Die Zauberflöte

Met zijn vrijblijvende keuze voor de droom ontslaat Bruno Berger-Gorski zichzelf van elke consequente dramaturgie.

De barst in het romantische beeld van Opera Zuid moest een keer komen. Met leeuwenmoed en slimmigheid bewees de kleine club uit Maastricht de laatste jaren dat je met een krappe beurs wel degelijk amusant, boeiend en soms zelfs overrompelend muziektheater kunt maken. Maar uitgerekend in Mozarts sprookjesopera Die Zauberflöte krijgt het Limburgse operasprookje een knauw.


Wat verlangden we zondagmiddag in het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof naar Opera-Zuidcoryfeeën uit het recente verleden. Neem Ed Spanjaard: die zou, anders dan zijn vakgenoot Per-Otto Johansson, het Limburgs Symfonie Orkest hebben gewekt uit zijn genoeglijke sluimer. Een regisseur als Harry Kupfer zou de operakarakters veel venijniger hebben uitgetekend. Bovendien ontbraken aan Die Zauberflöte de stembanden van Kim Savelsbergh of Karin Strobos, om slechts twee van de zangeressen te noemen die de afgelopen seizoenen zijn opgebloeid bij Opera Zuid.


Wel zagen we hoe geile kantoorbabes hun vlees gewillig vlijden over bureaus. Die mannenfantasie kon regisseur Bruno Berger-Gorski kwijt nadat hij had besloten de pointe van Mozarts laatste opera (hoe word je een completer, beter mens) over te planten naar de hedendaagse kantoortuin.


De Duitse regisseur toont prins Tamino en zijn geliefde Pamina als high potentials die zich laten uitbuiten in een door dagkoersen gedicteerde wereld. Uitgeput vallen ze achter de computer in slaap - waarna hun inwijding in het verlichte rijk van de hogepriester Sarastro plaatsvindt in de droom.


Met wat goede wil valt best te verdedigen dat er een sm-relatie bestaat tussen Sarastro en zijn hulpje Monostatos (die al knedend en wrijvend zijn eigen kijk geeft op het begrip 'toverfluit'). Strikt genomen is ook het verbranden van eurobiljetten en creditcards geen ongeschikt beeld bij de initiatie van Tamino en Pamina.


Maar met zijn vrijblijvende keuze voor de droom ontslaat Bruno Berger-Gorski zichzelf van elke consequente dramaturgie. De voorstelling kronkelt naar een ontknoping waarin de hoofdpersonen, eindelijk ontwaakt, elkaar bij de koffieautomaat om de hals vallen.


Dirigent Per-Otto Johansson wekte niet de indruk dat in hem een Mozartiaanse stokebrand schuilt. Dat was vooral jammer voor Martijn Sanders, de bariton die zich ontpopte tot de meest stabiele zanger van het stel. In Sanders schuilt mogelijk een puike Papageno - op voorwaarde dat een dirigent zijn theatrale vermogens tot het uiterste op de proef stelt.


Het centrale paar was met sopraan Aylin Sezer (blanco stem) en tenor Elmar Gilbertsson (laag intonerend) matig bezet. De Sarastro van Andreas Mitschke klonk zoals hij voor het eerst opkwam: met de handen in de zakken. Aanvankelijk wankelde ook Christina Rümann, maar uiteindelijk deed de Duitse sopraan wat een helse Königin der Nacht moet doen: het uitspuwen van verschroeiende coloraturen.


Mozart: Die Zauberflöte. Solisten, Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. Per-Otto Johansson. Regie: Bruno Berger-Gorski. Maastricht, Theater aan het Vrijthof, 4/3. Tournee t/m 31/3, operazuid.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden