Dient staatshoofd publiek belang?

De kwestie

Eén persoon schitterde door afwezigheid in het fraaie rijtje dat deze krant publiceerde van publieke functionarissen die te veel geld verdienen. Het staatshoofd. Hij verdient 825 duizend euro belastingvrij en torent daarmee boven ieder andere teveelverdiener uit.


Onduidelijk is waarom hij niet moet inleveren als de president van De Nederlandsche Bank, de algemeen directeur van het medisch centrum Haaglanden en de rector van de universiteit van Wageningen dat wel moeten doen.


Uiteraard heeft koning Willem-Alexander een duur huishouden met zijn paleizen en hofhouding. Maar daarvoor krijgt hij een extra onkostentoelage van 4,5 miljoen. De koning kan best rondkomen met een salaris van 230 duizend euro als hij gratis mag wonen en de kosten van beveiligers, speechschrijvers, hofmaarschalken en stalmeesters van staatswege worden vergoed.


Meestal draagt hij hetzelfde blauwe pak. De japonnen van zijn echtgenote zullen de couturiers wel gratis willen maken. Aangenomen mag worden dat de koning 's ochtend gewoon cornflakes of een boterham met kaas eet en geen kaviaar tussen een kadet smeert. De kindertjes gaan naar een staatsschool en een tweede huisje in Argentinië hoeft zo veel niet te kosten gezien de huidige koers van de peso.


Maar eigenlijk zou niemand in het land meer moeten verdienen dan de minister-president. Omdat nu eenmaal niet te reguleren is hoeveel een talentvolle musicus met optredens binnenhaalt, een voetballer met doelpunten maken en een projectontwikkelaar met huizen verkopen, zou zo veel mogelijk van het inkomen boven 230 duizend euro moeten worden wegbelast: zeg 70 procent tot 5 ton, 80 procent tot 1 miljoen en 90 procent boven de miljoen.


Nogal wat mensen zullen een dergelijk plan als een marxistisch waanidee naar de prullenbak verwijzen. Er is helemaal niet zo veel marxistisch aan. Integendeel, het conservatieve Groot-Brittannië kende tijdens de oorlog tarieven van 99 procent. Zelfs in de VS, het ultieme bolwerk van het kapitalisme, betaalden inkomens van boven de 200 duizend dollar (148 duizend euro) tot 1964 91 procent belasting over de hoogste schijf, terwijl vermeende cryptocommunisten daar meedogenloos door de McCarthey-commissie aan de schandpaal werden genageld.


Pas onder Ronald Reagan, die de vrije markt als oplossing beschouwde voor alle problemen, werden de belastingen voor de hoogste schijven teruggebracht naar uiteindelijk 28 procent. Andere landen volgden. Het gevolg was een fiscale race to the bottom. Wie veel geld verdiende, ging op papier emigreren. Landen konden belastingvlucht alleen pareren door de tarieven voor topinkomens telkens verder te verlagen.


Het stopzetten van deze neerwaartse spiraal is net zo min marxistisch als het republikeins zou zijn om het salaris van vorsten ook onder publieke afspraken te laten vallen.


Reageren?


p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.