DIE ZAUBERFLÖTE Het Nationale Ballet danst een magisch sprookje

Een Duitse opera in twee akten, luidde in 1791 de nuchtere omschrijving van het werk - en daar heeft niemand wat tegen in te brengen....

'HET IS net variété', zegt Inspector Morse tegen zijn assistent Lewis. 'Er zit ook een draak in.' De detective uit de Engelse televisieserie weet er alles van. In z'n vrije tijd repeteert hij in een amateurkoor Die Zauberflöte van Mozart. Veel muzikaal genoegen kan hij er alleen niet aan beleven, in die onlangs herhaalde aflevering uit 1990. Tijdens de generale repetitie, precies op de beruchte hoge ha-ha-ha-F van de Koningin van de Nacht, steekt de moordenaar achter de schermen toe. Dit keer is de gerespecteerde rechercheur Morse zelf de verdachte.

Dat is televisie-werkelijkheid. In een detective-serie hoort per aflevering minimaal één lijk. Die Zauberflöte is een van de weinige opera's waarin geen doden vallen. Nou ja, alleen die draak dan, die volgens het libretto meer een slang is. En met wat fatalisme zou 'de eeuwige nacht' waarin de Koningin van de Nacht met haar drie dames en de moor Monostatos worden gestort ook als de dood opgevat kunnen worden.

Anders dan bij Inspector Morse gaat het hier om een symbolische dood. De ziel sterft niet, hij transfigureert, doceert de inspecteur in een poging zijn assistent wat van het gedachtegoed van de Vrijmetselaars bij te brengen. Want, zo heet het in bepaalde kringen, Die Zauberflöte is een Vrijmetselaarsopera. Componist Wolfgang Amadeus Mozart en librettist Emanuel Schikaneder waren immers beiden toegetreden tot de Vrijmetselaars-loge en de opera is in wezen niets anders dan een muzikaal-theatrale verbeelding van de inwijdingsrituelen.

Ard Renaud - lid van de loge nummer 237 'Wolfgang Amadeus Mozart' van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, gevestigd te Hilversum - zal het in elk geval niet tegenspreken. Inwijding, transformatie, loutering en de reis in het onbekende zijn een Vrijmetselaar niet vreemd. Renaud: 'Maar het is eigenlijk een allegaartje van hermetisch denken, Grieks platonisme en alchimie.'

Voormalig theaterdirecteur Maarten Zweers, die graag het publiek inwijdt in de geheimen van Die Zauberflöte met een intensieve cursus van vier maal drie uur, is er pertinent tegen om het een Vrijmetselaarsopera te noemen: 'Je moet dit werk vanuit het esoterische gedachtegoed benaderen en niet in de taal van één of andere school.' Die Zauberflöte gaat over de polariteit van zon- en maankrachten; twee energieën die de 'ontwakende' mens in zich moet verenigen.

'Eine Deutsche Oper in zwei Akten' heet dit werk uit 1791, het jaar van Mozarts dood, officieel. Nuchter beschouwd is dat de spijker op z'n kop, want het is een opera (al zijn er ook gesproken teksten), er wordt in het Duits gezongen en er zijn twee akten.

Daar is iedereen het wel over eens. Voor de rest is er rond de Zauberflöte een luid gekrakeel van louter tegengestelde meningen opgestegen.

Allereerst zijn muziekexperts uit verschillende tijden en landen allerminst uitgepraat over de artistieke kwaliteit. 'Maakwerk', vindt Mozart-biograaf Wolfgang Hildesheimer en in zijn kielzog treedt een stoet kritikasters die in het gunstigste geval de muziek tot meesterwerk verheffen en het verhaal als lariekoek afdoen.

In een aan Die Zauberflöte gewijde editie in de reeks Musik-Konzepte antwoordt de musicoloog Rainer Riehn Hildesheimer met een lijvige analyse waarin hij concludeert dat Mozart een pre-Brechtiaanse vervreemdingstechniek in omkering hanteert: niet de muziek vervreemdt de tekst, maar de tekst vervreemdt de muziek.

Over de inhoud van die tekst is nog meer te doen dan over de noten. Want al lijkt het verhaal vergeleken met de geforceerde intriges en plots in andere opera's eenvoudig, de eveneens eenvoudige vraag waar dit Singspiel over gaat, leidt tot een onoverzichtelijke diversiteit aan duidingen.

De gebeurtenissen zijn vrij snel opgesomd. Er is een prins, Tamino, die wordt achternagezeten door een reuzenslang. Hij valt flauw nog voor de slang iets doet en drie dames, in dienst van de Koningin van de Nacht, doden het beest. De dames laten Tamino een portret zien van Pamina, de dochter van de Koningin die door Sarastro is ontvoerd en in diens tempel door de moor Monostatos wordt bewaakt.

Tamino raakt op slag verliefd en wil haar bevrijden. Hij krijgt een toverfluit als hulpmiddel en zijn nieuwe reisgezel, de vogelvanger Papageno krijgt een klokkenspel. Sarastro blijkt hogepriester, heeft Pamina ontvoerd voor haar bestwil en Tamino wordt ingewijd in de mysteries van Isis. Ook Papageno en Pamina worden beproevingen opgelegd.

Tamino en Pamina zijn waardig bevonden voor elkaar, Papageno vindt z'n Papagena, de Koningin van de Nacht blijkt de werkelijke slechterik en stort met haar drie dames en Monostatos (die zich aan Pamina wilde vergrijpen) in het eeuwige duister. Eind goed, al goed.

Het is de vraag of er ooit zo'n heisa was ontstaan als niet Mozart, maar een van de andere componisten rond Schikaneders Weense theater de muziek had geschreven. Zoals bij het zangspel Der Stein der Weisen, recentelijk door de Amerikaanse musicoloog David Buch uit een Hamburgse bibliotheek opgediept en vorig jaar in Boston voor het eerst weer opgevoerd. Daar blijkt een heel componistencollectief aan de slag te zijn geweest met dezelfde bronnen waarop Die Zauberflöte is gebaseerd. En zelfs Mozart heeft een nummertje bijgedragen.

Misschien wel 'omdat deze opera in dramaturgisch opzicht onderdoet voor alle andere courante Mozart-opera's, hebben sinds 1791 filosofen, musicologen, romanciers, regisseurs en biografen hun uiterste best gedaan om te bewijzen dat het Mozarts grootste opera is', stellen Elmer Schönberger en Willem Jan Otten in hun hoedanigheid van Wilhelm Schön in de bundel Ik lach bij het zien.

De Deense filosoof Sren Kierkegaard bijvoorbeeld, neemt in zijn essay De onmiddellijke erotische stadia of het muzikaal-erotische (1843) Papageno's verlangen naar 'ein Mädchen oder Weibchen' uitgebreid onder de loep. Het is het tweede stadium van seksuele begeerte, constateert hij: zoekend, maar nog niet duidelijk gericht zoals bij Don Giovanni, stadium nummer drie. Waarbij het overigens opvallend is, stelt de Nijmeegse hoogleraar muziekwetenschap Etty Mulder in haar inleiding bij de Nederlandse vertaling, dat de fallische seksuele symboliek van fluit en klokkenspel Kierkegaard geheel ontgaat.

'Mozart is voor Kierkegaard de muziekgeworden erotiek', aldus Mulder. Al staat erotiek hier niet uitsluitend voor seksualiteit, maar voor de zinnelijkheid en sensualiteit die door de vergeestelijking van het Christendom in de taboesfeer is geraakt. Maar ook dr F. de Graaff ('De opera Die Zauberflöte van Mozart. Het libretto verklaard uit de geest der muziek', 1990) ziet niets fallisch in de toverfluit. De fluit is door de Zonnekoning - Pamina's overleden vader - in een 'toveruur' uit de wortels van de duizendjarige eik gesneden. De eik is de kerk, zegt De Graaff, maar de grondslag van de eik is de Thorah. En zo is 'de heilsweg van Die Zauberflöte de inwijding in het mysterie van de Thorah zelf'.

Theoloog M.F.M. van den Berk vond de heilsweg via psycholoog Carl Gustav Jung in de alchimie. Het heeft hem jaren studie gekost en vaak was hij de wanhoop nabij, want in de 'onbeschrijfelijke warboel aan interpretaties' vond hij dat 'iedereen wel ergens gelijk had', schrijft hij in zijn bijna 500 pagina's tellende onderzoeksverslag. Hij had bijna het hele idee verworpen toen hij in een antiquariaat in Amsterdam per toeval de bevestiging vond van zijn theorie. Papageno wás Mercurius, geen twijfel meer mogelijk. Pamina het maagdelijk water, Tamino het zwavel en Papageno het kwik: 'De opera bleek onomstotelijk een alchemistische allegorie te zijn.'

Prachtig, maar al die esoterie kun je niet dansen, 'tenzij je euritmie doet', stelt choreograaf Toer van Schayk, die samen met artistiek directeur Wayne Eagling op basis van het libretto van Die Zauberflöte een avondvullend ballet heeft gemaakt dat woensdag 10 februari bij Het Nationale Ballet in première gaat. 'In mijn ogen is het in eerste instantie bedoeld als een magisch sprookjesballet', zegt Van Schayk en die esoterische kant is later behoorlijk overtrokken: 'Het zit er allemaal in en het was erg in de mode in die tijd, maar als je de tekst leest, is de transcendentale inslag miniem.'

In Toverfluit (zonder lidwoord) hebben Eagling en Van Schayk het verhaal drastisch aangepast aan de eisen van een ballet. Muzikaal adviseur Jan Pieter Koch constateert triomfantelijk: 'Er zit geen noot van Die Zauberflöte in'. Het is, vindt hij, niet zo'n beste opera. Veel te lang en die melodietjes zijn ook niet zo geweldig. Het hele oeuvre van Mozart hebben ze uitgeplozen en daaruit de muziek voor de voorstelling gedestilleerd. Koch: 'Als je dan opeens een aria uit het origineel haalt, denkt iedereen ''o, ja'' en gaat zitten wachten op het volgende fragment.'

Ze zijn teruggegaan naar de bron, het driedelige sprookjeswerk Dschinnistan (= feeënland) dat eind achttiende eeuw onder redactie van Christoph Martin Wieland tot stand kwam. Met name het sprookje Lulu oder Die Zauberflöte heeft de 'prima materia' voor de opera geleverd, al is dat niet het enige waaruit Mozart en Schikaneder hebben geput.

Van Schayk: 'Veel van de karakters zijn heel anders. De Koningin van de Nacht, die Perifirihme heet, is een goede fee en Sarastro is een boze tovenaar.' Door die ontdekking voelden de choreografen zich gesterkt in hun voornemen ook enige fantasie te gebruiken. In een toegevoegde proloog wordt het verhaal in een nieuwe context geplaatst. Sarastro en de Koningin van de Nacht zijn getrouwd, maar hun huwelijk loopt op de klippen. Heel simpel, heel actueel. Toverfluit is een hedendaags echtscheidingsdrama met een gevecht om de voogdijregeling.

'De Koningin van de Nacht had het grootste gelijk om boos te zijn', vindt Van Schayk. Die Sarastro ontvoert gewoon haar dochter. Op die manier zou zo'n opera nog een vrijbrief zijn voor dat soort praktijken. Maar niet in Toverfluit. De Koningin van de Nacht en Sarastro herenigen zich. Want het blijft natuurlijk toch ook een beetje een sprookje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden