt het parool in de geesteswetenschappen anno 2013. En dan niet alleen met collega's uit andere 'zachte' vakgebieden, maar juist met de bèta's en de gamma's. Bij neurowetenschappen denken we vaak aan exact bèta-onderzoek, maar de breinrevolutie heeft net goed de humaniora in de greep. Filmwetenschappers meten de neurologische reacties van filmkijkers en taalwetenschappers bestuderen hoe het brein taal verwerkt. Ook met sociale wetenschappers wordt de samenwerking intensiever. Steeds meer sociologen, politicologen en economen zien in dat 'cultuur' een onmisbare component is van maatschappelijke verschijnselen.

Deze bredere blik maakt de geesteswetenschappen aantrekkelijk voor studenten van deze tijd. Veel geesteswetenschappelijke disciplines hebben niets te klagen over de studentenaantallen. En de minder populaire vakgebieden? Die zouden hiervan kunnen leren, meent de Utrechtse faculteitshoogleraar Wiljan van den Akker. 'Zet Finoegrisch, Portugees en Hongaars in een nieuwe context en er komen weer studenten op af.'

Vanwaar dan toch dat beeld dat de humaniora in de verdrukking zitten? Verschillende onderzoekers manen hun collega's met meer vertrouwen de wereld tegemoet te treden. Remco Breuker, hoogleraar Koreaanse studies in Leiden, schrijft dat geesteswetenschappers minder onbeholpen, minder bescheiden en assertiever moeten zijn. Ze hebben veel te vertellen, maar dan moeten ze wel vindbaar en hoorbaar zijn.

Mogelijk komen onheilsprofeten ook gemakkelijker aan het woord in de media. Misschien is er ook een generatie-effect. Want juist jongere onderzoekers schrijven enthousiast over de digitale revolutie en haar gevolgen voor hun vakgebied, terwijl oudere wetenschappers vaker waarschuwen dat het niet moet gaan om de (digitale) vorm, maar om de inhoud van hun studie. Sommigen zien de verbreding van de context met lede ogen aan, als zou de digitalisering van alfa's een onderafdeling van de bèta's maken.

Maar die vrees doet geen recht aan de rol van geesteswetenschappers. De bijdragen aan de enqûete laten het duidelijk zien: ethici die de omstandigheden in de bio-industrie helpen verbeteren, historici die de diepe wortels van de economische crisis bestuderen en linguïsten die samen met hersenwetenschappers onderzoek doen naar taalstoornissen als gevolg van hersenletsel.

De meeste alfa's juichen deze ontwikkeling toe. 'Wetenschap die uit publieke middelen wordt betaald, moet publieke doelen dienen', schrijft de Groningse wetenschapshistoricus Klaas van Berkel. Het idee dat alfa-onderzoek geen direct 'nut' heeft, wordt gelogenstraft. Vanwege hun analytische vaardigheden en hun probleemoplossend vermogen worden alfa's ook door het bedrijfsleven op waarde geschat. Dankzij de ict-revolutie en haar invloed op de geesteswetenschappelijke praktijk zal dat alleen maar sterker worden, verwacht filosofe Andrea Betti van de VU.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden