Diertjes die weer verschijnen, of juist voor altijd verdwijnen

Onder het zoetwateroppervlak is een onzichtbare revolutie gaande: de natuur groeit er als kool, blijkt uit onderzoek van het Wereld Natuur Fonds. En ook langs de plassen gaat het goed, zoals met de vuurlibel. Maar de ortolaan is uit Nederland verdwenen.

De ortolaan

De Ortolaan

Dat groene kopje zul je hier niet meer zien

Boena van Noorden doet als vrijwilliger onderzoek en tellingen voor Sovon Vogelonderzoek.

'De ortolaan is echt weg. Ik heb hem gevolgd tot de laatste snik, tot het laatste exemplaar het licht uit deed, hier in Noord-Limburg. Dat was halverwege de jaren negentig. Daarna zijn er nog wel incidentele broedgevallen geweest, maar dat is al meer dan tien jaar geleden.

'Toen ik begon met vogelen, in de jaren tachtig, kwam hij nog gewoon voor. Ik hoefde het dorp maar uit te fietsen en ik hoorde hem. En dan wist ik ook: uit die struik komt hij zo tevoorschijn. Het is zo'n geweldig mooie soort. Alleen al vanwege die zang, dat moet je maar eens luisteren. Hij zingt zelfs dialecten, hier in Noord-Limburg klonk hij anders dan in Gelderland. Er is niets prachtiger dan een mooie zomeravond bij een roggeakkertje met het geluid van ortolanen. En dan dat uiterlijk: een groen kopje, een prachtige gele oogring en dan dat roze borstje: een unieke combinatie. Dat is dus weg uit Nederland. Ik ben nog niet zo oud, maar ik kan zeggen dat ik in mijn generatie soorten ben kwijtgeraakt. Het is een groot verlies.

'Hoe het zo is gekomen? Ach, het is hetzelfde verhaal als dat van de achteruitgang van zo veel cultuurgebonden soorten. De enorme ontwikkelingen in de landbouw: de schaalvergroting, de monoculturen, insecticiden, de opkomst van de mais. In de rest van Europa gebeurt nu hetzelfde. En prompt na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn begon ook de achteruitgang van de ortolaan in Oost-Europa. De ortolaan is een soort die het moet hebben van roggeakkertjes in de nabijheid van heggen en houtwallen en vooral eiken. In die akkers werd gebroed, in die eiken foerageerden ze. De laatste stukjes van dit mooie landschap verdwenen in de jaren negentig. Ik zie de ortolaan ook niet meer terugkomen als broedvogel, want hij verspreidt zich maar heel geleidelijk.

'De laatste stuiptrekkingen van de ortolanen hier in Limburg waren dramatisch. Ze verruilden hun traditionele broedgebieden, die niet meer geschikt waren, voor heideveldjes in de buurt. Dat voelde voor mij als een soort wanhoopsdaad. Ook die heidegebiedjes bleken niet geschikt. En zo liep het af.'

Middelste bonte specht

Met een mp3-speler duikt hij zo op

Ben Hulsebos is vrijwilliger bij Sovon Vogelonderzoek. Hij is districtscoördinator Twente.

'Opeens waren ze er weer. Middelste bonte spechten, op twee kilometer van mijn huis in Losser, Twente. Ik vond het uniek. In de jaren vijftig waren er al eens broedgevallen geweest, daarna gebeurde er lange tijd niets. Maar eind jaren negentig werden ze weer gemeld in Zuid-Limburg. En toen, in 2004, ook bij ons. Sindsdien tel ik ze, hier in de buurt, maar ook elders in Twente, want ze hebben zich snel verspreid. Op dit moment hebben we hier 242 broedgevallen.

Daarmee is Twente het belangrijkste gebied voor middelste bonte spechten in Nederland, op de voet gevolgd door Zuid-Limburg. Ook elders in het oosten van het land komen ze nu voor. 'Toen hij hier voor het eerst opdook, ben ik meteen gaan oefenen in Duitsland, net over de grens, waar ze al veel langer broedden. Hoe konden we hem het best opsporen, dat was de vraag? We weten nu: draai op een mp3-speler zijn geluidje af en hij zit binnen een paar seconden boven je op een tak. Als je dan eenmaal weet dat ze er zitten, kun je gewoon wachten tot er één roept, dan volgt de rest vanzelf.

'Er zijn meerdere theorieën over zijn opkomst in Nederland. De opwarming van het klimaat wordt genoemd, hij is een soort die uit iets warmere streken komt. Dan de aantasting van eiken door de eikenprachtkever. Daar krijg je kwijnende eiken van, daar komen middelste bonte spechten op af. Ze houden van bossen met veel dood hout. Daarin kunnen ze hun nesten bouwen en in de winter zijn er voldoende kevertjes en torren. 'Wat ook meespeelt, is dat de bossen ouder zijn geworden en de beheerders dood hout tegenwoordig laten staan of liggen. Er is nog een vierde oorzaak: de achteruitgang van spreeuwen. Nesten van middelste bonte spechten worden vaak gekraakt door spreeuwen. Maar met spreeuwen gaat het bijzonder slecht. Dus worden er minder nesten gekraakt.'

Middelste bonte specht

De heivlinder

Warmteminnaar die zijn plek mist

Joop Mourik is coördinator van de Vlinderwerkgroep Zuid-Kennemerland

'Rond 2002 dachten we even: als het zo doorgaat, zien we de heivlinder straks helemaal niet meer. Ik inventariseer als vrijwilliger al vlinders sinds 1992, hier in de duinen van Zuid-Kennemerland. Al die tijd ging het steeds slechter met de heivlinder. Maar de laatst tien jaar gaat het juist weer wat beter. Waarom precies is moeilijk te zeggen. De heivlinder is voor zijn succes erg afhankelijk van hoe de situatie is in augustus, als hij tevoorschijn komt.

Dan moeten er geschikte plekken zijn waar waardplanten groeien en waar voldoende nectar is. Een paar hele mooi zomers achter elkaar kan flink schelen; de heivlinder is een echte warmteminnaar. Maar het kan ook zijn dat de situatie in de duinen daadwerkelijk wat verbeterd is, want op de hogere zandgronden in het binnenland loopt hij nog steeds terug. 'De heivlinder moet het hebben van zeer schrale droge heide en open duinterreinen. Er moet niet al te veel gras staan, maar wel enig gras, een paar soorten polletjes. In de duinen is dat buntgras en schapengras. Het is dus een nogal specifiek leefgebied. De achteruitgang van de heivlinder heeft te maken met de verruiging en de vergrassing van de duinen, sinds begin jaren negentig.

Dat had vooral te maken met de stikstofdepositie vanuit de landbouw. En met het bijna verdwijnen van konijnen, de beheerdertjes die de duinen open hielden. Dan was er nog de plaag van de Amerikaanse vogelkers, een exotische plant die alles overwoekerde. Ook de waterinfiltratie, het ontstaan van vochtiger gebieden, kan invloed hebben gehad. Hoe dan ook: het leefgebied van de heivlinder werd simpelweg steeds kleiner. 'De afgelopen jaren is er veel tijd, energie en geld gestopt in duinherstel. De vogelkers is zowat opgeruimd en grazers houden gebied open. Dat ligt heel subtiel met die grazers, als er teveel zijn is het voor de heivlinder ook weer niet goed, want dan trappen ze alles plat.'

Heivlinder

De vuurlibel

Het zuivere water doet libellen goed

Hans van Oosterhout is actief in de vlinder- en libellenwerkgroep Gooi en Vechtstreek.

'Ik ben van oorsprong vogelaar in mijn vrije tijd, maar in de zomermaanden is het qua vogels wat rustiger is. Dus ben ik me zo'n vijftien jaar bezig gaan houden met libellen en vlinders. Daar kom je de zomer wel mee door. Sinds acht jaar lopen we hier vaste routes. Ik weet nog dat ik heel hard heb gefietst toen de melding kwam van de eerste vuurlibel in het Gooi. Die eerste paar jaar was ik iedere keer weer euforisch als ik er een zag. Tegenwoordig kan ik kiezen uit vijf, zes plekken waar ik ze zeker kan zien als ik wil. 'De vuurlibel heeft vrij specifieke eisen: er moet stilstaand, schoon water zijn en oeverbegroeiing. Langs sloten met kale slootranden zit hij niet, ook niet bij grote wateren. Maar wel bij vennen, meertjes, poelen en moerassen.

Ze doen het ook goed in de zogeheten nieuwe natuur, waar het insectenaanbod, zijn voedsel, goed is. Hij plant zich voort in water met veel vegetatie onder water. Het zijn vaak mooie plekjes. En het is ook een geweldig mooie, vuurrode libel, een aanwinst voor Nederland. 'Tot 1990 kwam hij hier eigenlijk niet voor. Vanaf begin jaren negentig heeft de vuurlibel ons land vanuit het zuiden gekoloniseerd, het is een typische zuidelijke soort die zich vanwege de opwarming van het klimaat uitbreidt richting noorden.

'Het schonere water heeft ook geholpen bij zijn succes. Echt algemeen zal hij nooit worden, vanwege de eisen die hij stelt, maar hij komt nu in bijna heel Nederland voor. 'Het leuke is dat bijna alle libellensoorten het nu beter doen dan begin jaren negentig. Dat heeft vooral te maken met verbetering van de kwaliteit van het water. De komst van een aantal zuidelijke soorten is dan nog een extra opsteker.'

De vuurlibel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden