'Die Nobelprijs van Santos is eigenlijk voor ons'

Soacha is de hoofdstad van de bijna zes miljoen Colombianen die zijn gevlucht voor 52 jaar burgeroorlog en drugsgeweld. Slachtoffers en daders moet er leren samen te leven.

De folkloristische dansgroep Amanecer Colombia laat traditionele dansen uit de regio Cundinamarca zien. Beeld Stehen Ferry

De sfeer in het park van Soacha is deze zaterdagmiddag gemoedelijk. Ouden van dagen drinken koffie op een bankje, kinderen rennen joelend achter straathonden aan, een verlegen zon haalt de scherpe randjes van de snijdende bergwind. Er zijn verse appels en aardbeien. Oorlog lijkt ver weg.

Toch zijn de littekens van het conflict wel degelijk zichtbaar op het plein in deze satellietstad van de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Kijk naar de ogen van die gerimpelde oude man, die angstig achterom kijkt naar niets in het bijzonder. In het gezicht van een jonge Afro-Colombiaanse, wier glimlach bevriest als een herinnering zich onverwacht opdringt. In de ernstige frons van de popcornverkoper, die met houten krukken probeert zijn geamputeerde been te vervangen.

Soacha is de hoofdstad van de bijna zes miljoen Colombiaanse ontheemden. Vanuit het hele land zijn de afgelopen decennia honderdduizenden slachtoffers van de burgeroorlog naar deze stad getrokken. Nog altijd arriveren dagelijks gemiddeld vijftien nieuwe vluchtelingen, uit hun dorpen verjaagd door verschillende gewapende groepen. Ze vestigen zich hier, aan de rand van Bogotá, waar ook vrijwillig gedemobiliseerde strijders zijn gehuisvest.

'Soacha is een miniatuur versie van Colombia', zegt Mari Alegria, die vijf jaar geleden arriveerde na te zijn gevlucht voor guerrillabeweging ELN. 'In mijn flat wonen voormalig guerrillastrijders, oud-paramilitairen, en slachtoffers uit het hele land', vertelt de 45-jarige vrouw, actief in de slachtofferbeweging. 'Het is heel moeilijk om elkaar te vertrouwen, maar we groeten elkaar. We moeten leren samenleven, dat is de enige manier om vrede te bereiken.'

Mari Alegria. Beeld Stehen Ferry

Diepe verdeeldheid

Op 2 oktober verwierp de Colombiaanse bevolking met een nipte meerderheid een vredesakkoord tussen de regering en guerrillabeweging FARC. De uitslag van het referendum toont de diepe verdeeldheid in het door 52 jaar burgeroorlog en drugsgeweld verscheurde land. President Juan Manuel Santos tracht nu op één lijn te komen met de leiders van het nee-kamp, in de hoop alsnog tot een acceptabel vredesverdrag te komen.

Ondertussen proberen lokale leiders in Soacha zelf de vrede te bewerkstelligen. 'We organiseren wekelijks deze boerenmarkt op het plein', vertelt stadsdeelbestuurder Olga Landínez (45) terwijl ze op hoge hakken tussen de kraampjes door dribbelt. 'Alle producenten zijn inwoners van Soacha. Het zijn veelal ontheemden van het platteland. Maar er zitten ook oud-strijders tussen.' Op de markt werken ze samen, ook al waren ze in een vorig leven elkaars vijanden.

Lees ook

De Colombiaanse president verlengde het staakt-het-vuren en hoopt een oplossing te vinden voor de impasse. Lees ook: Santos verlengt wapenstilstand met FARC ondanks referendum

Een jong stelletje zit innig verstrengeld aan de voet van het standbeeld van Luis Carlos Galán. De metalen man heft zijn vuist in de lucht, precies zoals de toenmalige presidentskandidaat deed op 18 augustus 1989, toen hij staand in een open auto dit plein op kwam rijden. Tienduizend aanhangers verdrongen zich rond de razend populaire politicus. De centrumlinkse liberaal beloofde korte metten te maken met corruptie en de drugskartels, en stond op grote winst in de peilingen.

Zodra Galán het podium beklom, begonnen de machinegeweren te ratelen. Het waren de huurmoordenaars van drugsbaron Pablo Escobar, die al een eerdere poging hadden gedaan Galán om zeep te helpen. Gillend liet het publiek zich op de grond vallen, het licht viel uit, het geratel hield aan. Met de moord op Galán stierf Colombia's laatste restje hoop op een rechtvaardiger samenleving.

Op het plein in het centrum van Soacha werd presidentskandidaat Luis Carlos Galán doodgeschoten. Beeld Stehen Ferry

'Als hij niet was vermoord, had het land er heel anders uitgezien', zegt de in Soacha werkzame priester Luciano Coral (32) met spijt in zijn stem. Hij slaakt een diepe zucht als hij wordt gevraagd naar de problemen in de stad. 'Vooral de buitenwijken worden geteisterd door drugsbendes', vertelt hij. 'Er is veel armoede en werkloosheid', verklaart de priester de aantrekkingskracht van de bendes. De jongeren krijgen een pistool en nieuwe sneakers, statussymbolen in een wereld waarin ze zich voelen uitgekotst. 'Ze vechten om territorium, er vallen hier dagelijks doden.'

Het gaat om kleine dealers, met een lokale afzetmarkt. Hun klanten liggen in portieken, graatmager, sommigen nog geen dertien jaar oud. Met een glazige blik in de ogen verhitten ze de basuko (cocapasta). Ze inhaleren diep, op zoek naar de alles verzachtende roes. Voorbijgangers stappen voorzichtig over de verslaafden heen.

Dan gaat op een podium tegenover het standbeeld van Galán de muziek aan, harder dan de speakers aankunnen. In kleurrijke klederdracht gehulde jongeren doen een traditionele dans. Omstanders klappen, een kreupele bedelaar krijgt een bord rijst met bonen in zijn handen gedrukt. Een tanige man zet een generator aan en laat een springkasteel vol lucht lopen.

'Soms kun je beter niet weten wie iemand was voordat hij naar Soacha kwam', schreeuwt Alegria boven de muziek uit. 'Dan is het makkelijker met elkaar om te gaan.' Met een omhelzing begroet ze Yerlys Beleño, die met haar tienjarige dochter Nadia het plein oploopt. 'Yerlys is een goed voorbeeld', zegt Alegria. 'Toen we bevriend raakten, had ik geen idee van haar verleden.'

'Ik was zo oud als Nadia toen ik door de FARC werd meegenomen', vertelt Beleño (31) als haar dochter polshoogte is gaan nemen bij het luchtkussen. Beleño vertelt hoe de guerrillero's haar dwongen voor hen te werken, hoe ze haar op twaalfjarige leeftijd verkrachtten, hoe ze met hun geweren bij haar binnendrongen. Ze ontsnapte, werd opgevangen door paramilitairen en was ongewild getuige van hun slachtpartijen. Toen drie van haar neven op de dodenlijst van de para's stonden, ontsnapte Beleño om hen te waarschuwen.

Hoewel ze hier al jaren woont, wist tot voor kort niemand van haar geschiedenis. 'Ik vrees nog altijd wraak van de para's', vertelt ze. 'En ik was ook bang dat iedereen me als dader zou beschouwen, dat ze me mijn verleden kwalijk zouden nemen.' In de aanloop naar het referendum besloot ze toch haar ervaringen te delen met een aantal buren, waaronder Alegria. 'Ik moest het kwijt, het at me op van binnen', zegt ze. De reacties vielen reuze mee. 'Iedereen bleek heel begripvol.'

Mari Alegria en haar vriendin Yerlys Beleño. Beeld Stehen Ferry

Soacha, een eindeloze vlakte van rode bakstenen huizen, afgewisseld door gammele krotten, kent duizenden verhalen als dat van Beleño. Maar op het plein wordt zaterdagmiddag gelachen en gedanst. 'We moeten het zelf doen', zegt Alegria. 'Ongeacht of de politici eruit komen.' Ze werpt een blik op de boeren, die luidruchtig hun maiskolven en aardappels aanprijzen. 'Die Nobelprijs voor de Vrede van Santos is eigenlijk voor ons', gaat ze verder. 'Omdat we elkaar tolereren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden