Die RAF-rotzak loopt gewoon weer los

Joke kranenburg was in 1977 hoogzwanger van haar tweede zoon toen haar man Arie, rechercheur bij de Utrechtse politie, werd doodgeschoten door RAF-terrorist Knut Folkerts....

Toen ze tegen achten 's avonds de zwarte verlengde Mercedes zachtjes de straat in zag glijden, wist Joke Kranenburg dat was uitgekomen wat ze die dag had voorvoeld. Ze opende de deur, nog voordat burgemeester Vonhoff en de hoofdcommissaris konden aanbellen. 'Ik weet het al', zei ze. 'Hij is dood.' De mannen reageerden onthutst op haar aanblik. Daar stond de vrouw die ze moesten vertellen dat ze de weduwe was geworden - hoogzwanger.

Rond tienen mocht Joke haar man nog even zien, voordat de patholoog-anatoom sectie op hem zou verrichten. Terwijl ze door de gang naar zijn kamer liep, zag ze zijn röntgenfoto's hangen. De kogels van RAF-terrorist Knut Folkerts waren door zijn longen gegaan. Rechercheur Arie Kranenburg was gestikt in zijn eigen bloed. 'Dit is mijn man, die hier ligt', dreunde door haar hoofd, in de ziekenhuiskamer. Joke Kranenburg was 25 jaar, even oud als de moordenaar van haar man. Ze had een zoontje van 22 maanden. Een maand later zou ze bevallen van haar tweede, op 28 oktober 1977.

De vroegere politievrouw vertelt in de achtertuin van haar rijtjeshuis in Vianen, datzelfde rijtjeshuis waar het grote ongeluk zich aankondigde, verpakt in een zwarte Mercedes. Ze is nooit meer verhuisd. De doorrookte huiskamer is sober, op het kale af. In de voortuin groeit meer onkruid dan gedomesticeerd groen. Joke Kranenburg heeft andere dingen aan haar hoofd dan tuinieren - haar leven staat de laatste jaren in het teken van de strijd.

Elk oudjaar, vertelt ze, voordat de klok twaalf uur slaat, zit ze te rekenen. Knut wordt nu 51, Knut wordt nu 52, Knut wordt nu 53. 'Hij heeft de twijfelachtige eer dat ik altijd de allereerste ben die aan zijn verjaardag denkt.' Elk nieuwjaar realiseert ze zich: die rotzak is alweer een jaar ouder. En bovenal: 'Hij loopt weer los. Hij kan gaan en staan waar hij wil, terwijl mijn bestaan is opgehouden.'

Geen sensatie

Aanvankelijk reageert ze voorzichtig, op het verzoek om een interview over zichzelf en haar kinderen. Ze wil niet dat haar zoons meedoen - die moeten uit de publiciteit blijven. 'Kom maar langs', zegt ze. 'We moeten maar zien of het lukt.' Kranenburg heeft nooit eerder haar persoonlijke verhaal verteld, over haar wereld na de moord op haar man. Ze wilde geen sentimenteel verhaal, geen tranen, geen sensatie, niks 'zompigs'. Ze wilde alleen praten over de zaak zelf; het verzoek van Nederland aan Duitsland om Folkerts alsnog de straf te laten uitzitten waarvoor hij in 1977 door de Utrechtse rechtbank is veroordeeld.

Ze is van gedachten veranderd, sinds Folkerts eind vorige maand in Nova voor de eerste keer zijn excuses aanbood aan Joke Kranenburg en haar zoons. De weduwe is bang dat de buitenwereld haar gaat zien als een op wraak beluste bitch, omdat ze weigert zijn verontschuldigingen te accepteren. Als een geobsedeerde vrouw die een verbitterd gevecht voert om de moordenaar van haar man opnieuw achter de tralies krijgen. 'Ik wil nu weleens duidelijk maken wat Folkerts heeft aangericht bij mij en mijn kinderen', zegt ze in de achtertuin, de ene na de andere sigaret opstekend.

Haar 21 jaar oudere man, een zeer ervaren rechercheur, voerde vaker gevaarlijke opdrachten uit. Daar spraken ze nooit over - dat was zwaar geheim. Die woensdagavond, 21 september 1977, zag Joke hoe gespannen hij was. 'Ik wist dat er iets heel belangrijks speelde.'

De dag daarop deed hij iets wat hij nooit deed: tussentijds bellen. 'Ik ben later. Wil je eten voor me bewaren?' Om zes uur zou hij thuis zijn. Ze wilden die avond uitgaan. Haar zoontje lag al op bed, toen de oppas aanbelde. Arie was er nog steeds niet. 'Hij komt niet meer', zei Joke. 'Hij is dood.' De oppas reageerde verwonderd: 'Doe niet zo raar'.

Maar Joke wist het. Ze hadden een speciale band, Arie en zij. Toen ze elkaar voor de eerste keer tegenkwamen, op een recherchefeest, beseften ze: 'Wij kennen elkaar al honderden jaren en we gaan elkaar nog honderden jaren kennen.'

Later zou ze de details te horen krijgen over de moord op haar man, beetje bij beetje. Pas nu, 28 jaar later, heeft ze het gevoel dat de puzzel enigszins in elkaar past. De Utrechtse politie was getipt dat RAF-leden een gehuurde auto zouden terugbrengen bij de garage. Arie Kranenburg wachtte samen met collega Leen Pieterse en nog een aantal agenten de terroristen op. De zwaar bewapende Folkerts - aan zijn broekriem hing ook nog een handgranaat - opende meteen het vuur. De politiemannen droegen geen kogelvrije vesten. Het cordon van scherpschutters kon niets beginnen: het was koopavond en de Utrechtse binnenstad krioelde van het winkelpubliek. Brigadier Pieterse raakte zwaargewond. Arie Kranenburg overleed later in het ziekenhuis, 46 jaar oud.

Bomvolle aula

De crematie beleefde Joke alsof ze achter glas zat, van een afstand. Haar eigen verdriet voelde ze nauwelijks. Ze was alleen maar bezig zichzelf te beheersen. Er werd met korpseer afscheid genomen van haar man - ze had nooit beseft wat voor circus dat zou worden. 'Er was niets persoonlijks bij.' Zijn acht beste collega's, die naast de rouwwagen hadden gelopen, stonden anderhalf uur naast de kist, in de bomvolle aula. Daar tegenover zat zij zich te verbijten, met haar dikke buik. 'Ik dacht: als ik nu ga huilen, houden zij het ook niet meer.' Allerlei hoogwaardigheidsbekleders kwamen haar condoleren. Ze hadden Arie niet gekend en konden dus ook niets echts zeggen. Zelf bracht ze het niet op om te speechen.

Gelukkig hoefde ze de bevalling niet bewust mee te maken, kort daarna. Gelukkig kreeg ze een keizersnee. Afstandelijk: 'Toen werd je nog helemaal onder narcose gebracht. Dus je wordt wakker en dan vertellen ze je dat je een kind hebt.'

Daar lag ze, alleen, zonder dolblije man naast zich om de geboorte van hun zoontje mee te vieren.

Ze pakt haar zakdoek: 'Ik wist dat dit moeilijk werd.'

Wat moest ze op het geboortekaartje zetten? 'Met grote blijdschap geven wij kennis?' Middenin de nacht schoot haar een gedichtje te binnen. Ze laat het kaartje zien, een kort gedicht, met daarin die ontluisterende zinnen:

'Helaas heeft hij de vader reeds verloren, zal ik hem grootbrengen, zo goed ik kan.'

De geboorte van haar kind was de sensatie van het jaar voor de boulevardpers. Zelfs in het ziekenhuis probeerden de paparazzi haar nog te spreken te krijgen. Ze fotografeerden moeder en zoontje door de gordijnen heen.

Jokes ouders waren vlak voor de moord op haar man overleden. Eenmaal thuis moest ze bijna alles alleen doen. Haar zoontje begreep er niets van. Hij slofte op de schoenen van zijn vader door de gangen. 'Papa?', vroeg hij de hele dag. Pas toen hij naar de kleuterschool ging, kon ze iets uitleggen. 'Papa is weg.' Een paar jaar later liet ze haar kinderen een dood vogeltje zien: 'Dit is er met papa aan de hand. Kijk, hij beweegt niet meer.' Toen ze 11, 12 jaar oud waren, kon ze voorzichtig beginnen met vertellen wat er werkelijk was gebeurd - in de taal van een jongensboek. 'Er was een gemene boef...' Het woord terrorist leerden ze pas in de puberteit. Langzaam drong tot hen door waarom ze zo vaak te horen kregen: 'Goh, ben jij een zoon van Kranenburg?'

Wurgneigingen

Het proces begon een maand nadat ze was bevallen, in een hermetisch bewaakt gerechtsgebouw. Ze is er twee dagen bij geweest, onder begeleiding van een adjudant. 'Ik vond dat ik erbij móest zijn.' Toen Folkerts de zaal werd binnengebracht, stormde zijn moeder naar voren om hem te omhelzen. Vrienden staken een gebalde vuist naar hem op en weigerden op te staan toen de leden van de rechtbank de zaal betraden.

'Hij had de arrogante houding van: ik heb het gelijk aan mijn kant en de rest kan barsten.' Het was de eerste keer dat ze hem in levende lijve zag. 'Ik kreeg wurgneigingen.'

Folkerts werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. De rechtbank was, blijkt uit het vonnis, 'in het bijzonder getroffen door de kille en volmaakt onverschillige houding die Folkerts aanneemt tegenover het door hem aangerichte leed en tegenover het recht op leven van een medemens'.

In 1978 werd hij tijdelijk uitgeleverd aan Duitsland. Daar werd hij tot levenslang veroordeeld, onder meer voor zijn betrokkenheid bij de moord op procureur-generaal Siegfried Buback. Het Nederlandse ministerie van Justitie ging hierna akkoord met een definitieve uitlevering van Folkerts. Die komt nooit meer vrij, veronderstelde ook Joke Kranenburg toen nog.

Haar wereld werd al snel steeds kleiner - ze zat tussen vier muren. Haar politiewerk had ze bij haar eerste zwangerschap al opgegeven. 'Je bent beladen. Je wordt gemeden. 'O, daar heb je dat zielige vrouwtje.' Je ziet mensen snel de straat oversteken omdat ze niet weten wat ze tegen je moeten zeggen. Ik was ontzaglijk alleen. Mensen brachten een paar beleefdheidsbezoekjes en daarna was het over.'

Huwelijksbureau

De vriendenkring van Arie en Joke bestond bijna alleen uit rechercheurs. 'Dat was zo'n hechte club.' Maar zagen ze haar, de weduwe, dan dachten ze: 'Dat kan mij ook gebeuren.' Ze begonnen haar te mijden.

Lichte paniek beving haar. In het begin had iedereen nog gezegd: 'Ach, je bent nog zo jong, je hertrouwt wel weer.' Ze werd 28, 29 en wist: 'Mijn leven moet doorgaan, of ik het nou leuk vind of niet.' Ze besefte dat zich moest 'openstellen' en schreef zich in bij een huwelijksbureau. 'Ik heb het echt geprobeerd', bezweert ze. 'Maar je gaat toch vergelijken. Omdat je die ene, ware liefde al tegen het lijf bent gelopen. Binnen acht seconden wisten wij dat we met elkaar door zouden gaan. Veel mensen overkomt dat nooit, maar als het je wel is overkomen, vind je het bij een ander niet meer.'

Ze wilde het graag: een vader voor haar kinderen. 'Maar ik durfde niet het risico te lopen dat er almaar andere papa's zouden komen, omdat zo'n man het dan telkens niet bleek te zijn.' Ze had haar eisen - Joke houdt van sterke mannen. 'Ik kan niet tegen watjes. Arie had een beresterk karakter. Ik ben zelf ook een vrij sterke persoonlijkheid.' Uiteindelijk nam ze een drastisch besluit: de kinderen gaan voor. Geen halfslachtig gedoe met andere mannen, ze zou haar zoons alleen opvoeden.

Schriftje

Dat bleek zwaar. Er was geen vader bij het afscheid van de lagere school, bij de diploma-uitreikingen, om mee te voetballen. Geen vader die trots op ze kon zijn. In hun puberteit begon zich dat te wreken. De ene keer waren ze woest, soms werd er wekenlang niets gezegd, dan was het huilen. 'Je moest vader en moeder tegelijk zijn en sterk voor twee.' 's Nachts liep ze in haar nachtjaponnetje met een zaklantaarn te zoeken. 'Ik mis er een. Is ie met zijn dronken kop het kanaal in gefietst?' In die tijd heeft ze nog wel eens een intakegesprek gehad met een psycholoog. Ze realiseerde zich dat ze niet gelukkig was. 'Kan ik daar nog iets aan veranderen en hoe doe ik dat?' De psycholoog adviseerde haar een schriftje aan te schaffen. Ze haakte meteen af. Ze schreef altijd al alles op, in dagboeken.

Haar jongens bleven vragen stellen, op weg naar hun volwassenheid. Hoe was mijn vader? Wat voor karakter had hij? Waar was ie goed in? Hoe lachte hij?

Intussen werd het nieuws bekend dat Folkerts was vrijgelaten - het gezin Kranenburg was daarvan nooit officieel op de hoogte gesteld. Terwijl Folkerts in 1992 nog verkondigde: 'Het woord berouw zegt me niets', kreeg hij in 1995 voorwaardelijke gratie in Duitsland. In 2001 kwam hij definitief op vrije voeten.

Woede

De jongens Kranenburg togen in datzelfde jaar naar het Openbaar Ministerie in Utrecht, om de dossiers in te zien. Ze wilden antwoorden op vragen over hun vader die hun moeder nooit had kunnen geven. Ze deden een ontstellende ontdekking: 'Folkerts heeft nooit gezeten voor de moord op onze vader.'

Hun moeder schrok van hun enorme woede. 'Je blijft een leeuwin, die waakt over haar welpen.' Ze maakte er meteen werk van. Met als uiteindelijk resultaat dat het OM in Hamburg nu het verzoek bestudeert om het Nederlandse strafvonnis alsnog ten uitvoer te leggen. 'Ik wil geen wraak, maar gerechtigheid', zegt Joke Kranenburg. 'Ik wil genoegdoening. Al zetten ze Folkerts nog maar twee jaar vast, dan hoop ik dat hij elke week tenminste een minuut specifiek nadenkt over de moord op mijn man. Ik laat mijn man niet onder het tapijt schoffelen.'

Ja, het is nog steeds haar man, lacht ze, haar 'vent'. Maar zou hij haar niet eerder adviseren om de zaak te laten rusten, om weer wat geluk te vinden? 'Hij zou het misschien wel zeggen, maar ook weten dat dat advies niet zou werken - omdat hij me kent.'

Een vage schaduw op de achtergrond is er altijd. Dan ziet ze een vader en moeder knutselen, met hun kinderen. Of ze ziet een vader, met zijn zoontje voor op de fiets. Of ze ziet opa's sjouwen, met hun kleinkinderen. 'Altijd heb je die associatie.'

Overleven

Laat het los, je vergooit je leven - die reactie klinkt haar bekend in de oren. 'Maar hoe doe ik dat? Als je daar een handleiding voor hebt, hou ik me aanbevolen. Ik ben heel goed in rationaliseren. Maar dat rijmt zich nooit met je gevoelens. Dat zijn twee wegen die bij mij altijd parallel aan elkaar lopen, maar nooit in elkaar overgaan.'

Ze vertelt haar verhaal weloverwogen, op het onderkoelde af. Zo komt ze ook over op televisie. 'Wat moet ik dan doen? In snikken uitbarsten?' Ze heeft het vaker gehoord: het lijkt of ze in een cocon zit. 'Dan is het verwijt dat ik een ondoordringbare muur om me heb opgetrokken. Ja, dat was een manier om te overleven. Je moet door. Ik wilde voorkomen dat de buitenwereld zag dat ik kwetsbaar was.' Een droge hoest. 'Ik probeer jou alles te vertellen zonder dat de emoties met me aan de haal gaan. Voor mij zijn in de loop der jaren zoveel van dit soort mechanismen bij mijn leven gaan horen, dat het moeilijk is ze nog aan een ander uit te leggen.'

Soms kijkt ze van bovenaf naar zichzelf: doe ik het goed? 'Mijn fout is dat ik mijn gevoelens niet uit. Ik vreet alles op. Terwijl vrienden dan later zeggen: had toch meteen verteld wat je dwarszat. Maar ik wil niemand belasten.'

Af en toe krijgt haar sarcasme de overhand in het gesprek. Complimenten voor het verontschuldigende theaterstukje dat Folkerts opvoerde bij Nova - een tikkeltje te laat alleen. 'Als ik directeur van de toneelschool was zou ik 'm op grond van deze act absoluut hebben aangenomen. Slikken op het juiste moment, ogen wegdraaien op het juiste moment. Zeer precies geoefend op de juiste uitspraak van de namen.' Ach. 'Het was puur opportunisme. Er zat geen enkel gevoel achter. Ik heb weleens videobanden van hem opgevraagd. Daarin zie je hetzelfde: de man heeft alles onder controle.'

Geamputeerd leven

Al die jaren van verdriet en gemis.

Als haar jongens hem tegenkomen, bijten ze Folkerts de strot af, zegt ze. 'En ik doe hetzelfde.'

Je verleden kun je niet vergeten, weet Joke Kranenburg. Je kunt wel proberen een ander weggetje in te slaan, maar dat wil niet zeggen dat je het vorige weggetje bent vergeten. Alsof je broodkruimels strooit.

'Continu heb je het gevoel dat je een geamputeerd leven leidt. Je bent niet heel. Je wordt nooit meer heel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden