Dieren stierven massaal op Galapagos

DE GEVOLGEN van de olielekkage in januari 2001 bij de Galapagoseilanden, waarbij drie miljoen liter diesel en zware stookolie weglekte in een van de kwetsbaarste natuurgebieden ter wereld, leken aanvankelijk reuze mee te vallen....

Aanvankelijk vonden de vele onderzoekers en dierenredders op de Galapagos slechts 370 dieren die door olie waren aangetast. Daaronder waren 145 zeeleguanen, 117 pelikanen en 79 zeeleeuwen. Het aantal getelde dode slachtoffers bleef beperkt tot zes: één zeeleeuwenpuppie en vijf vogels.

In werkelijkheid zijn er vrijwel zeker méér dieren omgekomen, zo werd al eerder geopperd door onderzoekers van de Charles Darwin Foundation in een in januari verschenen evaluatie van de olielekkage. Niet alle dode vogels zijn door mensen gevonden en vermoedelijk hebben ook enkele duizenden vissen en andere zeedieren het loodje gelegd. Bovendien moest tot dusver naar effecten op de langere termijn worden geraden.

De studie van de Princeton-onderzoekers is de eerste naar zulke langdurige effecten. Ze stelt vast dat de sterfte onder zeeleguanen op het meest getroffen eiland Santa Fé aanzienlijk is. In het jaar volgend op de olielekkage stierf hier 60 procent van de zeeleguanen - ongeveer tweeduizend individuen. De oorzaak wordt gezocht in een verstoring van de spijsvertering van de dieren.

Op het verderop gelegen eiland Genovesa, waar niets van de olielekkage te merken was, bleef de zeeleguanenpopulatie constant. De relatie met de gezonken olietanker Jessica en de sterfte op Santa Fé is daarmee bewezen, aldus de onderzoeksgroep .

De preciese doodsoorzaak van de dieren staat echter niet vast, want zelfs op het zwaar getroffen eiland Santa Fé spoelde relatief weinig diesel en bunkerolie aan. Het kwam neer op gemiddeld één liter per meter strand, of hoogstens 44 delen olie per miljoen delen zeewater. Dit geldt, ook volgens de onderzoekers, als een betrekkelijk geringe vervuiling.

Dat zo'n kleine hoeveelheid direct giftig is voor de leguanen, achten ze onwaarschijnlijk, hoewel de mogelijkheid niet wordt uitgesloten. Dat geldt ook voor de optie dat de olie zich via algen, het hoofdvoedsel voor de leguanen, in het dier heeft opgehoopt.

Vooralsnog kiezen de onderzoekers echter voor een andere mogelijkheid: de darmbacteriën van leguanen zijn door de olie aangetast. Normaal stellen die bacteriën het dier in staat de algen te verteren. Het verstoorde spijsverteringssysteem zou tevens de hoge concentratie stresshormoon in de zeeleguanen kunnen verklaren. Die werd kort na de olielekkage al vastgesteld zonder dat de onderzoekers haar konden duiden.

Een sterfte van 60 procent van de eilandpopulatie zeeleguanen is overigens niet abnormaal, blijkt uit een langjarig onderzoek onder de dieren op het eiland Genovesa waarmee in 1982 werd begonnen. De omvang van de populatie nam vooral af na extreem warme zomers in een El-Niño-periode, resulterend in voedseltekort. In de daarop volgende, koelere jaren nam de bevolking weer even snel toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden