Column

'Diervriendelijk vlees' meest ergerlijke uitdrukking

Helpen doet het natuurlijk niet, maar zolang er geklaagd wordt over taal, is er leven.

Koe in de wei bij bio-dynamische boerderij Natuurlijk Genoegen in Driehuizen. Beeld anp

Diervriendelijk vlees bestaat niet. Ook dat vlees is van een dier dat daarvoor een héél klein beetje dood wordt gemaakt, en dat is nooit een kieteldood. Logisch dat de term winnaar werd in de verkiezing 'Weg met dat woord!'

Volgens het Instituut van de Nederlandse Taal stemde bijna eenderde van de 22 duizend deelnemers op 'diervriendelijk vlees'. Ik weet niet goed wat dat zegt. Wie waren de stemmers? Zijn ze niet 'gestuurd' door een actiegroep? Je weet het niet meer in de stemkastjesdemocratie. De architect daarvan, website GeenStijl, verklootte menige internetverkiezing met pollfucks: lekker met z'n allen stemmen op de idiootste kandidaten. Gewoon omdat het kan.

'Diervriendelijk vlees' is een woordverzachter, met waskracht voor de wrede werkelijkheid. Niet voor niets wordt het middel veel gebruikt in de bio-industrie. Waar ooit 'scharrelei' een vrij en blij bestaan van de kip suggereerde, wordt de consument nu het bos in gestuurd om ze zelf te rapen tussen het 'vrije uitloopei', het 'grasei' en nog een reeks legsels van een 'biologische' of 'blije' kip - met afgebrande snavel, doorgezakt en vol kale plekken.

Helpen doet zo'n verkiezing natuurlijk niet. Het hoort tot de eindejaarsritueeltjes van instituten en bedrijven die een mediadansje doen. In het kerstpakket voor hongerige nieuwsredacties zitten tussen de eindlijstjes nog blikken vol Woorden en Personen van het jaar verstopt. Gaan we nog van smullen.

Wie de kanshebbers van dit jaar bekijkt ziet dat er niets nieuws onder de zon is. Genomineerd was ook 'ik heb zoiets van', een ergernis van minstens twintig jaar oud. Verder onder meer 'absoluut', 'zeg maar', 'uitdaging' en 'hun hebben'. Het kippenvel (vrije uitloop!) staat al decennia op de armen.

Op NPO Radio 1 opperde de presentator 'een stukje' en het Binnenhofse 'waar het om gaat'. Zelf zou ik ook graag 'de menselijke maat' tot verboden terrein verklaren. Ook voer ik al jaren vergeefs strijd tegen de 'focus'. Vorige week in een spotje: 'Goedemorgen ondernemer, waar ligt uw focus vandaag?' Kijk eens in het naaimandje (mag die uitdrukking nog?).

'Diervriendelijk vlees' hoorde ook vorig jaar tot de ergernissen. Een raadsel waarom het dit jaar irritanter zou zijn dan eerder. Toen werd 'me' (in plaats van 'mijn') het irritantste woord. De me-zeggers zijn er niet erg van geschrokken. Ze zullen toch wel kunnen lezen? In 2014 werd het 'oudjes', het jaar daarvoor 'kids'. De paradox van dit gezelschapsspelletje: de verkozen woorden klinken luider dan ooit.

Die ergernissen zijn helemaal niet erg: klagen doet leven. Een taal is dood als er niets meer te mopperen valt. Klagen over taal maakt gelukkig: lezers van de Volkskrant kunnen erover meepraten. Het maakt een stofje aan in de hersenen, waardoor de klager zich - gesteund door de wetboeken - beter gaat voelen dan de minkukel die een overtreding begaat. In jammeren over taal klinkt het verlangen jezelf te verheffen. Een mooi streven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.