DIE TIJD KOMT NOOIT MEER TERUG

HET kabinet heeft zich eind vorige maand intensief beziggehouden met de toekomst van ons land. Hoe moet Nederland, zo luidde de vraag, er in 2015 uitzien?...

PAUL KALMA

Premier Kok zette het belang van deze bijeenkomst, in een interview in de Volkskrant van 1 juni, zwaar aan. 'Het is in de geschiedenis niet vaak voorgekomen dat het hele kabinet - de ministers en staatssecretarissen - en de topambtenaren over dit soort onderwerpen bij elkaar zaten. We hebben ons gebogen over de vraag wat de strategieën zijn onder die stroom van beleidsnota's, van projecten in ontwikkeling. Wordt er voldoende gelijk gedacht, zijn er lacunes?'

De conclusie van het kabinet luidt dat er veel meer geïnvesteerd moet worden. Kok: 'We moeten tempo maken en ons intensief bezighouden met de ruimtelijke, economische, sociale en kennis-infrastructuur. De overheid zal daarbij het voortouw moeten nemen.' Voor publieke investeringen op dit gebied wil het kabinet in de volgende kabinetsperiode twee à drie miljard gulden per jaar vrijmaken; na 2002 zelfs nog meer geld.

Ik laat flauwe opmerkingen hier achterwege (komt die aandacht voor publieke investeringen niet wat laat; waarom de kennissector in 1994 met één miljard gekort, en in 1996 ineens tot speerpunt van de economie verheven?) en concentreer me - mèt het kabinet - op de toekomst. Er blijft dan namelijk nog genoeg te vragen over.

Opvallend aan de visie van het kabinet is in de eerste plaats de wel zeer eenzijdige nadruk op economische groei. Drie procent per jaar is voor Kok het uitgangspunt. Alle investeringen moeten er op gericht zijn om 'mee te kunnen blijven draaien in de internationale eredivisie . . . Nu achterover leunen () zou een enorme blunder zijn.'

Minister Wijers, die op 4 mei in NRC Handelsblad al een voorschot op de kabinetsdiscussie nam, denkt er net zo over. 'Middelmaat is: je tevreden stellen met een economische groei van anderhalf, twee procent. Dat is muddling through, stuck in the middle. Dan valt er niks leuks te melden. () Als land zakken we dan geleidelijk weg.'

Het begrip 'publieke infrastructuur' krijgt als gevolg van dit soort preoccupaties een wel zeer smalle uitleg. Waarom, na jaren van snoeien en afknijpen, niet weer eens geinvesteerd in de sociale zekerheid? Waarom geen forse uitbreiding van onze culturele infrastructuur; van onderwijs voor ouderen, bibliothe ken en andere culturele voorzieningen?

Wijers en Kok zwijgen daar in alle talen over. Ze lijken het vooral tot hun taak te rekenen Nederland in 2015 sneller te laten doorstromen. Straks krijgen we, stelt Wijers enthousiast vast, de HSL-Oost. Die moet, 'met tunnels en allerlei innovatieve concepten () langs Utrecht en Arnhem, door de Veluwe. Dat is een gigantisch project. Daar moet geld voor komen.'

Daarmee belanden we bij een tweede bezwaar tegen de toekomstvisie van het kabinet. Het wil investering op investering stapelen, maar zich kennelijk niet uitlaten over de structuur van onze economie op lange termijn, laat staan in Europees verband. We moeten niet alleen een 'mainport', maar ook een 'brainport' durven zijn - maar of dat allemaal tegelijk kan, blijft buiten beschouwing.

Een programma dat prioriteiten stelt (bij voorbeeld: verbetering van het openbaar vervoer in de Randstad is belangrijker dan de HSL-lijn) en dat bepaalde sectoren welbewust afremt, ontbreekt dan ook. Zoals het kabinet ook de beleidsinstrumenten die in zo'n programma passen (ecologisering van de belastingheffing) ongenoemd laat.

Het kabinet, zo bleek al eerder, is erg benauwd om de spanning tussen groei en milieu onder ogen te zien. De scenario's van het Instituut voor Milieuvraagstukken bij voorbeeld ('een krachtiger milieubeleid kan soms wat minder groei opleveren') werden eerder dit jaar door diverse bewindslieden weggehoond; het woord 'stalinistisch' viel zelfs, naar verluidt. Dat zegt meer over de instelling van dit kabinet dan tien officiële beleidsdocumenten.

Ruim twintig jaar geleden sprak de toemalige minister-president, Joop den Uyl, de naderhand gevleugelde woorden 'die tijd komt nooit meer terug'. Op zijn redenering, in 1977 uitgewerkt in een gelijknamig artikel, valt achteraf het nodige aan te merken. De economie is minder planbaar dan hij meende; de krachtsverhoudingen in de wereldeconomie liggen anders dan hij toen voorzag.

Maar uitermate actueel blijft de door hem waargenomen trendbreuk in het industriële kapitalisme. Nieuwe sociale en ecologische problemen treden wereldwijd op de voorgrond. Welvaart valt niet meer uitsluitend af te lezen aan de groei van produktie en koopkracht, of aan de omvang van de investeringen, maar hangt mede af van ingrijpende veranderingen in onze wijze van produceren en consumeren. Van groei èn van krimp.

'We willen verdomme drie procent groei', zo vat Wijers de visie van het kabinet populair samen. Dat is, met alle respect, niet een leus voor 2015, maar van vóór 1975.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden