Dieren

Dieren. We hebben er een wat ongemakkelijke verhouding mee, zoals treffend is samengevat in de boektitel ‘We aaien ze, we haten ze, we eten ze.’ Hond en kat mogen op bed, kippen en koeien gaan op de barbecue. Dat mensen – mannen – jagen, vinden veel andere mensen – ook mannen – onbegrijpelijk, maar met name in de herfst eten ze graag een ‘mooi stuk wild’.
Dieren ritueel slachten wordt waarschijnlijk in dit land verboden, maar ze op grote schaal dieronvriendelijk opkweken tot een sudderlap of drumstick – geen probleem. Graag zelfs. Want dankzij de grootschalige vleesproductie kan de supermarkt uitpakken met kiloknallers, en zelfs een kilo kip cadeau doen bij de kilo die wordt betaald.

Het barbecueseizoen is inmiddels geopend, en dat betekent: nog meer vlees op de borden. Want voor één worstje of kipkluifje per persoon worden de kooltjes niet opgepookt. Een flinke klots barbecuesaus erover, en smullen maar.
Natuurlijk, het is hartstikke zielig, die beesten die hun kont niet kunnen keren, wier staarten en snavels worden geamputeerd (zonder verdoving), die geen buitenlucht zien, bomvol antibiotica zitten, niet zelden op een hongerdieet worden gezet, gestresst zijn en pijn hebben, en dankzij ‘innovatieve’ fokmethodes zo snel groeien dat hun organen en skelet het niet kunnen bijhouden.

Maar ja! Het hapt zo heerlijk weg. Mensen eten dieren omdat ze dieren lekker vinden, zegt Marianne Thieme, partijleider van de Partij voor de Dieren, in de Volkskrant van 13 mei. En ‘lekker’ is een emotie die zich slecht laat bespelen. ‘Lekker’ is verleidelijk; dat ervoor gedood moet worden om te kunnen eten, wordt maar liever vergeten.
Het doden besteden we uit en gebeurt onzichtbaar. Het vlees wordt zo gesneden dat het dier dat het ooit was, niet meer herkenbaar is. Een hele vis en ook schaal- en schelpdieren kunnen we nog wel verdragen. Maar, even los van het formaat, een Bambi op je bord? Of zo’n zoet kalfje, met een natte neus en vochtige ogen?

Mensen die alleen ritueel geslacht vlees willen eten, zijn zich ervan bewust dat een levend wezen wordt geofferd om aan hun behoefte te voldoen. Ze zijn minder hypocriet dan al die vleeseters die niet willen weten hoe de karbonade op hun bord is opgegroeid en aan zijn eind gekomen.
Het is dat je het de dieren niet kunt aandoen, maar anders zou het niet slecht zijn als vleeseters zelf het leven van hun potentiële biefstuk of gehaktstaaf zouden moeten beëindigen. Dan zullen er heus wel een paar tussen zitten die doden ook ‘lekker’ vinden. Maar de meesten zullen geen echt bloed aan hun handen willen.
Een dier dat je moet overmeesteren, dat tekeer gaat, dat weerstand biedt, dat je aankijkt en misschien ook aanvalt – nee. Dan maar gewoon een groentespies.







Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.