Column

Die likkende hondentong zit toch een beetje in de weg

Remco Campert
'Wij hadden ook een tijdje zo'n vrolijke metgezel. Een herder die Willem heette.' Beeld anp
'Wij hadden ook een tijdje zo'n vrolijke metgezel. Een herder die Willem heette.'Beeld anp

'Sommige bomen omhelzen de nacht als het water van meren

dat diep binnen zijn oevers staat,

tussen de dikke woekering van blaren

staan zij er ineengedoken bij.'

Dit is het begin van 'Een zomerse dag', een gedicht van de Japanse dichter Makoto Ooka, vertaald door Noriko de Vroomen, uit de bundel Onder de slapeloze planeten (Meulenhoff, 1986).

Regels als deze wekken beelden op, maar meer dan dat, herinneringen. Aan eigen bossen, nachten, ruisende blaren. Daar had je poëzie over kunnen schrijven, maar het is al gebeurd. Er is een haiku van Matsuo Basho (1644-'94) die ik ontzettend grappig vind:

'De oude vijver

Plots springt er een kikvors in.

'Plons,' zegt het water'

Wandel ik nu verder aan de hand van Ooka's gedicht:

'En als je hollende hond,

de vrolijke metgezel,

verdwaald is in die wildgroei van bomen en,

eenmaal naar binnen gezogen,

zelfs op je eindeloos geroep er niet meer uitkomt,

dan moet je maar zwijgend verder gaan.'

Wij hadden ook een tijdje zo'n vrolijke metgezel. Een herder die Willem heette. Als we in de gang liepen, kwam hij overeind uit zijn mand, piepend van verlangen om de deur uit te gaan. Als het nog niet zo ver was, plofte hij teleurgesteld weer neer. Eenmaal buiten trok hij ons voort naar het park, waar we hem loslieten en hij in de wildgroei van bomen en struiken verdween.

Als we met Ooka verder gaan, komt de hond weer terecht. Dichters laten je niet verloren gaan.

'Want daar drinkt de hond,

volledig tevreden,

de transparante nacht;

een wonderkoele drank,

als de echo van een boomgeest.'

Improviseren op Ooka's gedicht, dat is wat ik doe, en dat is wat hij zelf ook doet, want die hond is er ook maar ingemoffeld. Trouwens, de dichtkunst is één grote improvisatie, een solo van Charlie Parker.

Ik improviseer dus lustig verder. De hond drinkt de transparante nacht. Daar kan ik nog wel inkomen, net als dat die nacht een wonderkoele drank is. De likkende tong van de drinkende hond zit bij dit beeld wel een beetje in de weg. Maar dat die wonderkoele drank dan weer vergeleken wordt met de echo van een boomgeest stuit bij mij op enig onbegrip. Ik ben geen kenner van de Japanse dichterlijke ziel, daar zal het wel aan liggen. Zijn boomgeesten iets typisch Japans? Neen, Shakespeare deed er ook al aan.

Ik kijk naar buiten. Daar staan de acacia's. Met hun kronkelende, ten hemel geheven takken hebben ze wel iets van jammerende geesten. Nu stopt er bij het hotel aan de overkant een vrachtwagen, die even later schoon beddengoed uitlaadt. En het wordt tijd dat ik me wegimproviseer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden