Dieren zijn lastig te tellen

Staatsbosbeheer moest erkennen dat het jarenlang een verkeerdaantal heckrunderen rapporteerde...

amsterdam Staatsbosbeheer en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zijn op zoek naar nieuwe methoden om wilde dieren te tellen. Aanleiding is een kapitale fout in natuurgebied de Oostvaardersplassen.

Officiële cijfers van Staatsbosbeheer, die centraal stonden tijdens talloze debatten in de Tweede Kamer, kloppen niet. Begin dit jaar liepen er geen 400 heckrunderen in het gebied maar slechts 260. Onlangs zijn experts benaderd die moeten zorgen dat dergelijke fouten niet vaker worden gemaakt.

Vermoedelijk zijn jarenlang verkeerde cijfers gebruikt. Dat is pijnlijk; al die tijd werd heftig gediscussieerd over het bijvoeren van dieren in de Oostvaardersplassen. In dit gebied wordt ‘natuurlijk beheer’ gevoerd; de mens laat de natuur zo veel mogelijk met rust.

Tijdens de laatste, strenge winter, zijn 140 heckrunderen gestorven. Dat was niet ongeveer een kwart van een populatie van 548 dieren, zoals Staatsbosbeheer beweerde, maar ruim eenderde van de 400 runderen in het gebied. Toch is dat geen reden om het natuurlijke beheer af te schaffen, vindt deze instantie.

Vervelend
De runderpopulatie is enkele weken geleden geteld nadat critici de betrouwbaarheid van de cijfers in twijfel trokken.

‘We ontdekten toen dat onze telling inderdaad niet klopte. Dat is uitermate vervelend’, zegt woordvoerster Marjet Heins van Staatsbosbeheer. ‘Het is misgegaan nadat we in 2000 zijn gestopt met het tellen van totale populaties in de Oostvaardersplassen. We vonden dit te arbeidsintensief, en de cijfers van sommige diersoorten, zoals de edelherten, waren niet betrouwbaar genoeg. Sindsdien tellen we alleen geboorte- en sterftegevallen. Dat is geen ongebruikelijke methode.’

Administratie
Heckrunderen zie je niet zomaar over het hoofd. Volwassen stieren hebben een schouderhoogte van 1 meter 75 en een gewicht van zo’n 800 kilo. Hoe is het mogelijk dat jarenlang niet is opgevallen dat er 140 ‘virtuele’ runderen rondliepen in de Oostvaardersplassen?

Volgens kenners zijn wellicht telfouten gemaakt. Maar Heins vindt dat het meer voor de hand ligt dat een administratieve fout de belangrijkste oorzaak is.

‘Waarschijnlijk heeft iemand zeven of acht jaar geleden een paar getallen verwisseld, waarna dat steeds is overgenomen. Het viel niet op omdat dit een groot gebied is, van 6.000 hectare. Het is ook heel moeilijk om wilde dieren te tellen, zeker als je de natuur niet wil verstoren. Daarom zijn we op zoek naar nieuwe methoden.’

De omvang van sommige populaties is moeilijk te schatten, maar heckrunderen heb je zo geteld, stelt ecoloog Geert Groot Bruinderink van de Zoogdiervereniging. Hij is enkele weken geleden de Oostvaardersplassen in getrokken, op verzoek van Staatsbosbeheer, om de groep opnieuw in kaart te brengen.

Halve dag werk
‘Het was een halve dag werk’, vertelt de ecoloog. ‘Er lopen in het gebied vier kuddes heckrunderen, die ik met mijn collega van 100 tot 150 meter afstand heb bekeken, met een verrekijker. Soms moesten we even wachten, omdat veel dieren achter elkaar verscholen stonden. We telden in stilte, waarna we onze cijfers vergeleken. Pas als we het op maximaal drie dieren na eens waren, waren we tevreden. Dan namen we het hoogste aantal.’

Ze hebben na flink zoeken in het hele gebied één individuele koe gevonden, die zich had teruggetrokken om te bevallen. ‘Onze telling klopt, op misschien een enkel rund na’, stelt ecoloog Dekker.

Op verzoek van het ministerie van LNV zullen ook de populaties konikpaarden en edelherten in de Oostvaardersplassen opnieuw worden bestudeerd. Experts denken inmiddels na over andere methoden om wilde dieren te tellen.

Groot Bruinderink is ook benaderd. ‘Je kunt overwegen om vaker dieren te fotograferen, zodat je ze daarna in alle rust kan tellen. Hoewel inzoomen steeds beter gaat, kun je op foto’s slechter zien of een dier volwassen is, en wat het geslacht is. Dat is een nadeel. Ook onderzoek uit de lucht is een optie, al dan niet met infraroodbeelden.’

Damherten, hazelmuizen, zeehonden
Sommige diersoorten zijn nauwelijks te tellen maar dat gebeurt toch. Cijfers zijn belangrijk, omdat ze voor beleid worden gebruikt, bijvoorbeeld om te bepalen hoeveel dieren moeten worden afgeschoten.

Wilde zwijnen worden geteld in de omgeving van voederplaatsen. Om dubbeltellingen te voorkomen, maken vrijwilligers aantekeningen van hun uiterlijk. Omdat veel zwijnen de voederplaatsen mijden, levert de methode geen betrouwbare schattingen op, stelt ecoloog Geert Groot Bruinderink. Wel maken de tellingen duidelijk of de populatie groeit ofdan wel krimpt.

Damherten en reeën zijn ook lastige studieobjecten, vooral in gebieden waar ze zich goed kunnen verschuilen in struikgewas. Dat maakt onderzoek uit de lucht ook lastig. Ze zijn beweeglijk, bestrijken een groot gebied en leven niet in (grote) groepen.

Hazelmuizen en sommige andere kleine dieren zijn erg moeilijk te vinden. In Limburg worden hazelmuizen nu door de Zoogdiervereniging geteld door ze te vangen, ze een transponder te geven en daarna weer vrij te laten. Zo kan uiteindelijk de exacte omvang van de populatie worden berekend.

Zeehonden zijn in het water lastig te zien. Onderzoekers wachten tot het laag water is en de dieren massaal hun toevlucht zoeken op een zandbank. Nieuwe cijfers over een verrassende stijging van het aantal zeehonden in de Waddenzee zijn daarom vermoedelijk wel betrouwbaar. De dieren zijn uit de lucht gefotografeerd en op grond van de foto’s geteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden