Die zwarte ís helemaal geen bediende!

Duivel, slaaf, exotische attractie – de karikaturale beeldvorming over zwarten heeft de Nederlandse beeldende kunst eeuwenlang beïnvloed. Niets van dat al is te zien op de zomer-blockbuster Black is beautiful....

Woeste demonstranten maakten in april 2006 de onthulling van een standbeeld in Amsterdam-Zuidoost vrijwel onmogelijk. Een van hen had zijn zoontje een bord in de hand gedrukt: ‘Elk jaar heb ik verdriet/ door zwarte piet/ nu elke dag/ voel ik mij ontzettend dom/ door dit standbeeld van Anton de Kom.’

Anton de Kom, voorvechter van de Surinaamse onafhankelijkheid, was door kunstenares Jikke van Loon naakt afgebeeld. Veel Surinamers vonden dat ronduit beledigend – alsof ze hem, zestig jaar na zijn dood, alsnog neerzette als een slaaf. ‘Dat zou met een witte held nooit gebeuren’, stelde een betoger. Demonstranten met oog voor detail maakten ook bezwaar tegen De Koms arm, die eindigt in een brok steen – als een afgehakte hand. En zijn kruis was volgens sommigen wel erg goed gevuld. Knipoogde de kunstenares hier soms naar het vooroordeel dat zwarten verslaafd zijn aan seks?

In België ontstond vorig jaar een rel over de representatie van zwarten, toen een Congolese student eiste dat het stripalbum Kuifje in Afrika uit de handel zou worden genomen. In het boek, door Hergé in 1931 getekend, spreken de Afrikanen een debiel taaltje en paraderen zij rond met Kuifje als een held in hun draagstoel.

Zomaar twee vrij recente voorbeelden die aantonen dat de Nieuwe Kerk in Amsterdam een nog steeds actueel en omstreden onderwerp aansnijdt in zijn zomerexpositie Black is beautiful, over de representatie van zwarte mensen in de geschiedenis van de (Nederlandse) beeldende kunst. Maar waar je zou verwachten dat de zaterdag te openen expositie aanhaakt bij discussies over karikaturen en stereotype beeldvorming, slaat de Nieuwe Kerk juist de tegenovergestelde weg in.

Zoals het in het missionstatement staat omschreven: ‘Verder is geen van de afgebeelde mensen een karikatuur. Er is namelijk een tendens om zwarte mensen als krachtige, zelfstandige personages te presenteren, die al begint in de late middeleeuwen en doorgaat tot in onze eigen tijd. De keuze voor de nadruk hierop betekent dat er minder aandacht is dan tot nu toe gebruikelijk voor de zwarte mens als duivel, bediende of slachtoffer van slavernij.’

Door deze invalshoek komt de expositie in De Nieuwe Kerk uiteindelijk uit bij de geschiedenis van een ander stereotype: dat van de zelfverzekerde, krachtige Afrikaan. Het thema dat eigenlijk wringt en schuurt, mondt zo uit in een feelgoodtentoonstelling waar niemand zich ongemakkelijk bij hoeft te voelen.

Die benadering is mogelijk doordat de beeldvorming over zwarten is vergeven van de paradoxen. In dezelfde tijd dat Moren werden afgebeeld als bron van het kwaad, in de late middeleeuwen, ontstond het idee dat een van de drie wijzen uit de Bijbel een zwarte koning zou zijn geweest (in de Nieuwe Kerk is een olieverfschets van Rubens over dit onderwerp te zien). En terwijl op wereldtentoonstellingen aan het eind van de 19de eeuw exoten als een soort dierentuinbeesten werden geëxposeerd voor het witte publiek, vereerden kunstenaars als Paul Gauguin deze ‘nobele wilden’ in kleurige schilderijen om hun primitieve en zuivere manier van leven.

Die dubbelzinnigheid biedt ruimte om enigszins selectief door de historie te ‘shoppen’ en bewijs te verzamelen voor een positieve opvatting ten aanzien van zwarten, die inderdaad ook onderdeel is van de kunstgeschiedenis: Black is Beautiful. Maar hoe houdbaar is die visie?

De eerste (ons nu bekende) voorbeelden van zwarten in de beeldende kunst komen uit de late middeleeuwen. ‘Zwarte figuren werden toen vooral gebruikt als personificatie van duisternis en nacht’, zegt Elizabeth McGrath, kunsthistorica van het Warburg Institute in Londen. Ze onderzoekt de representatie van zwarten in de oude kunst en werkte mee aan de expositie in de Nieuwe Kerk. In de 15de eeuw verandert er volgens McGrath iets: ‘Kruisvaarders ontdekken dan dat zich in Jeruzalem christelijke Ethiopiërs bevinden, die vechten tegen de islamitische Moren.’ Vanaf dat moment krijgen donkere mensen vaker een positieve verbeelding in de kunst, stelt de kunsthistorica. ‘De Ethiopiërs worden dan gezien als medestanders.’

Het besef dat mensen in die tijd zo’n positief denkbeeld hadden over Ethiopiërs, ontbreekt volgens McGrath vaak in de hedendaagse visie. Daarom worden schilderijen van oude meesters soms verkeerd ‘gelezen’. Ze laat een voorbeeld zien van zo’n volgens haar vaak verkeerd geïnterpreteerd stuk, Venus met zwarte bediende. Peter Paul Rubens schilderde het rond 1615. Het toont een Venus met ‘Rubensfiguur’, bezien van de achterkant, haar gezicht reflecteert in de spiegel. De zogenaamde zwarte bediende (die een parelketting draagt) licht Venus’ lange blonde haren op. McGrath: ‘Het gezicht van de zwarte vrouw is te mooi om zomaar een bediende te moeten voorstellen. De meeste mensen zouden haar uiterlijk verkiezen boven dat van Venus en het is aannemelijk dat Rubens de figuur heeft willen gebruiken als een symbolische verbeelding van Venus’ donkere kant. De godin is immers op haar krachtigst in de nacht. Wie het doek goed bestudeert, ziet bovendien dat Venus in het ene oor een witte, in het andere oor een zwarte parel draagt. Hiermee onderstreepte Rubens symbolisch de zwarte schoonheid.’ Een titel als Venus met zwarte bediende kan misleidend zijn, vindt de Britse kunsthistorica. ‘Want wie heeft die titel eraan gegeven en wanneer? Meestal is het niet de kunstenaar geweest. Ik noem dit doek dan ook liever Venus van de nacht.’

Het is niet gelukt het schilderij van Rubens te krijgen voor deze expositie. Maar in de Nieuwe Kerk hangt wel een doek dat Jacob Jordaens schilderde rond 1650 en dat volgens McGrath eveneens laat zien dat kunstenaars in de Gouden Eeuw niet zo negatief stonden tegenover zwarten. Het toont Mozes met zijn Ethiopische vrouw, die ons recht aankijken. In feite is het een verbeelding van een scène uit het Oude Testament waarin Mozes door zijn broer Aaron en zus Meryiam wordt beschimpt omdat hij met de Ethiopische is getrouwd. McGrath: ‘In andere schilderijen van deze scène zien we het koppel tegenover Aaron en Meryiam. Maar in plaats van het verhaal te vertellen, lijkt Jordaens ons hier een les mee te willen geven. De donkere vrouw en Mozes kijken ons aan, alsof ze willen zeggen: dit zijn wij, accepteer ons. Bovendien draagt de zwarte vrouw een ronde zonnehoed met kruis, waarmee Jordaens haar in de christelijke traditie plaatst.’

Het zijn slechts enkele voorbeelden uit een periode waarin zwarten toch vooral vaak als onderdanige bedienden figureerden in de schilderkunst en McGrath is de eerste om dat toe te geven. ‘Ik kan niet bewijzen dat er in Antwerpen in de periode van Rubens een liberaal klimaat heerste ten opzichte van buitenlanders, noch kan ik aantonen dat er destijds veel Afrikanen in de stad aanwezig waren.’ Wel hoopt zij dat een genuanceerder beeld ontstaat. ‘Want wie goed naar deze schilderijen kijkt, vindt aanwijzingen dat de bedoelingen van deze kunstenaars veel subtieler zijn dan vaak wordt aangenomen. In de vroege 17de eeuw waren afbeeldingen van zwarten mogelijk, die niet langer denkbaar waren in daaropvolgende eeuwen, toen racistische theorieën op basis van schedelmeting hun intrede deden.’

Een flink deel van Black is beautiful is gewijd aan Negrophilia – liefde voor de zwarte cultuur – die in de jaren twintig in Parijs ontstond en later ook in Nederland werd opgepikt. ‘Zwart was toen hartstikke hot en stond symbool voor het moderne leven’, stelt curator Esther Schreuder. Zwarte jazzmuziek werd populair en kunstenaars als Jan Sluijters en Kees van Dongen schilderden zwarte helden, onder wie beroemde boksers en danseressen van die tijd. Op een van de doeken van Van Dongen bijvoorbeeld is danseres Josephine Baker te zien, met de voor Van Dongen zo kenmerkende grote vrouwenogen met flapperende wimpers. Links onderin het portret schilderde hij een kleine afbeelding van haar hele naakte danserslijf, met benen die van elastiek lijken.

Het zwarte lichaam wordt hier gevierd, vereerd. Maar toch: ‘Europeanen en Afrikanen en Afro-Amerikanen dachten in stereotypen over elkaar’, schrijft Schreuder in de tentoonstellingscatalogus. ‘Het verschil tussen de twee ‘groepen’ bleek voor velen zeer aantrekkelijk en vaak erotisch geladen.’ Hoewel Van Dongen volgens Schreuder een van de weinigen was die de negers die hij afbeeldde bij naam in de titel noemde (in plaats van een titel als ‘negerdanseres’) sluimert in het werk dat hij maakte toch ook een gevoel van de zwarte als een exotische attractie.

Het punt is dat een thema als zwarten in de beeldende kunstgeschiedenis te complex is om in een boek of tentoonstelling volledig te belichten – nog los van het feit dat er totnogtoe relatief weinig onderzoek naar is gedaan. Tegenover de visie van de Nieuwe Kerk, die de nuance zoekt in de houding van kunstenaars tegenover zwarten, staat bijvoorbeeld Allison Blakely. Deze historicus van Boston University laat in zijn boek Blacks in the Dutch World uit 1993 juist het gebrek aan subtiliteit zien (het boek verschijnt waarschijnlijk dit jaar in vertaling bij uitgeverij Synthese als Negers in Nederland). Blakely stelt dat het racisme, dat hij persoonlijk ervoer toen hij in de jaren zeventig voor zijn studie naar Nederland kwam, zijn oorsprong heeft in de beeldvorming van zwarten in de geschiedenis van de Nederlandse kunst. Vanaf de afbeeldingen van Moren uit de twaalfde eeuw tot in de meesterstukken van schilders uit de Gouden Eeuw, ziet hij bewijs voor een structurele karikaturale beeldvorming van zwarten, mede veroorzaakt doordat zij oorspronkelijk vaak de duisternis en het kwaad personifieerden.

Volgens Blakely werd Nederland zich pas bewust van het probleem met die structurele racistische beeldvorming toen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zwarte mensen uit de voormalige koloniën zich hier in groten getale kwamen vestigen. Zij voelden zich aangetast in hun waardigheid.

Niet toevallig lijkt juist ook in die periode het stereotype afbeelden van de zwarte af te kalven – in de beeldende kunst althans. Tot in de jaren vijftig gingen de Cobrakunstenaars nog op zoek naar ‘de neger in zichzelf’ om tot een grenzeloze spontaniteit te komen. Die houding wordt onmogelijk wanneer er steeds meer Surinamers, Indiërs, maar ook vluchtelingen uit Afrikaanse landen in Nederland komen wonen. Kunstenaars konden niet langer wegdromen bij het primitivisme of exotisme van de zwarte, want die was nu bij wijze van spreken gewoon je buurman.

Daarnaast speelt mee dat de kunst in deze periode grotendeels abstract werd, waardoor er überhaupt weinig mensen direct werden verbeeld. Jacob Zekvelds popart-achtige schilderij in de Nieuwe Kerk, Zwart Staatshoofd (1966), past dan ook eerder toevallig bij het onderwerp dan dat het een bredere thematiek van de kunstenaar of van die tijd vertegenwoordigt.

In het werk van de hedendaagse kunstenaar Marlene Dumas staat de verhouding tussen zwart en blank wel centraal, hoewel de Zuid-Afrikaanse daar niet expliciet op uit is, zei ze in juni in de Volkskrant: ‘Ik schilder geen zwarte mensen om daar een punt van te maken. Ik vind het normaal om witte en zwarte mensen te schilderen.’ Juist dat uitgangspunt voegt iets toe aan Black is beautiful. Want wie ooit voor Dumas’ bekende 111 Black Drawings heeft gestaan, zag niet alleen 111 gradaties van de kleur zwart, maar ook 111 verschillende gezichtsexpressies – triest, stoer, teleurgesteld of licht glimlachend. De zwarte mens is bij haar geen stereotype, maar een individu.

Toch toont Dumas’ werk nog steeds de blik van een witte kunstenaar op de zwarte medemens. Maar in het slot van Black is beautiful blijken die rollen eindelijk ook andersom te kunnen liggen. De Surinaamse kunstenaar Remy Jungerman bouwde bijvoorbeeld een oer-Hollandse, witte tuinkabouter om tot een bakru, een figuur uit de winticultuur. Gillion Grantsaan (Paramaribo, 1968) paste in Landgenoten een metamorfose toe op de bekende postzegel van Peter Struycken, met daarop de koningin. Voorzien van het onderschrift VanDalen (in de zwierige typografie van het woordenboek), meet hij Beatrix een afrokapsel aan waar het gemiddelde Koninginnedaghoedje niet overheen past. De zwarte kunstenaar die zich het witte staatshoofd toe-eigent; in de context van Black is beautiful is dat het ultieme statement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden