Opinie

'Die mooie baan in het onderwijs is ook een fuik'

Waar mensen met een arbeidsverleden in het bedrijfsleven vaak zo aan de slag kunnen in het onderwijs, zit de leraar in de regel zijn hele carrière opgesloten op school. Dat schrijft een groep leraren met een universitaire graad.

Beeld anp

Als starters in het onderwijs hebben wij bewust voor het leraarschap gekozen. We hebben een universitaire graad, volgen nu de lerarenopleiding, halen daarmee een tweede master en staan betaald voor de klas. Dit bevalt goed. Bovendien voelen we ons ook gewenst, niet alleen vanwege het lerarentekort, maar ook omdat je als docent het verschil kunt maken. We weten immers sinds 2007, toen het rapport van de onderzoekscommissie Rinnooy Kan verscheen, dat de kwaliteit van de leraar van doorslaggevend belang is voor het leren door kinderen. Kortom: we doen er toe.

Maar hoezeer het ons ook bevalt, toch zijn er in onze werkomgeving zaken die ons verbazen en wij staan niet alleen in die observatie. Veel (jonge) collega's houden het snel voor gezien. Hoe komt het toch dat zoveel starters twijfels hebben over dat prachtige beroep van leraar?
In deze tijd van jobhoppen staat arbeidsmobiliteit hoog aangeschreven. Het leraarschap daarentegen lijkt een baan voor het leven. Als je tien jaar voor de klas hebt gestaan, is het nagenoeg onmogelijk om in een andere sector aan de bak te komen.

Onderwijstijgers
Kennelijk zijn onderwijstijgers niet aantrekkelijk voor het bedrijfsleven. Er wordt getwijfeld aan hun verworven competenties. Ten onrechte, want voor de klas ontwikkel je vaardigheden die managers niet zouden misstaan: leiding geven, motiveren, presenteren, communiceren en het sturen van groepsprocessen. Is het dan niet verwonderlijk dat een werknemer uit het bedrijfsleven als zij-instromer zonder problemen voor de klas mag, terwijl de leraar gedurende zijn hele carrière opgesloten zit op school? Wat zegt dit over de status van het beroep?

Versta ons niet verkeerd; wij zijn momenteel graag leraar en vinden het een prachtig beroep. Maar om onszelf nu al voor de rest van het leven vast te leggen geeft een benauwd gevoel. Regelmatig vertrekken jonge academici na een paar jaar lesgeven omdat hun ontwikkelmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. Om ons heen zien we leraren wel doorgroeien in leidinggevende of niet-lesgebonden taken, maar ontwikkeling in lesgeven lijkt (helaas) nauwelijks waardering te genieten.

Wat van waarde is in het algemeen vormend onderwijs, is ons overigens wel vaker niet helemaal duidelijk. Neem het bekostigingssysteem. Daarin bepaalt logischerwijs het aantal leerlingen de hoogte van de rijksbijdrage. Maar de leerlingenaantallen stagneren en dus ontstaat een slag om de leerling. Scholen profileren zich met extra's, boven op het bestaande programma. De afgelopen jaren zijn de kunst-, sport-, toneel-, excellente of allroundklassen, technasia en business schools als paddestoelen uit de grond geschoten. Om nog maar te zwijgen van vwo+ en tweetalig onderwijs en andere 'aanvullingen' op het gewone onderwijsaanbod. Deze profilering resulteert in een lastige spagaat.

Eigenheid
Terwijl scholen het enerzijds druk hebben met het benadrukken van hun eigenheid, stelt de overheid anderzijds eindtermen op voor alle leerlingen en eist zij prestaties in de basisvakken wiskunde, Nederlands en Engels. Op het moment dat scholen zowel hun onderwijsaanbod noodgedwongen vergroten als tegelijkertijd moeten voldoen aan de toegenomen eisen in de basisvakken, betekent dit een vraag om meer tijd, meer geld en meer ruimte. Maar die randvoorwaarden ontbreken veelal. Dus neemt de spanning toe, groeit de fragmentatie van het onderwijsaanbod en ligt kwaliteitsverlies op de loer.

Vooral omdat het de waan van de dag is die de profileringsdrang lijkt te voeden. Vernieuwers spelen handig in op het idee dat het huidige onderwijssysteem niet voldoet en ouders laten zich verleiden door zich sterk profilerende scholen. Zij zijn vatbaar voor 'sexy' vormen van onderwijs, waarin bijvoorbeeld alleen maar met iPads wordt gewerkt of de lessen in het Engels worden gegeven.

Hoewel de gepropageerde visies eigentijds ogen, hebben ze hun nut en levensduur niet bewezen. Waar dit opportunisme in elke andere sector geen schijn van kans zou maken, is het in het onderwijs aan de orde van de dag.

En dan is er ook nog de inspectie. Die oordeelt in haar jaarverslagen keihard over leraren en scholen. De inspecteurs zien een lage leeropbrengst en een moeizame omgang met verschillen. Waar in het basisonderwijs alle niveaus in één klas redelijk zelfstandig kunnen leren, is dit voor het voortgezet onderwijs een schier onmogelijke opgave. Hoe kan dat?

Profileringsturbulentie
De klassen worden vanaf de brugklas ingedeeld naar niveau. Dit wekt de schijn van homogeniteit, maar in de praktijk zijn er alsnog grote niveauverschillen binnen een klas. Daarbij duurt een lesuur vijftig minuten en geeft een leraar gemiddeld vijf lesuren op een dag. Een leraar ziet dus meer dan honderd kinderen per dag, die allen op hun eigen niveau zouden moeten worden aangesproken. En dan is er ook nog die profileringsturbulentie. De constatering van de inspectie is vast correct. Maar is dat niet een onmogelijke opdracht, onder de huidige omstandigheden?

Wat wij zien is een onrustige en onzekere werkomgeving met een lage status op de arbeidsmarkt. Of dat een juiste observatie is? Voor ons wel. Wij redden ons wel, maar goed onderwijs is een maatschappelijke kwestie. Rinnooy Kan constateerde in 2007 dat het lerarentekort zowel kwantitatief als kwalitatief van aard is. Alleen dat al rechtvaardigt een nationaal gesprek over de aantrekkelijkheid en inhoud van een van de belangrijkste en mooiste beroepen in dit land. Zie dit stuk als een aanzet tot dat gesprek.

Laurens van der Graaff, Milou Kerkhof, Frank Wilbrink, Marieke Elske Prins, Marian van Stein, Lonneke van Pamelen, Thomas Post, Idriss Abdelmoula, Inge van Baren, Britt de Roos.

 
Kennelijk zijn onderwijstijgers niet aantrekkelijk voor het bedrijfsleven. Er wordt getwijfeld aan hun verworven competenties. Ten onrechte, want voor de klas ontwikkel je vaardigheden die managers niet zouden misstaan
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden