'Die toiletten zijn neergezet op het graf van mijn moeder'

De islamitische Rohingya in Birma horen volgens de VN tot de meest bedreigde minderheden. Huizen en moskeeën zijn verwoest.

SITTWE - De avondklok in Sittwe is eigenlijk niet meer nodig. De kans op geweld tussen de boeddhistische Rakhine en islamitische Rohingya is nihil, want er zijn geen Rohingya meer. Waar zij woonden zijn alleen nog de funderingen te vinden van hun huizen, en van de moskeeën die er stonden. Twaalf Rohingya-wijken en dorpen in Sittwe, in de provincie Rakhine, zijn met de grond gelijk gemaakt.


De hoofdweg die vroeger midden door het dorp Nazi liep, loopt nu door wat nog het meest op een verlaten bouwterrein lijkt. Hier stonden op 13 juni meer dan drieduizend huizen, maar nu liggen er links en rechts alleen nog betonnen vloeren, die al zijn overwoekerd door struikgewas. De oude moskee is veranderd in een hoop zand en gruis. Alleen de voet van de dikke muren is blijven staan.


De moskee dateerde van 1810 en was een hinderlijk bewijs dat de Rohingya hier veel langer woonden dan vandaag en dus geen 'Bengali' zijn, zoals de Birmezen ze noemen: illegale immigranten uit Bangladesh. Zes maanden na de aanval op de wijk lijkt het al of er nooit Rohingya hebben gewoond.


Naast de moskee ligt het open pleintje waar begrafenisplechtigheden werden gehouden: de moskee van Nazi was het centrum voor begrafenissen uit de hele streek. Tussen de struiken zijn nog omgeschopte grafpaaltjes te zien. Overal liggen menselijke uitwerpselen. Alsof de sloop van de moskee voor de boeddhistische Rakhine nog niet genoeg was.


Een jongen hakt bakstenen uit de ruïne en bikt die schoon. Het zijn brede, oude bakstenen. Zij brengen goed geld op op de markt, zegt hij.


'Ze hebben bulldozers gebruikt', zegt Aung Win. Hij is een van de weinige Rohingya die zich nog op straat wagen. Hij heeft wel een sjaal om zijn gezicht gedraaid en een hoedje over zijn ogen getrokken. Hij wijst naar drie plastic wc-tentjes naast de moskee: een poging om het wildpoepen tegen te gaan. 'Die toiletten staan op het graf van mijn moeder', zegt hij. In zijn stem klinkt berusting.


Aung Win heeft nog geldige identiteitspapieren. 'Mijn vader heeft de Birmese nationaliteit, ik ook, maar mijn kinderen hebben die nooit gekregen. Is dat niet gek? Zij hebben geen identiteitsbewijs en kunnen dus niet in Rangoon studeren. Als zij het land verlaten, komen zij er daarna niet meer in.'


Dit is de manier waarop Birma probeert langzaam maar zeker zijn Rohingya weg te werken. Zij krijgen geen papieren, geen scholing, geen werk. En het heeft effect: niemand weet hoeveel Rohingya er al per boot naar Thailand, Maleisië of Indonesië zijn gevlucht maar het zijn er veel, en ze blijven vertrekken. 'Alleen al de afgelopen dagen zijn er hier twee boten vertrokken', zegt Aung Win, 'elk met tachtig mannen aan boord.'


Maar dat ging de Rakhine niet snel genoeg. Zij moeten zich mateloos hebben gestoord aan de Rohingya, die over de hele stad uitzwermden en 'alleen maar in de moskee rondhingen en kinderen maakten'. Het werden er steeds meer en niet alleen door die kinderen: Bengalezen kwamen van over de grens en logen dat ze Rohingya waren. De illegalen zijn het excuus voor de Rakhine en de overheid om voortaan álle Rohingya vogelvrij te verklaren.


De geweldsgolven begin juni en een tweede eind september hebben Sittwe in één klap 'opgeruimd': de Rohingya zijn de stad uit geveegd.


De democratisering gaf de Rakhine de kans te doen wat zij misschien allang wilden maar nooit durfden. Onder de militaire dictatuur verdwenen burgers voor het minste of geringste in de gevangenis. Geweld was het privilege van leger en politie. Nu stonden die erbij, keken toe en lieten het gebeuren. Misschien omdat ook zij eigenlijk een hekel hadden aan de 'Bengali'.


Lokale politici van nieuwe 'democratische' Rakhine-partijen hitsten de bevolking op. Daarna was er maar een kleine aanleiding nodig voor een bloedbad. Een kleine vechtpartij, een gerucht over een verkrachting, meer was er niet nodig om een Birmese versie van de 'Kristallnacht' te ontketenen.


Woeste meutes vielen Rohingya-dorpen aan en sloegen alles en iedereen kort en klein. Tienduizenden huizen werden verbrand, dertig moskeeën verwoest, honderdduizend Rohingya op de vlucht gejaagd. Niemand weet hoeveel doden er vielen. De regering houdt het op 120, maar volgens Aung Win moeten het er veel meer zijn: 'Het waren er zeker vijfhonderd. Wij hebben de lijst met vijfhonderd namen.'


De Rohingya praten over vergoedingen voor hun verwoeste bezittingen en hun grond, zij praten zelfs over terugkeer. Maar het kan heel lang duren voordat de Rohingya hier weer terug zullen zijn. Zonder hulp van de regering en zonder bescherming tegen de haat van de buren hoeven zij niet te denken aan wederopbouw. Als zij dat al zouden willen.


Tentenkamp

Voor Noor Begum hoeft het niet meer. Zij wil nooit meer een Rakhine in de ogen kijken. Zij is 24, klein van stuk, maar haar gezicht is hard en emotieloos. Op haar arm draagt zij de 5 maanden oude Mahamud. De 4 jaar oude Ragana hangt aan haar sarong. Ze zitten in een geïmproviseerd tentenkamp aan het strand, een eind buiten Sittwe.


Meer dan zevenduizend mensen huizen onder plastic tentzeilen, op een verlaten plek die de schilderachtige naam 'Coconut Garden' heet. Stof, en de rook van tientallen houtvuurtjes benemen de adem. De stank van uitwerpselen en vuilnis stijgt op uit de ondiepe goten die tussen de tenten zijn gegraven. Kinderen spelen in het zand ernaast.


Noor Begum is opgegroeid in Pauk Taw. Het laatste wat zij van haar dorp heeft gezien, is de rook die opsteeg toen zij met een bootje de rivier op vluchtte. Dat was op 21 september. 'De Rakhine kwamen met heel veel mensen. Wij waren doodsbang. Wij renden naar de bootjes. De rivier lag vol lijken. Het waren er zoveel. Honderd... Ik weet niet hoeveel, maar ze lagen overal.'


Zij was toen al weduwe. Op 10 juni waren haar man, Mohammud Nuru, zijn moeder en zijn zus door Rakhine vermoord. 'Wij hadden al drie dagen geen rijst, dus zij gingen naar de markt om wat vis te verkopen. Onderweg werden zij gevangen door de Rakhine.'


Toen haar man uit de rivier was gevist, bleek zijn achterhoofd verdwenen. 'Zij hebben hem vastgebonden achter een motor en hem over de weg gesleept', zegt Noor. Bevriende Rakhine hebben het gezien, zegt zij. Wat er met haar schoonzus en schoonmoeder is gebeurd is zelfs voor haar te vreselijk om te vertellen. 'Zij waren vrouwen, hè?', is het enige wat zij daarover zegt.


Sommige kinderen in het opvangkamp zijn ondervoed, zoals de vijfjarige Andjuma. Het kind is klein voor haar leeftijd en heeft moeite haar ogen open te houden. Op haar handje staat een kruis. Dat heeft een Nieuw-Zeelandse arts gedaan, om het ondervoede kind in de gaten te kunnen houden. De arts is maar een keer hier geweest.


Het World Food Programme van de VN heeft twee keer rijst gegeven en welgestelde Birmese donateurs sturen wat zij kunnen. Maar verdere hulpverlening is er nauwelijks. De Verenigde Naties klagen dat zij van de overheid geen toegang krijgen.


Artsen zonder Grenzen (AzG) kan ook niets doen. De organisatie werkt in Sittwe vanuit een hotel. Zij zijn hun kantoor uitgejaagd door Rakhine, die woedend waren omdat de artsen ook Rohingya behandelden. Twee hotels hebben AzG sindsdien al de deur gewezen en het is de vraag hoe lang het huidige hotel ze wil houden.


Bijna niemand komt in de kampen. Alle toegangswegen zijn afgezet met barricades die worden bewaakt door bewapende politiemannen die bezoekers buitenhouden en de Rohingya binnen.


Oproerpolitie rukt uit

Deze middag rukt een detachement van de oproerpolitie uit naar een ander kamp, twee kilometer verderop. Wij zien de vrachtwagen met de zwaar bewapende manschappen voorbijrazen. De inwoners van dat kamp zijn te dicht bij de hoofdweg gekomen en worden met geweld teruggeslagen naar hun tenten. Vijf vluchtelingen raken gewond door rubber kogels.


In het stadje Sittwe zelf klinkt 's middags heel zacht het geluid van een moskee. Niet héél Sittwe blijkt te zijn gezuiverd. De rohingya-wijk Aung Mingalar heeft de slachtpartij overleefd. De Rakhine zijn in juni even langs geweest. Zij hebben enkele tientallen huizen aan de rand van de wijk platgebrand, maar zijn toen weer vertrokken.


Tienduizend Rohingya zitten hier nu opgesloten. Zij kunnen geen kant op, want ook hier houden gewapende bewakers de wacht bij barricades. 'Aung Mingalar is een getto, zo kun je het wel noemen', zegt Aung Win. 'Als wij voedsel nodig hebben of medicijnen moeten wij bewakers omkopen om die te gaan halen. Niemand hier durft naar buiten te gaan.'


Dag en nacht houden de Rohingya de barricades in de gaten. 'Zij zijn bang', zegt Aung Win. 'Iedereen hier wacht op het moment dat er weer een paar duizend Rakhine het dorp binnen stormen en ook Aung Mingalar met de grond gelijk wordt gemaakt.'


Als om 22.00 uur de avondklok is ingegaan, is het in het Rohingya-getto doodstil. In de stad gaan jonge Rakhine onbekommerd de straat op. Eetstalletjes blijven open. Het is zaterdagavond, te vroeg om naar huis te gaan. De soldaten laten ze begaan. In Sittwe is immers niets meer aan de hand.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden