Column

Die twee Hongaarse tomaten staan me bij als rood goud

Goed nieuws onlangs in deze krant: de tomaat kan weer de 'oude' smaak krijgen. Wetenschappers menen te weten, aldus het bericht, hoe de originele tomatensmaak kan worden teruggebracht: kwestie van selecteren op 'oude' genen.

Niks lekkerder dan een verse tomaat. Beeld anp

Toevallig meen ik te weten hoe de 'oude' tomaat smaakt. Die at ik in 1987. Terwijl het vrije Europa zuchtte onder de Nederlandse waterbommen die de naam tomaat droegen, was ik op vakantie in Hongarije. Het communistische en Hongaarse voedselregime was zwaar, maar na een week belandden we in een dorpje waar de gastvrouw van het pension een paar tomaten uit haar eigen moestuintje opdiende. Een smaaksensatie, eigenlijk het hoogtepunt van de vakantie.

Dus zo is de tomaat bedoeld, wist ik meteen. Nu, vele jaren en vele trostomaten, cherrytomaten, snoeptomaten en romatomaten later, staan me nog altijd die twee Hongaarse tomaten bij als het ware rode goud.

Moet je dan niet sleutelen aan voedsel? Natuurlijk wel. Het is uitermate knap dat het genoom in kaart is gebracht van honderden tomatenrassen. En veredeling is onontbeerlijk voor houdbaarheid, omvang, resistentie, massaproductie en soms zelfs het milieu.

Toch heeft het iets tragisch dat wetenschappers wereldwijd al tientallen jaren werken aan het terugvinden van de 'oorspronkelijke kwaliteit', die in het 'veredelingsproces' is verloren gegaan. Dat zegt in elk geval twee dingen. Ten eerste: het is moeilijk de natuur te verbeteren. En ten tweede: misschien is het goed om vooraf na te denken waarom je sleutelt aan voedsel, en - niet onbelangrijk - wie dat bepaalt. Misschien zegt het ook nog een derde ding: de mens is geneigd tot zelfoverschatting en tot onderschatting van de complexiteit van de natuur.

Het is nog niet zo lang geleden dat de mens planten en dieren zag als dingen. Of, in de woorden van Descartes, als machines die je uit elkaar kon halen en in elkaar kon zetten. Het is aan het Duitse genie Alexander von Humboldt te danken dat die antropocentrische perceptie van de natuur veranderde.

In De uitvinder van de natuur, beschrijft Andrea Wulf mooi hoe de geograaf en naturalist rond 1800 vijf jaar lang door Zuid-Amerika trok en daar als eerste de samenhang in de natuur ontdekte.

Een web van leven, een organisme waarvan de onderdelen alleen in onderlinge samenhang konden functioneren. In die theorie hebben ook schimmels en bacteriën een functie. Je drukt op de ene plek en er ontstaat als het ware een uitstulping op een andere plek.

Von Humboldt beschreef ook de roofbouw die de Spaanse kolonisten pleegden op de groeizame grond, die daardoor onvruchtbaar werd. Terwijl ze 'alleen maar een beetje hoefden aan te harken om overvloedige oogsten te kunnen binnenhalen'. Zelfs sprak Von Humboldt van klimaatverandering door het kappen van regenwoud. Daarmee was hij voorwaar zijn tijd ver vooruit.

Een dier is geen klok die je uit elkaar kunt halen en weer in elkaar kunt zetten, stelde Von Humboldt ook. Het zijn noties die actueler zijn dan ooit.

In een interessante uitzending van Tegenlicht over het Antropoceen, het geologische tijdperk waarin we volgens sommige wetenschappers leven, stelde de Franse filosoof Bruno Latour dat de natuur allang niet meer geldt als decor. Het decor is op het toneel gekomen, in beweging. Door menselijk handelen verandert het klimaat, sterven planten- en diersoorten in hoog tempo uit, ligt plastic op de bodem van de zeeën, wordt groeizame grond onvruchtbaar. En dat heeft weer gevolgen voor de mens.

In het Antropoceen zal ook de oplossing van mensen moeten komen. Door gedragsverandering en techniek, zou ik zeggen. Door te beschermen wat er nog is. Door te stoppen met het kappen van tropische regenwouden. Door de natuur op een slimme manier te gebruiken. Door schonere energiebronnen, door minder vlees eten.

Microbioloog Rosanne Hertzberger denkt daar heel anders over, zo schreef ze in NRC Handelsblad. Innovatie lost alles op. Planten en dieren moeten, willen ze overleven, vooral de mens niet in de weg lopen en gewoon op hun rug gaan liggen in het laboratorium om verbeterd te worden. Want de natuur is niet goed genoeg. En het dier is een klok.

Vooralsnog - en zeker zolang de tomaat zijn smaak niet terug heeft - lijkt mij dat een sterk staaltje menselijke zelfoverschatting. En een grote gok.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.