Dienen accountants nog altijd de verkeerde heren?

Het was het understatement van het jaar. Veranderingen gaan te langzaam, zo oordeelde toezichthouder AFM dinsdag over het feit dat volgens een steekproef ruim de helft van de jaarrekeningencontroles van accountants ernstige tekortkomingen heeft.

'Accountants houden vast aan het verkeerde verdienmodel waarbij naar het pijpen van de klant wordt gedanst.'

In 1984 publiceerde Pieter Lakeman zijn boek Het gaat uitstekend over de ondergang van Koninklijke Scholten Honig, OGEM, Slavenburg's Bank, Nederhorst en de Tilburgsche Hypotheekbank. Elk hoofdstuk werd besloten met een losse opmerking dat deze bedrijven kort daarvoor nog leken te floreren dankzij officieel goedgekeurde jaarrekeningen van accountants 'die op louter verzinsels waren gebaseerd'.

De betrokken accountants heetten toen Van Dien & Co, Klynveld Kraayenhoff, Moret & Limperg en Nederlandse Accountants Maatschap (NAM). Veel trokken ze zich er niet van aan. Lakeman werd vooral gezien als een don quichot die windmolens zag draaien.

Niettemin won hij zijn meeste tuchtzaken en slaagde niemand erin hem vanwege smaad of laster het zwijgen op te leggen. In de jaren negentig gingen de kantoren op in wat nu de Big Four wordt genoemd: respectievelijk Pricewaterhouse Coopers (Van Dien), KPMG (Klynveld Kraayenhoff), Ernst & Young (Moret) en Deloitte (NAM). Zij kregen een bijna-monpolie op de controle van wat organisaties van openbaar belang worden genoemd: financiele instellingen en beursfondsen wier lot kapitaalmarkten kunnen maken en breken.

De Big Four ontwikkelden zich intussen tot winstmachines die de zakenbanken naar de kroon wilden steken. Zij combineerden de jaarrekeningencontroles met belastingadvies en consultancy, net zoals autogarages onderhoud combineren met verkoop en financiering.

In 1993 ging verzekeraar Vie d'Or failliet. Lakeman zei daarover in het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden: 'Er kan zich geen geval van witteboordencriminaliteit voordoen of er staat wel een accountant met de handen in de zakken bij te kijken'. In 2004 stelt het gerechtshof dat de accountants van Deloitte bij Vie d'Or 'ernstig gefaald' hadden.

Tegelijkertijd oordeelde een rechter dat de accountant van Ernst & Young bij het failliete Landis de jaarrekening had goedgekeurd 'zonder deugdelijke grondslag' en had gehandeld als 'niet-integer accountant'. En toen moesten de echt grote boekhoudschandalen bij Ahold, Enron, SNS Reaal en Imtech nog komen. Pas in 2013 werd via wettelijke maatregelen gepoogd het gedrag van accountants te veranderen en het moreel kompas in de juiste richting te laten wijzen. Maar vier jaar later rusten de meeste goedkeurende controles nog op drijfzand.

Probleem is dat cultuurveranderingen alleen niet helpen. Accountants houden vast aan het verkeerde verdienmodel waarbij naar het pijpen van de klant wordt gedanst in plaats van maatschappelijke belangen te laten prevaleren.

In accountantsland is het nog steeds 1984.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden