'Die kick bij het ophalen van het net voel ik nog steeds'

Terug naar het jubeljaar 2000. Het geld kan niet op, de beursindex AEX slaat alle records. Maar de ontnuchtering volgt met ‘11 september’ en de moord op Fortuyn....

Gisteren had ik een late dienst. Dat betekent dat ik pas ’s middags mijn politie-uniform hoefde aan te trekken, compleet met Walther P5 pistool, pepperspray en korte wapenstok in mijn broekspijp. Samen met een collega reed ik in een Volkswagen Touran van het Korps Haaglanden door de betere buurten van Den Haag. We deden tot elf uur ’s avonds een zogeheten dynamische politieke surveillance. Dat is een van de taken van BOB, het Bureau Orde en Bewakingsdiensten waar ik werk.

Zo’n surveillance begint altijd met een briefing. Er bleek een kleine demonstratie aan de gang op het Plein, niks bijzonders, en de Ierse en Nieuw-Zeelandse ambassades organiseerden recepties. Dus reden we eerst daar langs om ons gezicht te laten zien, en de omgeving te scannen op verdachte personen en voertuigen. Je ziet het meteen dat iemand niet in die buurt thuishoort.

Bij zo’n bezoek hoort ook een overleg met het hoofd veiligheid van de ambassade. Wie komen er, wat verwachten ze? Dan ben ik blij dat ik extra Engelse les heb gekregen voor dit werk. De gasten van de Nieuw-Zeelandse ambassadeur hadden hun auto’s ongelukkig neergezet. We besloten dat maar door de vingers te zien.

Ja, dat is inderdaad heel wat anders dan met de Katwijk 137 de Noordzee op, om kabeljauw te zoeken op de Engelse Bank of op de Klaverbank. Met mijn broer en vier matrozen vetrokken we op zondagavond en liepen vrijdagochtend weer binnen in IJmuiden. Met het ruim vol vis – of niet. Eind 2005 hebben we de handdoek in de ring gegooid. De inkomsten stonden niet meer in verhouding tot de lange werkdagen aan boord. We moesten de kotter verkopen.

Toen ik op school zat, was het vrij normaal dat je vader schipper was. De Katwijkse vissersvloot telde toen wel 160 schepen, tegen een stuk of twaalf nu. Mijn vader had in 1960 de Maartje Jacoba laten bouwen, met 500 pk best wel een groot schip voor die tijd. Op mijn 7de mocht ik voor het eerst met hem mee naar zee. Ik vond het spannend.

Toen ik 12 was, vroeg mijn vader of ik ook visser wilde worden. Hij liet mijn antwoord nadrukkelijk meewegen bij de beslissing een nieuw schip te laten bouwen. Ik heb toen ja gezegd. Ik vond het werk spannend en uitdagend. Iedere keer als je het net ophaalt stijgt de adrenaline: wat zit daar in? Die kick voel ik nog steeds. Maar ja, toen was ik 12. Nu ik zelf kinderen heb, denk ik: wat was dat antwoord waard?

Tijdens zomervakanties ging ik mee de zee op. Dan kreeg ik als zoontje van de baas alle rotklusjes aan boord, zoals afwassen en schoonmaken. Ik had ook nog last van zeeziekte. Mijn vader heeft me toen niet beschermd. Ik denk dat hij me zeehard probeerde te maken.

’s Zomers ging de kotter twee weken op de helling. Dan mochten mijn jongere broer en ik iedere dag met onze vader mee. Vonden we heerlijk. Helpen met afspuiten van de onderkant het schip en schilderen. Graaien, noemden wij dat.

Tijdens mijn schooltijd verdiende ik bij door ’s nachts vis te lossen. Iedereen ging toen helpen als de kotters binnenkwamen. In mijn klas sliepen de meeste jongens in hun banken. De school besloot zelfs op maandag later te beginnen. Na de mavo ging ik na de visserijschool. In twee jaar tijd haalde ik mijn papieren om stuurman te worden op een vissersschip.

We leerden er netten boeten, gevangen vis bewaren en de regels van goed zeemanschap. Maar er was toen geen enkele aandacht voor duurzaamheid. Niemand vertelde mij over het verantwoord managen van de zee. Daar wordt nu wel les in gegeven.

Als 18-jarige begon ik als matroos-kok op de kotter van mijn vader. Mijn moeder had me een noodcursus gegeven. Het moest altijd Hollandse kost zijn: snert, aardappelen, wortels, bruine bonen en gehaktballen. Op zee eet je wel zes ballen per persoon.

Een vieze gewoonte vond ik het koken van grauwe poon. Vooral oudere bemanningsleden waren daar dol op. Moest ik midden in de nacht met een pan het dek op, om die vissen erin te scheppen. Die werden zonder ze schoon te maken gekookt, en meteen opgegeten. Zaten ze in mijn kombuis de ogen eruit te zuigen en op vissenkoppen te knagen! Na afloop kon ik dat slagveld weer opruimen.

Rond zijn 50ste besloot mijn vader aan wal te blijven en zich tot de boekhouding te beperken. Hij huurde eerst een zetschipper in en maakte mij op mijn 25ste schipper van de KW 137 Marijke. Dat was best jong. Mijn broer werd machinist. Toen de overheid visquota’s ging uitdelen, vingen wij toevallig veel kabeljauw. Zo zijn wij min of meer die kant van het vak opgerold.

Mijn vader was groot geworden rond de zogeheten Puzzlehole en het Botneygat, diepten met een modderige bodem vol schol en wijting. Die lagen midden op de Noordzee, zeventig mijl van Den Helder. Mijn broer en ik besloten verder westwaarts te gaan, naar de Engelse bank en de Klaverbank voor kabeljauw. Dat bracht meer op.

Samen met mijn neef, schipper van de Wilhelmina KW 173, deden we aan spanvisserij. Dan sleepten we een net tussen ons is, met 600 meter lange vislijnen die stof deden opdwarrelen op de bodem. Zo vingen we samen wel vierhonderd kisten per week, in plaats van slechts honderd kisten in ons eentje.

Als we het net gingen halen, was dat altijd weer een spannend moment. Eerst komen de punten en drijvers boven. En als er genoeg vis in zat, zag je de kuil – de achterkant van het net – wit worden van de vissenbuiken. Hun zwemblazen zetten uit en dan ‘springt’ de kuil boven water. Hij drijft! Hij drijft! riep iedereen op het dek dan.

De vangst kon nogal verschillen. Soms zat er 400 kilo in het net, soms 20 duizend kilo. Ik kan niet zeggen dat de kabeljauwen de afgelopen twintig jaar kleiner werden. Het verschilde telkens enorm. Soms verdiende je 2,5 euro per kilo, soms 7 euro per kilo. Soms verdiende ik als schipper 25 duizend euro per jaar, soms 50 duizend euro. Bruto.

Nee dat is geen vetpot. Soms – vooral als we vertrokken bij slecht weer – dacht ik wel eens: waar doe ik dit eigenlijk voor? Maar ja, je bent zo opgegroeid. Ik had een haat-liefderelatie met de visserij. Vaak genoot ik van de kick die het vissen geeft. En het blindelings vertrouwen in elkaar aan boord.

De eerste bestandsopname van de visstand op de Noordzee, verscheen toen ik 18 jaar was. Volgens de meeste vissers gebeurde dat niet fair. Sindsdien spreken de biologen elkaar tegen en wordt de groene lobby eerder geloofd dan een visser. Maar geloof me, geen enkele visser wil de zee in één keer leegharken. Hij heeft te veel geïnvesteerd om louter op korte termijn te denken.

In 1995 mocht ik nog 165 duizend kilo vangen. In 2005 slechts 25 duizend kilo. En zelfs daarvoor moest ik allerlei quota bijhuren van vissers die al gestopt waren. Daardoor leverde de verkoop van die vis niet veel op. Het plaatje zag er bruto nog wel goed uit, maar netto niet.

In 2005 hoorde ik dat er nog meer restricties aankwamen. Toen ben ik met mijn vader en broer om tafel gaan zitten. We concludeerden: als je zó hard werkt en er moet alleen maar geld bij, zoals de laatste drie jaar, dan is vissen geen haalbare kaart meer. Daar kwam bij dat de Marijke ouder werd en een nieuw schip zo’n vier miljoen euro kost. En geen van mijn drie dochters toont belangstelling in varen.

Het was een triest moment. Alles wat we hadden opgebouwd sinds de jaren zestig, moesten we loslaten. Via internet diende ik een aanvraag in om gebruik te maken van de saneringsregeling. Later trok ik die aanvraag weer in; een visser uit Wieringen bood de saneringsprijs aan voor de Marijke: zeven ton bruto.

Ik vond dat wel fijn. Zo zou ze nog even doorvaren. Later kreeg ik daar spijt van, omdat het 25 jaar oude schip kuren ging vertonen en de koper verhaal kwam halen. Ik heb het geld op de bank gezet, de kotter was schuldenvrij, en beschouw het maar als ons pensioen.

Thuis ging ik eens surfen op internet. Veel Katwijkers werken in de pillenfabriek of in de Scheveningse gevangenis. Daar hadden ze echter geen plaats voor mij. Ik wilde graag bij de overheid werken, ik zocht vastigheid. Bij de politie moest ik een taaltest doen, met vijftig andere sollicitanten. Daar kom ik nooit doorheen, dacht ik, maar toch ging het goed. Ook de fysieke test en de IQ-test bleken voldoende.

Ik merk nu: ik ben happy. Ik heb meer tijd voor mijn gezin en minder zorgen over rekeningen en bemanningsleden. Ik leer nu ook nieuwe dingen, zoals een vuurwapen gebruiken en communiceren met verschillende typen mensen. Ik verdien weliswaar minder dan toen ik visser was, maar daar krijg ik veel voor terug.

Bovendien probeer ik twee keer per week de zee op te gaan. Samen met mijn broer in onze nieuwe KW 137. Die is maar vijf meter lang en ligt op het strand van Katwijk. Met 40 pk in plaats van 800. De kick blijft hetzelfde. Ook monster ik in de zomer soms aan als matroos op een kotter. Meer als hobby dan als werk. Mijn vrouw begrijpt dat.

De kabeljauwvloot omvat nog maar drie of vier kotters | Quoteren en saneren
Tien jaar geleden namen de broers Gert en Jaco Vooijs de verslaggever van de Volkskrant mee op hun kotter KW 137 Marijke. Zij waren trots op hun werk als twee van de laatste kabeljauwvissers van Nederland. Ooit telde die gespecialiseerde vloot zo’n tweehonderd schepen, nu zijn daar nog maar drie of vier kotters van over. Veel kabeljauw wordt nu elders gevangen, of als bijvangst.

Ooit kon je de kabeljauw bijkans met manden uit zee takelen. Tegenwoordig moet je goed zoeken naar deze bodembewoners. De kabeljauwstand in de Noordzee bereikte volgens biologen in 2006 een historisch dieptepunt. Sindsdien is de populatie herstellende, mede door quotering van de vangsten en sanering van de vloot, maar de vis dreigt volgens biologen nog altijd uit te sterven. Zij pleiten voor een totaal vangstverbod, om de stand zo snel mogelijk binnen veilige marges te krijgen.

Het vangstquotum voor 2010 is gesteld op 40.300 ton voor de Noordzee, Skagerrak, Kattegat en het Oostelijk Kanaal.

Vissers begrijpen niets van de paniek onderbiologen. Zij stellen dat de kabeljauwstand zich al aardig aan het herstellen is. De fluctuaties in de populatieomvang hebben volgens hen niet alleen te maken met de visserij. Zij wijzen ook op vervuiling en opwarming als mogelijke oorzaken.

Volgende aflevering Ted Langenbach

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden