Column

Dienst Speciale Interventies kent geen geweldsplafond

Weer wat geleerd. De Dienst Speciale Interventies kent geen geweldsplafond.

Bij zijn is meemaken, dat weet iedereen. In de eerste aflevering van Onder de radar, de nieuwe reportagereeks van Jessica Villerius, waren we er bij. Bij de mannen van Dienst Speciale Interventies dit keer. De reden voor Villerius' speciale interesse in de dienst lichtte ze maandag bij RTL Late Night al kort toe: 'Ik wilde antwoord op de vraag: zijn we er klaar voor?'

Het intensieve volgen was bijzonder, aldus de maakster zelf in de inleidende voice-over: 'Bij hoge uitzondering mag ik maandenlang meelopen, (...) om met eigen ogen te zien...' Enzovoort. Bovendien zouden we ook 'de mannen achter de wapens en de snelle auto's' leren kennen. Hallo, James Bond. En alles was echt. Niets was in scène gezet.

Het hoofd van de DSI vertelde dingen die ik niet wist: dat de dienst 1.500 keer per jaar uitrukt en dat de DSI geen geweldsplafond heeft.

Prachtwoord, geweldsplafond. Je zou iedereen een geweldsplafond gunnen, maar ja, dan bestaat het woord misschien niet meer.

Tijd voor het meelopen. Villerius en haar team stonden met hun neus boven op de arrestatie van een man die meerdere wapens in huis zou hebben en bij een oude schuur net buiten Susteren. Daar, zo luidde de melding in de dagen na de Parijs-aanslagen, hielden zich twee IS-strijders schuil, Kikker en Dombo. De DSI rukte uit. De twee verdachten moesten zich in een akker helemaal uitkleden. Daarna werden ze geblinddoekt, vanwege de desoriëntatie. Standaardprocedure - weer wat geleerd.

'Wat heb je in het pand liggen?' gilde de DSI-agent.

'Alleen m'n etenswaren.' De G van de verdachte was zo zacht dat hij zich ook in andere letters manifesteerde.

In de schuur trof het team, naast een hoop lege bierflesjes, een afschuwelijk bewijsstuk. We zagen het, met eigen ogen en bij hoge uitzondering: een aangebrand spiegelei.

Of 'we er klaar voor waren', bleef voorlopig onduidelijk.

Op maandag ging een gelijkaardige serie van start. Ook hier was de hand van de maker goed zichtbaar. Coen Verbraak ging in De Aanklagers op zoek naar, ja, de aanklagers. Officieren van justitie.

Verbraak beperkte zich tot enkele secuur gekozen vragen en deed er verder het registreren toe. Vermoedelijk kwam het door de kalme benadering, maar het werk van de aanklagers werd in die eerste aflevering inzichtelijker dan dat van de DSI woensdag. Wat vooral opviel was de bijna verstilde beroepsernst van de aanklagers. Ja, het was vroeg opstaan en ja, de telefoon ging altijd mee, ook tijdens een hockeymatch, maar zo was het nu eenmaal.

'Ik heb een prachtige baan', zei Officier Louman, nadat hij had verteld dat een kwaaie crimineel een prijs op zijn hoofd had gezet. Officieren waren er voor de maatschappij, en daar hoorde de dader ook bij. Een precieze job kreeg een precieze documentaire, die soms misschien nog wel wat dieper had mogen graven.

Maar we waren erbij, en we maakten het mee.

V's televisierecensententeam bestaat uit Julien Althuisius, Hanna Bervoets, Gidi Heesakkers, Haro Kraak en, deze week, Frank Heinen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden