¿Die meisje¿ en ¿Een lekkere taartje¿

Een onderwijsdiscussie op een Haags gymnasium ging vooral over het beroepsonderwijs, daar zijn de problemen het grootst – de minister die dat weet te verbeteren, verdient zijn naam in chocoladeletters.

‘Hoe weten die deskundigen nou hoe wij het liefste leren? Ik ben een leerling, ik kan het weten!’ Yara, leerlinge van het Gymnasium Haganum in Den Haag mengde zich vol vuur in het debat. Ze zat, als enige onder de 40 – én als enige van niet-Nederlandse herkomst – in het forum van een onderwijsdebat op haar school.

Nee, zij kwam niets tekort op het Haganum, verzekerde Yara ons. Ze leerde veel. De eisen waren hoog, de docenten uitstekend. Voor haar hoefden de lessen niet ‘leuker’. Zij wenste niet haar eigen kennis te construeren, zoals de deskundigen van haar verwachtten, zij had liever een kundige leraar. Een jongen uit de zaal viel haar bij. ‘Chatten en gamen doen we thuis wel. Internet is vermaak, op school willen we kennis opdoen. Zet ons alsjeblieft niet ook op school de hele dag achter de computer!’

Zo hadden de leerlingen van het Haganum de kans om te discussiëren met hun eigen rector en docenten, met onderwijsdeskundigen, met een mevrouw die een boek over onderwijs had gepubliceerd, en met hun hoogste onderwijsbaas Sjoerd Slagter, onder leiding van de hoofdredacteur van een landelijk dagblad. Ervarend leren ten top. Slagter wilde wel geloven dat Yara floreerde op een eerbiedwaardig Haags Gymnasium. Maar de meeste leerlingen, zei hij, zitten niet op een gymnasium. Zij leren heel ánders en het onderwijs moest zich daaraan aanpassen.

Sinterklaas
Het leek even of Sinterklaas binnenschreed, zo stil werd het toen minister Plasterk in de aula arriveerde om het eerste exemplaar van Wij eisen les! in ontvangst te nemen. Het was een thuiswedstrijd voor een oud-gymnasiast. Ook Plasterk benadrukte dat de meeste kinderen niet het geluk hadden op een gymnasium te belanden. Zij moesten een vak leren in de praktijk. Maar hij zag ook, zei hij, dat zelfstandig leren voor veel vmbo’ers geen succes was. ‘Ze hebben meer leiding nodig.’ En zo ging een onderwijsdiscussie op een Haags gymnasium vooral over het beroepsonderwijs, over selectie, kansen en uitval.

De kwaliteit van het beroepsonderwijs – de minister die op dit migraine-onderdeel verbetering bewerkstelligt, verdient zijn naam in chocoladeletters.

Op vmbo’s zitten veel allochtonen. Sommigen hadden misschien naar de havo gekund, maar hun slechte beheersing van het Nederlands verhinderde dat. De achterstand die kleuters hebben als ze naar de basisschool gaan, halen ze nooit meer in. Om dergelijke taalachterstanden te voorkomen, trok het kabinet 53,5 miljoen extra uit. Een groot deel daarvan gaat naar zogenoemde ‘voorscholen’. Daar kun je de kleintjes spelenderwijs Nederlands leren, door liedjes te zingen en voor te lezen. Na twee jaar ondergedompeld te zijn in talige weelde, is de gedachte, kunnen ze zonder achterstand naar de kleuterklas.

Een Amsterdamse stadsdeelbestuurder, Fouad Sidali, bezocht zo’n voorschool, en schrok zich rot. De groepsleidsters, veelal allochtone meisjes, spraken beroerd Nederlands: fouten met lidwoorden, slecht articuleren en Turks praten tegen kinderen. Hij schrok nog erger toen hij hoorde dat deze leidsters in hun opleiding geen Nederlands hadden gehad. Nederlands was in het competentiegerichte leren afgeschaft. Taal gebruikte je toch de hele dag?

Vergeefse miljoenen
Als 3-jarigen dagelijks ‘die meisje’ en ‘een lekkere taartje’ te horen krijgen, als ze Floddertje krijgen voorgelezen van iemand voor wie dat taalniveau te moeilijk is, dan zijn al die miljoenen vergeefs. Wie groepsleidsters ‘competent’ verklaart zonder hen uit te rusten met hun belangrijkste instrument, de taal, minacht hen. Goed taalonderwijs werd voor hen verspilde moeite geacht op de basisschool en het vmbo, op het roc waren ze van dat rotvak verlost.

De alarmerende feiten waren trouwens allang bekend. In 2006 waarschuwde de Inspectie het ministerie van Onderwijs: de onderdelen woordenschat, grammatica en uitspraak kwamen in het mbo nauwelijks aan bod. 80 procent van de docenten oordeelde het taalniveau onvoldoende voor de uitoefening van het toekomstige beroep. De leerlingen zelf hebben evenmin een hoge pet op van hun school. Volgens een onderzoek van de Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs is slechts 44 procent tevreden over de opleiding. Toch negeert staatssecretaris Van Bijsterveldt het advies van de Onderwijsraad om het competentiegerichte mbo-onderwijs niet landelijk door te drukken.

Eindelijk neemt dit kabinet enkele maatregelen: we krijgen landelijke mbo-examens, onder toezicht van de overheid; Nederlands wordt weer verplicht. Het begint op het ministerie door te dringen dat je goed onderwijs gerust kunt overlaten aan de schoolleiding van een Haags gymnasium, maar niet aan geld oppottende, op leraren en lessen besparende roc-bestuurders. Besteed die achterstandsmiljoenen aan taalonderwijs voor leidsters en leerkrachten, niet aan de illusie van integratiebevorderend godsdienstonderwijs. Het verschil tussen de ene en de andere Yara begint bij de eerste juf die weet dat je iedereen Nederlands kunt leren, en daarna eigenlijk alles.

In Wij eisen les! – Waarom kinderen minder leren (Meulenhoff) zijn de columns en beschouwingen van Aleid Truijens over onderwijs en opvoeding gebundeld.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden