reportagecuraçao

Diepe crisis in het koninkrijk: heeft Curaçao straks nog wel geld om zorgmedewerkers te betalen?

De coronapandemie heeft de Caribische delen van het koninkrijk hard geraakt. De Nederlandse regering helpt met noodsteun, maar verwacht ook structurele hervormingen. Dit leidt tot spanningen op Curaçao, ziet de bezoekende staatssecretaris Knops: ‘De sfeer is er niet beter op geworden.’ 

Bewoners van Willemstad krijgen voedselpakketten bij het wijkcentrum. Beeld ANP

De batterijen zijn ververst. De automatische handgeldispenser moet zo meteen immers tiptop functioneren. Daar staat-ie, pal bij de open deur. Op de tafel ernaast liggen mondkapjes. En er zijn, meer voor de sier, latex handschoenen. Zo, het wijkcentrum van Santa Rosa is klaar voor de ontvangst van een bijzondere gast.

Het gaat om de man die momenteel bij een deel van de bevolking van Curaçao geldt als volksvijand nummer 1, de man die het Caribische eiland aan zijn neokoloniale juk zou willen onderwerpen. In Den Haag staat hij bekend als Raymond Knops, CDA-staatssecretaris van Koninkrijksrelaties.

De gastvrouwen van Knops willen met plezier uitleggen waarom zij hem graag ontvangen: om hem te laten zien dat zij het geld dat Nederland geeft voor behoeftige Curaçaoënaars uitstekend besteden. Aan gratis warme maaltijden namelijk.

Sam van Dommelen werkt voor de stichting ‘Help Curaçao’. Zo’n vier jaar geleden vertrok zij met haar gezin vanuit Nederland naar Curaçao, een autonoom land binnen het koninkrijk. ‘Het is heel triest dat dit nodig is,’ zegt zij. ‘Mensen lopen vaak kilometers in de hitte om hier een bakje eten te komen ophalen. Het lijkt soms wel een ontwikkelingsland.’

Zulaijka Brandao, de hulpcoördinator namens het ministerie van Sociale Zaken op het eiland, laat zien wat er in de drie grote warmhoudboxen zit: honderden bakjes met rijst, gemengde groente en gehakt. ‘En elke dag een ander menu.’ Ze noemen het hier ook wel MRE’s, Meals Ready to Eat, maar die term wekt bij sommigen een ongelukkige associatie op met het kant-en-klare soldatenvoer dat Amerikaanse militairen sinds de hongersnood in de Hoorn van Afrika van 1984 soms duiden als ‘Meals Rejected by Ethiopians’. Zo erg is het gelukkig allemaal ook weer niet.

Tientallen miljoenen euro’s

Maar van een ernstige situatie is zeker sprake. Sinds de coronapandemie, en de enorme economische crisis die hierop voor de Caribische rijksdelen volgde, is op Curaçao naar schatting twintig procent van de bevolking van 160 duizend mensen afhankelijk van voedselhulp. Die komt met pakketten, of met warme maaltijden. Het Rode Kruis overziet de organisatie. En Nederland heeft voor deze noodhulp het kwetsbare eiland al tientallen miljoenen euro’s geschonken.

‘Daar zijn we dankbaar voor.’ Premier Eugene Rhuggenaath heeft het meer dan eens gezegd. Maar de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door Knops, wil meer. Nee, zo beklemtoont hij, niet het bestuur overnemen op de autonome eilanden. ‘Nederland wil helpen, maar op zo’n manier dat daarna de landen het echt zelf verder kunnen en Den Haag niet opnieuw met hulp hoeft te komen.’ Want het gaat hier over honderden miljoenen euro’s. Over ‘Nederlands belastinggeld’. En over CHE, de Caribische Hervormingsentiteit waarmee Nederland de komende pakweg zeven jaar orde op zaken wil brengen bij de overheid, het onderwijs, de zorg, en meer algemeen bij het goed en rechtstatelijk bestuur van Curaçao, Aruba en Sint Maarten.

Zeg ‘CHE’ en op Curaçao raken de gemoederen onmiddellijk verhit. ‘De delegatie heeft geluk,’ zegt iemand gekscherend, ‘het regent niet meer en niemand heeft Knops nog in elkaar willen slaan.’ Wel bereiden de vakbonden een protest voor. En, belangrijker nog voor Knops, ook bij dit bezoek bestaat niet de verwachting dat hij allebei de partijen binnen de huidige Curaçaose regering van de noodzaak van CHE, een door en vanuit Den Haag te leiden bestuursorgaan, zal overtuigen.

Wacht, daar zul je hem hebben. Achter de begraafplaats bij de kerk van Santa Rosa klinken politiesirenes. Niet eerder hoefde de Nederlandse staatssecretaris zich op het eiland onder beveiliging te laten vervoeren. En hoewel de oud-militair monter in zijn eentje het wijkcentrum binnenstapt, is met wat speurwerk te zien dat Knops minstens twee persoonlijke beveiligers in burgerkleren heeft. En een politievrouw met een zwart mondkapje. En een zwart pistool aan haar riem.

Oprotten

In de commentaren voorafgaand aan zijn bezoek van woensdag en donderdag zijn alle vurige meningen weer eens de revue gepasseerd. De een, een economisch commentator die opgewekt steeds naar oplossingen zoekt, schrijft in de krant Amigoe over een ‘emotioneel breekpunt’ in de verhoudingen binnen het koninkrijk en is open over ‘onze eigen mediocriteit (middelmatigheid, red.), ons falend beleid, onze niet nagekomen afspraken.’ De ander, de radicaal-nationalistische groep Kòrsou Fuerte i Outónomo, veegt Knops in dezelfde krant de mantel uit, noemt hem een ‘arrogante koloniale buitenstaander’ en besluit met: ‘En nu snel oprotten uit ons land.’

Maar Raymond Knops wil minstens eerst nog een gesprek met een paar mensen die bij Santa Rosa een gratis maaltijd komen afhalen. Een jonge vrouw in een blauw shirt, die voor haarzelf en twee anderen de MRE’s ophaalt, krijgt van de staatssecretaris tot twee keer toe ‘smakelijk eten’ te horen.

In het clubhuis, kortom, gaat het er allerbeleefdst aan toe. Maar ‘de sfeer wordt er niet beter op,’ zo geeft Knops in een kort gesprek na afloop toe. Nederland is dit keer heel vast niet van plan om in zijn eisen tot hervormingen maar weer eens Caribisch water bij de wijn te doen, waardoor in de optiek van Den Haag alles voor een zoveelste keer in talrijke mooie beloften zal blijven steken.

Knops spreekt van een ‘politieke impasse’ op Curaçao. Wat hij bedoelt is dat premier Rhuggenaath en zijn partij PAR bereid zijn met CHE mee te doen, terwijl regeringspartner MAN dat niet wil en zijn vertegenwoordigers in het parlement zelfs laat zeggen: ‘Het is triest dat wij tot dit niveau zijn gekomen in de relatie tussen beide landen.’

Een diepe crisis in het koninkrijk dus, zeker als Knops zegt in zijn krappe agenda geen tijd te vinden om met volksvertegenwoordigers te praten. Binnenkort, zo simpel is het wel, heeft Curaçao geen geld meer om zijn mensen in bijvoorbeeld de zorg of bij de politie te betalen. En dan is Nederland echt de enige financiële uitweg. ‘We stellen harde voorwaarden,’ zegt Knops. ‘En waarom? Omdat we grote problemen willen oplossen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden